maandag 22 november 2010

Moeten we dan niet een beetje bijsturen?

Is het eigenlijk wel mogelijk dat de overheid de markt op een goede manier stuurt, ook als ze maar een beetje bijstuurt? Het is overduidelijk bewezen dat een volledig geplande economie niet werkt. Maar is het mogelijk om de economie voor een deel te plannen. Een beetje plannen kan alleen als er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet je op voorhand de gevolgen van de acties kunnen overzien. Anders is het onmogelijk om te bepalen of de uitkomsten beter zijn dan de uitkomsten van vrijwillige samenwerking. Verder moeten de bestuurders handelen in het belang van de burger. De politicus moet beter in de behoeften van burgers voorzien dan de vrije markt. En om ook op termijn het beter te doen moet de overheid beter zijn in het innoveren dan ondernemers. U voelt al dat dit een moeilijke opdracht is voor de politicus.

Kan de politicus de gevolgen van zijn acties overzien? De vrije markt bestaat uit een netwerk van samenwerkende en concurrerende bedrijven. Het mag duidelijk zijn dat een dergelijk netwerk heel onvoorspelbaar is. Hoe zullen marktpartijen omgaan met regels? Ze kunnen oplossingen vinden om de regels te omzeilen en dan is het effect negatief. Niet alleen heeft de regel geen resultaat er worden ook productiemiddelen opgeofferd om de regels te omzeilen. Heeft de regel wel effect dan is het netwerk dermate ingewikkeld dat de uitkomsten niet te voorspellen zijn. Als je brood te duur vindt dan kun je dat subsidiëren. Dat geeft boeren een prikkel om meer graan te verbouwen. En meer productiemiddelen zullen ingezet worden om brood te maken. Maar deze productiemiddelen komen niet uit het niets. Ergens is er bijvoorbeeld een boer die besluit om op zijn veldje met tomaten nu graan te gaan verbouwen. Het stukje grond en de arbeid om het stuk grond te bewerken worden nu gebruikt voor graan in plaats van tomaten. Maar waarschijnlijk was de achterliggende gedachte dat de kosten voor voedsel omlaag zouden gaan. Dat is dus niet gelukt, want ander voedsel zal nu duurder worden omdat daar nu minder van wordt gemaakt omdat boeren overstappen op het verbouwen van graan. De prijs van tomaten zal hierdoor bijvoorbeeld omhoog kunnen gaan. Het is dus zeer twijfelachtig of de kosten van eerste levensbehoeften zullen dalen door deze maatregel. Daarboven komt ook nog eens dat er belasting moet worden betaald voor de subsidie en dat is ook weer een rem op de productie en het verminderd de koopkracht van de bevolking. Je had natuurlijk ook kunnen kiezen voor een maximumprijs voor brood, maar dit zorgt er juist weer voor dat het minder aantrekkelijk wordt om graan te verbouwen en brood te produceren. Als je de prijs gedwongen verlaagt dan zullen producenten hun productiemiddelen uit deze sector weghalen en overstappen op andere producten. Het gevaar hiervan is dat er tekorten ontstaan en dat er te weinig brood zal zijn. In Nederland kennen we bijvoorbeeld bescherming van huurprijzen en het resultaat daarvan is dat er te weinig huurwoningen zijn en daardoor zijn er grote wachtlijsten.

Met name op de lange termijn als er meer innovaties zullen zijn of juist geblokkeerd worden door de interventies is het onmogelijk om te zeggen wat de effecten zullen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de subsidies voor windenergie. Dit geeft windenergie een relatief voordeel op andere vormen van energie. In eerste instantie geeft het windenergie een voorsprong op fossiele brandstoffen. Maar er is ook een onvoorzien effect. Alle andere innovatieve vormen van energievoorziening hebben nu in eerste instantie een achterstand op windenergie. Dit kun je vervolgens oplossen door ook deze nieuwe vormen van energie ook te subsidiëren. Dit leidt ertoe dat elke vernieuwing eerst goedgekeurd moet worden door de overheid voordat ze een kans heeft om te overleven. Of deze nieuwe uitvinding moet zo baanbrekend zijn dat ze zonder subsidie het op kan nemen tegen de gesubsidieerde windenergie. Maar hoe weten politici welke energiebronnen wel of niet moeten worden gesubsidieerd? Het stimuleren van biobrandstoffen zorgde ervoor dat het verbouwen van biobrandstoffen bevoordeeld werd ten opzichte van het verbouwen van voedsel. Dit gaf ernstige problemen en leidde ertoe dat voedsel schaarser werd. De effecten van dergelijke acties zijn niet te overzien. De vrije markt is een systeem waar je steeds nieuwe oplossingen uit kan proberen. De meest succesvolle oplossingen zullen overleven. Dit gaat continu door in een veel hoger tempo dan de regelgeving kan bijhouden.

Een natuurlijke reactie van de overheid op de problemen die ze veroorzaakt is om de nadelige effecten van regels weg te poetsen met nog meer regels. Deze regels hebben ook weer ongewenste effecten en ook hier komen weer regels voor enzovoort. In een economie dat als netwerk is opgebouwd met ontelbare verbindingen zijn beslissingen te complex om te overzien. Mensen zijn niet in staat om dergelijke grote hoeveelheden informatie te verwerken. Je kan tegenwoordig heel veel informatie verwerven, maar het menselijk brein blijft beperkt en meer informatie leidt daardoor niet tot betere beslissingen.   

Het netwerk heeft heel veel dimensies en is zeer complex. Als jij naar de McDonalds gaat voor een Big Mac sta je er waarschijnlijk niet bij stil wat er nodig voor is geweest om deze Big Mac op jouw bord te krijgen. En je staat er vrijwel zeker niet bij stil dat dit een proces is dat wel tientallen jaren terug gaat. Het is natuurlijk duidelijk dat voor deze hamburger een bedrijf een koe heeft moeten fokken.  Maar wat was er bijvoorbeeld voor nodig dat dit bedrijf deze koe kon fokken. Deze boer heeft een stal nodig en die moest gebouwd worden anders kan hij zijn bedrijf niet uitvoeren. Dit bouwbedrijf kon deze stal niet bouwen zonder hijskraan. Deze hijskraan werd weer gebouwd in een fabriek enzovoort. De welvaart die we nu hebben is het gevolg van een keten van productie die ver terug gaat in de tijd. Er is sprake van een opeenstapeling van innovaties en productie die de maatschappij mogelijk maken die we nu hebben. Dat betekent ook dat domme keuzes doorwerken. Het is als de bekende kiezel in de rivier. Verleg de kiezel en de rivier zal voor altijd veranderen. Wat ik hiermee duidelijk wil maken is dat het echt onmogelijk te voorspellen is wat er zal gebeuren als je iets verandert.

Maar dat wil niet zeggen dat mensen niet zullen proberen te voorspellen wat de uitkomsten zullen zijn. Mensen hebben een behoefte om te zoeken naar het patroon. Er is eens een simpele test gedaan met apen. Er waren twee knopjes en als je daarop drukte kwam er een snoepje uit. Maar één van beide knopjes deed het maar en je weet niet welke want dat is willekeurig bepaald. De onderzoekers verdeelden de kansen zo dat in zestig procent van de gevallen het eerste knopje het snoepje gaf en in veertig procent van de gevallen het tweede knopje. Na een aantal ronden drukten de apen steevast op het eerste knopje zodat ze de grootste kans hadden op een snoepje, namelijk zestig procent. Toen het experiment herhaald werd met mensen was het resultaat verrassend. De mensen bleven maar zoeken naar een onderliggend patroon en bleven beide knoppen proberen waardoor ze een slechter resultaat haalde dan de apen. Mensen blijven toch geloven dat ze grip kunnen krijgen op het onvoorspelbare en daarmee verergeren zij de situatie.

De markt stemt de werking van het netwerk af door prijssignalen. Tekorten vertalen zich bijvoorbeeld in hogere prijzen en dat leidt ertoe dat er productiemiddelen een andere bestemming krijgen om het tekort op te lossen. Het verstoren van deze prijzen kan vergaande effecten hebben. Stel dat je de prijzen van huurwoningen kunstmatig laag houdt. Voor de consument een reden om zich juist in te schrijven op deze woningen zodat er tekorten kunnen ontstaan. De producenten krijgen nu echter het signaal dat er weinig winst te behalen valt in deze bedrijfstak en zullen hun productie verlagen. Dit kun je vervolgens weer oplossen door nieuwe regels af te kondigen. Bijvoorbeeld dat de producenten verplicht worden om een bepaald aantal woningen te bouwen. Maar dit verlaagt de winsten en dat maakt het moeilijker investeerders aan te trekken. Dit kun je vervolgens oplossen door subsidies om zo de producenten te compenseren. Deze subsidies betekenen echter dat elders er weer meer belasting wordt geheven en dat daar het prijssignaal ook wordt verstoord. Doordat dit netwerk onbestuurbaar is, lossen regels niets op en worden er steeds meer regels gestapeld. Uiteindelijk kom je terecht in een volledig geplande sector en dit leidt ook tot grote problemen. Er komen overschotten en tekorten, de innovatie zakt in en de efficiëntie ook. Het mag duidelijk zijn dat de politici niet in staat zijn om de gevolgen te overzien en daardoor verstrikt raken in steeds toenemende regelgeving en dat daardoor de kosten steeds meer oplopen terwijl de productie juist lager wordt. Maar in plaats van de regelgeving af te bouwen wordt ervoor gekozen om meer regels in te voeren. Onzekerheid speelt in op de behoefte om te controleren. Zelfs als een afwezigheid van controle leidt tot meer zekerheid dan nog wordt ervoor gekozen om de controles en regels te vergroten. Het prijssignaal geeft normaal gesproken aan of een investering verstandig is geweest. Stel dat je een melkboer bent en je maakt verlies, dan is het verstandig om te stoppen. Maar door subsidie kan dit verlies omslaan in winst. De boer denkt nu dat hij er verstandig aan doet om door te gaan. De winst zegt hem dat er meer opbrengsten zijn dan kosten. Maar hij heeft niet de informatie over waar het geld van deze subsidie vandaan komt. Zijn onderneming is nog steeds verliesgevend, maar de boekhouding laat dat niet meer zien.

Dan is het voor het succes van ingrijpen verder van belang dat wordt gehandeld in het belang van de burger. Dat is echter alleen mogelijk als de burger kan vertellen wat hij eigenlijk wil. Op de markt geeft de burger aan dat hij best wel een broodje kroket wil hebben als hij daarvoor twee euro moet betalen, maar als het vijf euro kost dan kopen de meesten het broodje niet. Door koop en prijssignalen wordt informatie over de wensen van de burger overgebracht naar de producenten. En zo komt er precies genoeg melk in de Albert Heijn te staan. De burger geeft informatie door als hij producten koopt en de producenten reageren daar op.

Bij een indirecte democratie ontbreekt echter een betrouwbaar prijssignaal. Bij het stemmen op een politieke partij is de koppeling tussen kosten en opoffering er niet of erg onduidelijk. Dat heeft invloed op de voorkeuren die de burger uitspreekt. De burger geeft daar bijvoorbeeld aan dat hij best wel gratis schoolboeken wil als anderen daarvoor betalen. Sommige burgers zien wel dat er belasting betaald moet worden voor de geleverde diensten. Maar zij zien ook dat de belasting niet lager zal worden en proberen daarom invloed uit te oefenen op de uitgaven.  Als je toch moet betalen zorg dan maar voor meer blauw op straat. De burger heeft de hoop opgegeven dat de kosten omlaag zullen gaan en probeert er daarom maar het beste van te maken door de bestedingen te sturen. De wensen en de kosten zijn losgekoppeld en dat levert hele andere informatie op. De politicus krijgt dus heel andere informatie van de burgers dan de marktparticipanten. Het leidt ertoe dat er steeds een prikkel is om meer te besteden en meer in te grijpen.

Ook voor de politicus geldt dat wensen en kosten zijn losgekoppeld. De politicus mag andermans geld uitgeven en dat heeft soms vervelende gevolgen. Je kan helemaal gaan voor een Noord-Zuidlijn als wethouder. Als het lukt dan krijgt je carrière een flinke boost, maar als het misgaat betaalt iemand anders de rekening. Deze loskoppeling van wensen en kosten leidt haast onvermijdelijk tot te hoge uitgaven. Door wat geld te lenen kun je dit tijdelijk verbloemen, maar er komt een moment dat de rekening moet worden betaald. En dat moment komt steeds dichterbij. Binnen de gegeven randvoorwaarden zal de politicus zijn situatie optimaliseren. Dat zit in de aard van de mens. Een enkele politicus zal tegen de stroom inzwemmen, maar over het geheel genomen zullen mensen handelen om hun eigen positie te verbeteren.

Dan is er nog het punt of de overheid in staat zal zijn om meer innovatie te behalen dan de markt. Dit is nodig want anders dan is het op lange termijn toch beter om voor de vrije markt te kiezen. Door regelgeving blokkeer je de innovatie. Keer op keer zie je dat de overheid een situatie kan bevriezen, en dat ze heel veel moeite heeft om te innoveren. Een ondernemer met een goed idee brengt dat op de markt en als hij geluk heeft dan slaat dat aan. Neem bijvoorbeeld de iPad van Apple. Dit bleek een groot succes te zijn. Hieruit bleek dat ik absoluut ongeschikt ben als ondernemer want ik dacht dat dit lompe ding nooit een succes zou worden. Nu de iPad een succes is zullen andere ondernemers hierop inspelen door applicaties te maken voor de gebruikers van de iPad. Hierdoor maken ook deze ondernemers weer winst en de bruikbaarheid van de iPad neemt ook weer verder toe. Ook leveranciers van hardware zullen hun producten optimaliseren om mee te liften op deze hype. De ene innovatie leidt tot een serie volgende innovaties enzovoort. De innovatie verspreidt zich zo razendsnel door het netwerk. Dit proces gaat als vanzelf op de vrije markt, maar in handen van de overheid loopt dit proces helemaal vast. Onderwijs wordt geleverd door de staat en daar is nauwelijks een vernieuwing uit de verf gekomen. Het is wel geprobeerd, maar dit is dramatisch afgelopen. Op een vrije markt zouden er vooruitstrevende scholen zijn en de succesvolle ideeën worden door anderen overgenomen. De slechte initiatieven sterven vanzelf weer uit. De onderwijsvernieuwingen echter werden steeds landelijk opgelegd en als later bleek dat het een mislukking was dan zat het hele land met de problemen. De overheid probeerde wel een soort marktsituatie te creëren door te werken met pilotscholen. De pilotscholen kregen subsidie en op deze scholen werden docenten geselecteerd om een succes te maken van deze projecten. Deze projecten waren om een aantal redenen succesvol. Ten eerste was er meer geld beschikbaar en kon dus bijvoorbeeld gewerkt worden met kleinere groepen. Verder werden er leraren speciaal geselecteerd voor deze projecten die uitermate gemotiveerd waren. En als laatste was er een belang om succes te laten zien omdat de subsidiestroom anders in gevaar zou kunnen komen. Echter bij landelijke uitrol van deze pilots ontbraken deze randvoorwaarden. De vernieuwingen moesten met minder geld worden ingevoerd door docenten die niet achter deze vernieuwingen stonden. Innovaties op de markt daarentegen verspreiden zich als een olievlek en versterken elkaar. En er is ook een sterk mechanisme om slechte ideeën af te straffen.

Het is voor de overheid onmogelijk de markt zo te sturen dat de uitkomsten een verbetering opleveren. De bestuurders en politici hebben niet het inzicht en de flexibiliteit om op een effectieve manier op te treden. Dat is zelf met de beste wil van de wereld niet voor elkaar te krijgen omdat de economie te complex is om te sturen, zelfs als je goede informatie zou krijgen. Verder krijgen politici heel veel foutieve informatie. Informatie die afwijkt van de daadwerkelijke behoeften die de burgers hebben. De politici krijgen informatie over wat de wensen zouden zijn als je iemand anders kan laten betalen. Eén van de meer verborgen kosten is het effect op innovatie. Het is onduidelijk welke innovaties we zijn misgelopen door het ingrijpen op de markt. Deze problemen leiden tot chronische overbesteding en toenemende inefficiëntie. Een organisatie dus die steeds meer geld nodig heeft en daarvoor steeds minder levert. Laat mensen vrij en op vrijwillige basis met elkaar handelen. Het toepassen van dwang levert alleen iets op voor een beperkt groepje belanghebbenden.

16 reacties:

  1. Je beste artikel tot nu toe wat mij betreft. :-)

    Henri

    BeantwoordenVerwijderen
  2. @Marcel. Soms is een beetje bijsturing van de overheid toch wel handig denk ik. Bij epidemieen, zoals de Q koorts bijvoorbeeld. 1 of meerdere bedrijven met besmette dieren kunnen een groot deel van de provinciebevolking ziek maken, terwijl ze zelf hier misschien niet de gevolgen van ondervinden. Met marktwerking of vrijwillige samenwerking kom je er in dat geval niet. Bovendien is om zo'n crisis op te lossen coordinatie van bovenaf nodig. Een boer op een Q koortsboerderij heeft namelijk niet echt veel reden om niet door te fokken met zijn dieren (aangenomen, dat de voedselveiligheid geen gevaar loopt) het is alleen zijn omgeving die hierdoor gedupeerd wordt. Volgens mij is dit dus een uitzondering op de regel, dat normaalgesproken vrijwillige samenwerking inderdaad meer resultaat oplevert.

    Verder ben ik het met de vorige spreker eens: het is inderdaad een heel goed artikel.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @Marcel. Net bedacht ik me nog een uitzondering op de regel dat vrijwillige samenwerking en marktwerking het meest effectief is: het gebruik van antibiotica in de veehouderij. Doordat er zo massaal antibiotica in de veehouderij gebruikt worden, ontstaat er steeds meer resistentie tegen. Hierdoor helpen steeds minder antibiotica voor mensen die ziek zijn. Ook dat lijkt mij een situatie waar regels van bovenaf nodig zijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. @Anoniem In het geval van de Q-koorts en de anti-biotica hebben de ingrepen door de overheid ook niet geholpen. Het kan dat de markt het hier ook niet best doet, maar dan doen beide het niet zo goed. Er zijn gevallen waar de vrijwillige samenwerking heel lastig verloopt zoals in de genoemde voorbeelden. Maar dat wil niet direct zeggen dat de toepassing van dwang de situatie verbeterd. Als de markt het niet op kan lossen dan wordt wel eens snel de conclusie getrokken dat de overheid het dan dus moet doen. Maar misschien doet de overheid het nog wel beroerder.

    Met vrijwillige samenwerking is er ook coördinatie van bovenaf mogelijk en die zal er ook zeker komen bij genoemde voorbeelden. Er is bestuur en organisatie nodig om zaken te regelen. Het is de vraag wanneer hierbij de toepassing van dwang is toegestaan. In bovenstaande voorbeelden lijkt er te worden uitgegaan van een ideale overheid. Deze neemt op effectieve wijze de coördinatie op zich, handelt doelgericht en in het belang van de samenleving. De overheid wordt echter bestuurd door mensen en dat heeft gevolgen. In de praktijk blijkt deze ideale overheid er helemaal niet te zijn en daardoor ontstonden ook de problemen met de Q-koorts en de anti-biotica. Deze redenering wordt veel toegepast. De markt werkt niet en daarom moet de overheid het oplossen. Dit wordt vervolgens ondersteund met voorbeelden van overheidsfalen!

    In het geval van anti-biotica is de afzwakking van de effectiviteit onvermijdelijk. Anti-biotica zal uiteindelijk zijn effectiviteit verliezen. De bacteriën evolueren en passen zich aan, deze evolutie kan niet gestopt worden. Je ziet dit overal optreden waar de natuur bestreden wordt met allerlei middeltjes. De middelen tegen onkruid verliezen bijvoorbeeld ook hun effectiviteit. Zorgvuldiger beleid kan er wel voor zorgen dat het langer duurt voordat bepaalde anti-biotica ineffectief worden. Dit betekent ook dat er mogelijkheden zijn om winst te behalen. Als er een organisatie is die anti-biotica heeft die nog niet veel gebruikt zijn dan kan deze de distributie tijdelijk stopzetten als hij ziet dat de effectiviteit van anti-biotica afneemt. Na een aantal jaren kan hij dan een grote slag slaan door zijn anti-bioticum dat nog wel effectief is op de markt te brengen. Zijn anti-bioticum is namelijk in waarde gestegen doordat de andere minder effectief werden.

    In het geval van de Q-koorts is er sprake van aansprakelijkheid door degene die de ziekte veroorzaakt. Degene met de zieke geiten heeft ervoor gezorgd dat zijn buren ziek zijn geworden. Verder zal de boer ook willen voorkomen dat hij en zijn gezin ziek worden. Daarmee is er een voedingsbodem voor het ontstaan van een organisatie. Of een bestaande belangenorganisatie kan de coördinatie op zich nemen.

    In het geval van dergelijke ziektes kwam laatst ook het vermoeden naar boven dat de leveranciers en de wetenschappers druk uitoefenen op de overheid om meer in te grijpen en investeringen te doen. Het zijn onder andere dergelijke machtsspelletjes die de effectiviteit van de overheid ondermijnen. Het is deze overheid in de praktijk die je als maatstaf moet nemen en niet de theoretische overheid uit het boekje. De markt is ook niet ideaal. Vrijwillige samenwerking levert niet altijd ideale uitkomsten op. Maar het is vervolgens maar de vraag of dwang die uitkomsten kan verbeteren. Deze dwang wordt ook toegepast door mensen en dat moeten we meenemen in de analyse. Uitgaan van de overheid als een abstract instituut met allerlei ideale eigenschappen leidt ten onrechte tot de conclusie dat overheidsingrijpen nodig is.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Het lijkt me dan inderdaad dat die aansprakelijkheid, de boer een prikkel geeft om een dergelijke epidemie te voorkomen. Maar heeft hij ook een prikkel om te voorkomen dat de epidemie zich verder verspreidt? Dus om maatregelen te nemen als de epidemie eenmaal uitgebroken is?

    BeantwoordenVerwijderen
  6. @Anoniem Er zijn hogere organisatieniveaus dan de individuele boer. Zeker in de landbouw zijn er allerlei belangenorganisaties. Het is niet te voorspellen welke oplossingen er bedacht zullen worden. Het ironische is dat als je zou weten wat de vrije markt zou bedenken je over zou kunnen stappen op een geplande situatie omdat je het dan kan nabootsen.

    De belangrijkste vraag blijft echter of de overheid hier een beter resultaat laat zien. Kennelijk ben je juist ontevreden over het beleid dat de overheid gevoerd heeft ten aanzien van de Q-koorts. De overheid levert niet het gewenste resultaat.

    De markt heeft ook zijn tekortkomingen, maar zal toch ook met oplossingen komen. De vrijwillige oplossing heeft de voorkeur als deze beter werkt dan het opleggen van dwang. De markt hoeft niet perfect te zijn alleen maar beter dan de overheid. En ten aanzien van de Q-koorts ligt de drempel niet hoog. Wat heeft de overheid gedaan om de Q-koorts te bestrijden dan absoluut noodzakelijk is en dat niet vrijwillig tot stand had kunnen komen?

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Dit artikel doet mij denken aan de boterberg en melkplas.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Middle-of-the-Road Policy Leads to Socialism!

    http://mises.org/daily/2370

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Kunnen opleidingseisen bij beroepen zoals arts niet gerechtvaardigd zijn? Het is toch geen fijn idee, om door een kwakzalver geopereerd te worden.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. @Anoniem
    Het stellen van opleidingseisen is voor sommige vakken zeker een goede zaak. Deze vaardigheidseisen moeten misschien zelfs ook worden bijgehouden om je beroep uit kunnen blijven oefenen.

    Nu we het daarover eens zijn is de vraag wie er moet zorgen voor naleving van die eisen. Het lijkt mij niet nodig dat de overheid dit doet. Het unieke van de overheid is het monopolie op geweld. En hier hebben we geen geweld nodig alleen een praktische en veilige oplossing voor de consument.

    De consument bepaald uiteindelijk welke mate van veiligheid hij wenst. Dat kan hij direct doen door van elke arts te checken welke papieren die heeft, maar dat zullen de meeste consumenten wat omslachtig vinden. Eenvoudiger kan het zijn om dit via een zelfstandige organisatie te doen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om als arts een keurmerk te voeren. Dit wordt nu al in vele branches gebruikt. Een dergelijk keurmerk kan zelfs gekoppeld worden aan een sterrensysteem zoals je nu hebt bij hotels. Dan heb je de keuze hoeveel geld je uit wilt geven. Een andere mogelijkheid om dit via de verzekeraar te laten lopen. Deze zorgt er dan voor dat de geboden zorg van een bepaald niveau is. Het is aan de consument om te bepalen welk niveau van zorg hij wil ontvangen.

    Regels, organisatie en centrale coördinatie zijn soms nodig. Maar het is niet zo dat de overheid de enige is die hiervoor kan zorgen.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. En hoe zit het met als het fout gaat. Stel een consument gaat naar een arts zonder sterren of keurmerk en laat zich door hem opereren. De patient loopt een verminking op. Is dit het risico voor de patient? Of moet de arts een schadevergoeding betalen?

    Ten slotte hoe zit het als het mis gaat bij een ervaren arts? Bijvoorbeeld doordat het een risicovolle operatie is? Kan de patient dan hem aanklagen. Of hoort het risico bij de operatie?

    BeantwoordenVerwijderen
  12. @Anoniem Een ieder die een contract afsluit moet zijn verplichtingen nakomen. Het keurmerk is alleen maar extra daarbovenop. Elke arts die zijn patient slecht behandeld of verminkt kan dus worden aangeklaagd voor schadevergoeding.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Kan je in een libertarisch systeem ook schadevergoeding eisen voor emotionele schade? Dus bijvoorbeeld voor de nabestaanden van mensen die overlijden bij medische missers? Of moet er sprake zijn van daadwerkelijk gemaakte kosten of gemiste inkomsten?

    Zo ja, hoe wordt die schadevergoeding voor emotionele schade vastgesteld? En hoe wordt voorkomen, dat er in Nederland een claimcultuur ontstaat met oneindig veel rechtzaken.

    BeantwoordenVerwijderen
  14. @Anoniem Het lijkt mij dat iemand die een slecht product krijgt in ieder geval de directe schade vergoedt moet krijgen. Emotionele schade kun je op twee manieren opvatten. Stel dat iemand in een rolstoel terecht komt door een fout van een arts. Dit kan ertoe leiden dat er enige begeleiding door een psycholoog nodig is. Dit zijn gemaakte kosten. Maar het kan ook verder gaan. Dan moet er smartengeld betaald worden. Dat is een veel vager begrip en ik denk niet dat dit zou vallen onder een standaard schadevergoeding.

    Voor degenen die zich willen indekken is het wel mogelijk om zich te verzekeren tegen dergelijke voorvallen en dan kun je de verzekering helemaal maken zoals jij dat wenst.

    Degene die in een rolstoel komt kan wellicht niet meer het inkomen verdienen dat hij voor die tijd had. Moet dit ook vergoed worden? Omdat dergelijke vragen vaker aan bod zullen komen bij het afnemen van medische diensten. Zal daar waarschijnlijk in het contract ook rekening mee gehouden worden. In het contract kan worden aangegeven tot hoever de arts aansprakelijk is als er iets mis gaat.

    Voor de klant denk ik dat dit uiteindelijk niet te ingewikkeld hoeft te zijn. Deze kan de rompslomp door de verzekeraar af laten handelen. Je bepaalt wat je wilt laten verzekeren en wat er moet gebeuren bij missers. De verzekeraar regelt vervolgens de rest als het echt misgaat. Net als bij een auto-ongeluk waarbij de zaak tussen de verzekeraars wordt afgehandeld. Zelf hoef je dan alleen even te bellen en een keer een formulier op te sturen.

    Bij een claimcultuur stel ik me voor dat je bedoelt dat er meer geclaimd kan worden dan er daadwerkelijk aan schade geweest is. Dit is zeker niet de bedoeling. Het uitgangspunt is dat de schade vergoedt wordt van de benadeelde partij. De arts die te goeder trouw handelt hoeft niet meer te betalen dan dat. Ik ben me ervan bewust dat het niet altijd makkelijk is om op een objectieve manier een bedrag te koppelen aan elke schade. Maar dat probleem staat los van het systeem. Het slachtoffer heeft recht op schadevergoeding ook als het lastig is om deze schade te berekenen.

    BeantwoordenVerwijderen
  15. @Marcel. "Het uitgangspunt is dat de schade vergoedt wordt van de benadeelde partij. De arts die te goeder trouw handelt hoeft niet meer te betalen dan dat."

    Kan ik daaruit afleiden, dat een arts die in zekere mate verwijtbaar bezig is (bijvoorbeeld door onder invloed van alcohol of drugs aan de operatietafel te staan of een operatie uit te voeren waar hij niet deskundig in is) wel een hogere schadevergoeding moet betalen?

    Ten tweede vraag ik me af waarom gederfde inkomsten in de toekomst niet automatisch bij de schadevergoeding horen. Dus waarom iemand die in een rolstoel beland en daardoor voortaan minder zal verdienen niet automatisch die gederfde inkomsten vergoed zal krijgen. Waarom hij zich daartegen moet verzekeren.

    En werkt dit precies hetzelfde bij mensen die overlijden door medische missers? Dus dat dan de nabestaanden kosten vergoed krijgen?

    En geldt dit systeem van schadevergoedingen ook voor mensen die derden schade veroorzaken? Bijvoorbeeld in het geval van een bedrijf, dat een milieuramp veroorzaakt.

    BeantwoordenVerwijderen
  16. @Anoniem Uitgangspunt blijft dat de schade die het slachtoffer leidt vergoed moet worden. Dus ook gederfde inkomsten. Alleen ten aanzien van smartegeld heb ik wat reserveringen omdat het dan wel heel onduidelijk wordt wat nu de schade is.

    Verzekeringen zijn niet noodzakelijk, maar kunnen dingen wel makkelijker maken. Als je je verzekert dan weet je zeker dat je direct gecompenseerd wordt voor bijvoorbeeld inkomstenderving. Moet er eerst een rechtszaak worden gevoerd dan kan het even duren voordat je je geld krijgt. De verzekering zou dan het slachtoffer kunnen betalen en de claim over kunnen nemen. De verzekeraar zorgt dan dat het geld geïnd wordt.

    Verder is het zeker denkbaar dat een crimineel een grotere schadevergoeding moet betalen dan alleen de geleden schade. Rothbard gaf aan dat hij twee keer de schade een goed norm vond.

    Als het slachtoffer is overleden kunnen de erggenamen inderdaad optreden als claimende partij.

    In een libertarische maatschappij is er bescherming van eigendomsrechten. Dat betekent dat als je andermans eigendommen beschadigd dat je zal moeten vergoeden. Dus ook als je een olieramp veroorzaakt zul je alle slachtoffers een vergoeding moeten geven voor de schade.

    BeantwoordenVerwijderen