We zijn er aan gewend geraakt dat de technologische vooruitgang, maar voortraast. Twintig jaar terug hoorde je nog wel eens iemand zeggen dat de computers eens niet meer sneller zullen worden. Maar deze geluiden zijn naar de achtergrond verdrongen. Is technologie een oneindige bron of zijn er grenzen aan de technologische vooruitgang? Of misschien zijn de technologische mogelijkheden wel groot, maar worden ze beperkt door het menselijk bevattingsvermogen. Als de technologische vooruitgang stokt dan zullen de nodige problemen ontstaan. Zet de technologische ontwikkeling door dan zal dat voor de nodige veranderingen zorgen. Eén ding is zeker, de tijden veranderen.
Sommige technologische ontwikkelingen zijn in hun aard beperkt. Daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan het ontdekken wat er zich in de oppervlakte van de aarde bevindt. De technieken om hier onderzoek naar te doen zijn steeds verder verbeterd en de kosten dalen daardoor. Het is nu wachten op het volledig in kaart brengen van wat er zich onder de oppervlakte bevindt, net zoals we de oppervlakte al in kaart hebben gebracht. Of denk aan het human-genome project. Dit project wilde het menselijk genoom in kaart brengen. Dat is nu gelukt en nu gaan ze verder met het ontcijferen van de betekenis. Maar er is een moment dat je de betekenissen van de verschillende genen gevonden hebt.
Dan geldt verder ook hier de wet van de afnemende meeropbrengsten. De makkelijke uitvindingen zijn nu wel gedaan. De eenvoudige doorbraken die grote gevolgen hadden. Denk bijvoorbeeld aan iets eenvoudigs als doktoren die hun handen wassen in het ziekenhuis. Er was een tijd dat men dit echt niet wist. Men had geen weet van het bestaan van bacteriën en men stond er daarom eenvoudigweg niet bij stil. Zo waren er enkele jaren terug nog vele uitvindingen te doen waarmee met eenvoudige middelen hele grote stappen vooruit gedaan konden worden. Wat er nu wordt uitgevonden duurt over het algemeen lang en vraagt grote investeringen. Een nieuw medicijn ontdekken kon ooit als solistische actie in een laboratorium, maar inmiddels is deze research steeds duurder geworden. En de vaart lijkt er ook een beetje uit. De grote farmaceutische bedrijven proberen patenten op te rekken door kleine verbeteringen aan te brengen, maar het aantal grote doorbraken lijkt minder te worden. Nieuwe vindingen vragen steeds grotere investeringen. Een goed voorbeeld daarvan zijn de deeltjesversnellers. Die worden steeds groter en daarmee ook duurder. En het lijkt erop dat die in CERN nu toch wat op gaat leveren ten aanzien van het Higgs deeltje. Maar hoeveel groter en duurder moet de volgende deeltjesversneller worden om het volgende puzzelstukje te vinden.
Zelf ben ik bekend met wiskunde en economie. En ten aanzien van beide wetenschappen is het meeste denk ik wel bedacht. Voor wiskunde is het tegenwoordig echt heel veel werk om nog iets nieuws toe te voegen. En voor de toegepaste wiskunde is de kennis nagenoeg compleet. Wiskunde als gereedschap is nagenoeg af. In de abstracte wiskunde zijn er nog altijd wel obscure hoekjes en gaatjes die ontdekt kunnen worden. Maar het is maar de vraag of dat ook praktisch nut zal hebben. Wiskunde is inmiddels een degelijk bouwwerk, met vele toepassingen. Voor de economie liggen de zaken er wat anders voor. Hoewel naar mijn mening de meeste kennis wel bekend is, is er nog geen overeenstemming over wat nu wel en niet waar is. Dat betekent dat we dus in de toekomst niet echt nieuwe ideeën toe moeten voegen aan de economische wetenschap. Het is meer dat de slechte theorieën geschrapt moeten worden. Wat dat betreft zitten we nu in een hele leerzame situatie en dat zal de mening over wat wel en niet waar is binnen de economie weer veranderen.
Deze beperking ten aanzien van afnemende meeropbrengsten zie je ook terug op individueel niveau. Een mens is maar beperkt en elke baby begint weer bij nul. Stel dat je een bijdrage wilt leveren aan de wetenschap. Dat vraagt een enorme hoeveelheid studie en heel veel is al opgevuld. Het toevoegen van iets extra’s vraagt steeds weer meer van de volgende generatie. Nu zien we dat die generatie in aantallen groter is en beter opgeleid en dat compenseert veel. Maar voor het individu wordt het steeds lastiger en duurt het steeds langer om een bijdrage te leveren aan nieuwe wetenschappelijke kennis. De huidige generatie die nu op school zit moet straks concurreren met de hypergemotiveerde Chinese en Indiase studenten die allemaal wat bij willen dragen. De menselijke intelligentie en levensduur is beperkt. Mensen kunnen langer studeren en ze kunnen betere hulpmiddelen krijgen, maar uiteindelijk wordt het onderzoek gedaan door mensen die beperkt zijn in hun mogelijkheden en tijd.
Het meest voor de hand liggende voorbeeld van technologische vooruitgang is de personal computer. Deze is steeds maar sneller geworden en heeft steeds meer mogelijkheden gekregen. De procesoren die hier in zitten worden steeds sneller. Maar ook hier worden ook bepaalde grenzen bereikt. Er is een einde gekomen aan het steeds maar opvoeren van de kloksnelheid en dus wordt er gezocht naar andere manieren om de snelheid te vergroten. De architectuur moet slimmer en efficiënter worden opgezet. Verder worden er nu steeds meer processoren naast elkaar gezet. Zoals de dual-core en de quad-core. Dit laatste is een aardige oplossing, maar het is niet echt een technologische doorbraak.
Het geloof in technologische vooruitgang is deels gebaseerd op het zelfversterkende effect van technologie. Elke technologische vooruitgang maakt de volgende stap weer makkelijker. Neem het voorbeeld van het ontwikkelen van een snellere computer. Lukt het je om een snellere computer te ontwikkelen dan heb je voor het ontwikkelen van een nog betere computer die snellere computer tot je beschikking. Dit geeft mogelijkheden om te ontkomen aan de beperkingen die de mens heeft. Inmiddels hebben wetenschappers een rijk arsenaal aan gereedschappen ter beschikking door alle ontdekkingen die de wetenschappers die hen voor gingen gedaan hebben. De vraag is natuurlijk hoe lang dit zelfversterkende effect door zal zetten. Is dit effect werkelijk onuitputtelijk of zitten ook hier grenzen aan.
Een tegenvaller voor de technologische vooruitgang is ironisch genoeg de natuur. Daar waar er onderzoek wordt gedaan naar de natuur, blijkt de natuur vaak veerkrachtiger dan verwacht. Denk bijvoorbeeld aan de genzaden waarmee je gewassen kunt verbouwen met ingebouwde weerstand tegen de bestrijdingsmiddelen. Het onkruid blijkt echter sterker dan verwacht en past zich ook aan, aan de bestrijdingsmiddelen. Het sterke onkruid overleeft het sproeien met bestrijdingsmiddel en die genen worden doorgegeven naar de volgende generatie. Zo wordt het onkruid steeds sterker. Het bestrijdingsmiddel en daarmee het genetisch gemanipuleerde gewassen heeft daardoor steeds minder waarde. Naarmate het superonkruid oprukt wordt de waarde van deze vindingen minder. Een ander treffend voorbeeld daarvan is natuurlijk de opkomst van bacteriën die resistent zijn tegen antibiotica. Een zelfde proces van selectie speelt hier een rol en dat maakt de antibiotica steeds minder effectief. Er zullen nieuwe oplossingen gevonden moeten worden om ontstekingen te bestrijden als deze bacteriën verder oprukken. Onderzoek moet gedaan worden niet voor verbetering, maar om de situatie in stand te houden.
Wat zijn de gevolgen van een eventuele afnemende technologische vooruitgang? Wat zijn de gevolgen als elke volgende stap weer wat moeilijker wordt. Stel dat je de uitstoot van auto’s gelijk wilt houden. De hoeveelheid auto’s groeit en de techniek zal dus sneller moeten gaan als de uitbreiding van het aantal auto’s. Als we binnen vijf jaar allemaal in een Prius rijden dan hebben we ongeveer het effect gecompenseerd van de extra auto’s die er in die tijd bij zijn gekomen. En dan moet je de volgende stap maken. Die stap moet dan net zo groot zijn als de stap van een conventionele auto naar een hybride auto. Die volgende stap zal nog weer lastiger zijn. En vijf jaar daarna weer, enzovoort. Een dergelijke redenering kun je op heel veel gebieden toepassen. De kwaliteit van kopererts neemt steeds verder af. De beste erts is inmiddels opgegraven en nu wordt overgestapt over ertsen met een lagere concentratie koper. Nu kun je technieken ontwikkelen die hiermee om kunnen gaan. Dan kun je bij gelijke kosten toch gelijke hoeveelheden koper uit de grond halen ondanks de verslechtering van de kwaliteit van het koper de erts. De technologie compenseert de achteruitgang op andere gebieden. Maar hoe lang kun je dit nog vol houden?
Alles wordt makkelijker met technologische groei. We kunnen duurzaam worden zonder offers te brengen, de bevolking kan groeien zonder dat dit ten koste gaat van anderen en we kunnen allemaal rijker worden. Iedereen kan rijker worden zonder dat er iemand in hoeft te leveren. Dat maakt dat de wereld veel eenvoudiger te besturen is met technologische vooruitgang dan zonder. Dus laten we hopen dat we de huidige groei vast kunnen houden. Stopt de groei dan is het smeermiddel weg en zullen er lastige tijden aankomen. Zet de technologische vooruitgang wel door dan zal dat de maatschappij verder veranderen zoals we de laatste jaren ook al gezien hebben. De toekomst is onzeker, maar we weten wel zeker dat de komende twintig jaar heel anders zullen zijn dan de afgelopen twintig jaar. Technologische vooruitgang verandert de maatschappij, stagnatie van technologische vooruitgang heeft echter nog een veel grotere impact op de maatschappij. Tijden veranderen, maar beleidsmakers en politici maken beleid of ze weer terug kunnen keren naar het verleden.
Pakken wat je pakken kan
3 uur geleden
Grote technische ontwikkelingen komen vrijwel altijd uit onverwachte hoek (en zijn in dat opzicht een "zwarte zwaan"). Een goed voorbeeld is de PC. Als je leest hoeveel IBM oorspronkelijk had geschat dat ervan verkocht zouden worden schiet je in de lach. Idem met het internet. Op de ontwikkeling daarvan heeft zich bv. ook Microsoft verkeken. Wie had er in 2000 van Google gehoord?
BeantwoordenVerwijderenJe kunt dus niet zomaar de huidige stand de techniek extrapoleren.
Dan heb je ook nog de "kruisbestuiving". Het Human Gnome Project was veel sneller klaar dan oorspronkelijk geschat. Oorzaak: de enorme vooruitgang in goedkope computerrekenkracht.
@Matt Technologische ontwikkelingen zijn zeker zwarte zwanen. Maar men rekent nu zo op vooruitgang dat ook het uitblijven van ontwikkeling een zwarte zwaan zou zijn. Zowel vooruitgang als stilstand zal de nodige veranderingen teweeg brengen.
BeantwoordenVerwijderenIk vind het een mooi filosofisch stukje, maar ik sluit me aan bij Matt: zolang er mensen zijn, zullen er technische ontwikkelingen zijn.
BeantwoordenVerwijderenIeder mens (zelfs ik) heeft wel eens helder moment waarop hij/zij denkt: "Dat is een goed idee, dat bestaat volgens mij nog niet!" Tussen al deze ideeën zit ook vast "wel eens" een idee dat de technologische samenleving op gang houdt.
Ik ben vooral bang van de beknotting van de opbrengsten van bedrijven door de overheid , die we de komende jaren ongetwijfeld te verduren zullen krijgen. Het is opvallend dat in de jaren 50-60 van de vorige eeuw , in een periode waar er nog "eenvoudige" uitvindingen mogelijk warren, er GEEN ENKELE uitvinding kwam uit landen ( Rusland, Korea, China, Afrika) waar bedrijven en opbrengsten door de overheid beknot werden.
BeantwoordenVerwijderenWat voor zin heeft het uitvindingen te doen, waarvoor je toch geen opbrengst mag ontvangen ?
Het feit dat nieuwe uitvindingen meer investeringen zullen vragen, is een bijkomend argument om de invloed van de overheid op bedrijven te verminderen.
Ik vind dit een beangstigende situatie.
@Blue Coat Helemaal mee eens. Als dit zo doorgaat gaan de belastingen flink omhoog. Als Nederland/de EU zijn technologische voorsprong verliest dan krijg je een hele andere concurrentieverhouding met het Oosten dan we nu gewend zijn. En ik denk dat je de voortekenen van deze trend nu al ziet.
BeantwoordenVerwijderen