maandag 13 september 2010

Welk pensioen?

Met alle berichten over de pensioenen is het makkelijk om te verzanden in alle informatie die je over je heen krijgt. Om te begrijpen wat er aan de hand is moeten we de ogen op de bal houden. Laten we de zaak eens uiteenrafelen om te zien wat we aantreffen.

Ten eerste is het van belang om te weten wat een pensioen is. Het is niet veel meer dan een spaarpotje. De uitkering is afhankelijk van het rendement en van je levensduur. Leef je langer dan krijg je meer geld omdat je uitkering langer duurt. Dat betekent ook dat als de levensverwachting toeneemt dat de uitkering verlaagd moet worden. Die levensduur is min of meer een gok want we weten niet wat de stand van de medische wetenschap zal zijn over enkele jaren. Maar pensioenfondsen kunnen wel in problemen komen door de langere levensverwachting. Ze zeggen een bepaald vast bedrag toe en als mensen ouder worden dan kan dat erg duur zijn. Maar dat is dan ook precies waar je je tegen verzekerd met een pensioen. Dit is dus precies het werk van de pensioenverzekeraar. Anders had je ook kunnen kiezen voor een regulier spaarpotje. Tenminste als die keuze door de fiscale behandeling van spaargeld niet onmogelijk gemaakt was. Zelf sparen leidt ertoe dat je heel veel belasting moet gaan betalen. Dat betekent in de praktijk dat het bijna verboden is om zelf te sparen voor je pensioen. Je zal altijd gebruik moeten maken van een verzekeraar om een gunstige fiscale regeling af te sluiten.

Afgezien van wat bijzonderheden kun je het pensioen het beste zien als een spaarpotje. Als je veel wil sparen moet je of meer inleggen of je moet een hoger rendement halen. En anders blijft er aan het einde van de rit minder over. Veel moeilijker dan dit moet je het niet maken, want dan verlies je het overzicht. Helaas lijken mensen een behoefte te hebben om dingen ingewikkeld te maken als ze dat niet zijn. Met name als er gesproken wordt over rechten kan het verhaal heel onduidelijk worden. “De gepensioneerden hebben recht op hun uitkering omdat zij daar jarenlang voor hebben gespaard.” Dat klinkt allemaal leuk en aardig, maar het geld is op. Het recht van de gepensioneerden betekent in dat geval dus de plicht van de belastingbetaler om meer af te dragen. 

Het rendement op beleggingen zal de komende tijd wel eens tegen kunnen vallen. Je hoeft er niet echt voor geleerd te hebben om te snappen dat het lastig wordt om winst te maken op investeringen de komende tijd. Niets is zeker, maar de kans is zeker aanwezig dat de komende tijd er weinig winst wordt gemaakt. Als je geld weg wil zetten voor later dan heb je iemand nodig die daar geld mee kan maken. Rendementen op spaargeld komen ergens vandaan. Het zijn de ondernemers die de rente op spaargeld mogelijk maken. Er moeten ondernemers zijn die winstkansen zien en rendementen kunnen halen op dat geld. Als ondernemers geen rendement kunnen behalen dan kunnen pensioenfondsen dat ook niet want zij zijn slechts een doorgeefluik.

Wat moet je doen met deze sombere vooruitzichten? Je kan ten eerste zoeken naar mogelijkheden om toch het geld winstgevend te beleggen. Je kan daarvoor kijken of er in andere gebieden op de wereld geen mogelijkheden zijn om je geld beter te beleggen. Er is geen enkele reden waarom het rendement in Europa behaald moet worden. Maar dat geeft geen enkele garantie op hogere rendementen.

Dan is er de mogelijkheid om de uitkeringen van de pensioenen te korten. Daar is op zich wat voor te zeggen. Doorgaan met uitkeren kan leiden tot interen op het vermogen en dan wordt de basis om verder te groeien in de toekomst kleiner. Als je geld weg is tegen de tijd dat het weer goed gaat met de economie dan ben je nog weinig opgeschoten. Je kan dus wel de uitkeringen gelijk houden, maar daarmee neem je een risico met de toekomstige pensioenen. Gok je verkeerd dan gaan de pensioenen in de toekomst extra hard onderuit. Deze verkeerde gok zal veroorzaakt worden doordat de rendementen toch tegenvallen. Helaas blijf je afhankelijk van de pensioenfondsen. De burger heeft niet de mogelijkheid om zijn pensioenfonds aan de kant te zetten en het zelf op te lossen. Zelfs als je een extra spaarpotje op wilt bouwen dan is dat heel lastig. Er zijn wel mensen die fysiek goud oppotten om zo een garantie te hebben als er uiteindelijk te weinig pensioengeld blijkt te zijn. 

Dit betekent dat een aantal zaken een rol gaan spelen de komende tijd. Ten eerste ten aanzien van het rendement spelen de beurskoersen en het rendement op staatsobligaties een belangrijke rol. Ten tweede kan de overheid de regels versoepelen zodat het makkelijker wordt om de problemen naar de toekomst te verschuiven. De rentestand speelt een belangrijke rol omdat dit de contante waarde van de verplichtingen verhoogd. Daardoor wordt het lastiger om aan die verplichtingen te voldoen. Dit schetst wel een heel eenzijdig beeld van de situatie. Het suggereert dat een stijgende rentestand betekent dat de problemen afnemen. Stijgende rentestanden kunnen echter weer slecht vallen op de beurzen en verlaagt de waarde van de obligaties die je in bezit hebt. Een hogere rente kan dus problemen geven aan de bezittingenkant van de pensioenfondsen. Het simpelweg toeschrijven van de problemen aan de rentestanden is daarom wel wat te simpel. Het is wel een effectief middel om de publieke opinie en de politiek mee te krijgen om de regels te versoepelen.

Het versoepelen van de regels betekent eenvoudig dat de pensioenfondsen de problemen niet direct hoeven op te lossen. De neiging om problemen naar de toekomst te verschuiven is heel menselijk. Mensen zijn normaal gesproken geneigd om verlies te vermijden, maar dit proces kan verstoord raken en dat kan leiden tot irrationele beslissingen. Met name nadat iemand een groot verlies te verwerken heeft gehad is de neiging groot om grote risico’s te nemen. Een goed voorbeeld hiervan is het spelletje deal-or-no-deal. In dit spelletje krijgen mensen 15 dozen. In deze dozen zitten verschillende bedragen. Op een groot scherm kun je zien welke bedragen er nog openstaan. Elke ronde bestaat eruit dat de speler een doos kiest om weg te doen en vervolgens krijgt hij een aanbod van de bank. Gaat hij in op het aanbod dat speelt hij niet meer verder. In het begin van het spel doet de bank nog slechte aanbiedingen, maar naarmate het spel vordert worden de aanbiedingen beter. Dit spelletje is onderzocht en het blijkt dat als mensen grote bedragen verliezen dat ze dan daarna slechte beslissingen gaan nemen. Stel bijvoorbeeld dat iemand nog 500.000, 10.000. 100 en 10 heeft als getallen. De verwachtingswaarde van het spelletje is nu ruim een ton. De bank biedt je 90.000 en de speler weigert het aanbod. Het aanbod was inderdaad laag dus doorspelen en gokken op een beter aanbod was een reële strategie. Maar de speler heeft pech en hij speelt de 500.000 euro weg. Maar de bank doet hem nu een voorstel voor 4100 euro en dat is meer dan de verwachtingswaarde van doorspelen. Maar nu kiest hij ervoor om toch door te spelen en hij verliest uiteindelijk zelfs die tienduizend euro. Dit is een weergave van een spelletje dat echt heeft plaatsgevonden en veel van deze spelletjes hebben een soortgelijk verloop. Na dit grote verlies wil de speler perse die tienduizend euro winnen en elk bedrag dat lager is dan dat weigert hij.

Een dergelijk effect zie je nu ook optreden op hoger niveau. Bestuurders en politici vallen net zo goed ten prooi aan de menselijke tekortkomingen. De pensioenfondsen hebben enorme verliezen geleden en er is gewoon geen geld genoeg. Maar men wil het verlies nu nog niet nemen en het verzet is daarom groot. Er is net een groot verlies geweest en men probeert wanhopig om de situatie voor het verlies te herstellen. Men verliest de huidige situatie uit het oog en is teveel bezig met repareren van wat er vroeger was. En daarmee wordt een groot risico genomen. De problemen worden vooruit geschoven en de bult problemen die vooruitgeschoven wordt neemt momenteel wel hele grote vormen aan. Het kan goed gaan net als dat de speler van het spelletje toch nog 10.000 euro had kunnen verdienen. Maar als het fout gaat dan is de ellende niet te overzien.

5 reacties:

  1. Er is een verschil in verwachtingen vooraf tussen pensioenfondsen en pensioenverzekeraars. Bij een pensioenverzekeraars sluit je in de regel in nominale termen een lijfrentepolis af met gelijkblijvende inleg met een garantie op basis van 4% rekenrente (evt met winstopslag) of vrije beleggingskeuze. Dat is niet zo snel gedoemd te mislukken. Er kunnen teveel kosten worden ingehouden en/of het reële eindbedrag kan tegenvallen.

    Pensioenfondsen zijn in principe spaarpotten maar gaan gebukt onder de hoge verwachtingen en beloften die zijn gedaan in combinatie met hoge rekenrendementen (6-8%). Er zijn in het verleden (en er worden nog steeds) beloftes gedaan dat het pensioen gerelateerd wordt aan het laatst of gemiddeld verdiende salaris. Daar zijn volgens mij behoorlijke backservice-verplichtingen mee gemoeid. Het zal me niet verwonderen dat die ooit gratis zijn verstrekt toen het fonds nog hoge rendementen maakte of een dekkingsgraad van 200% had. Verder speelt de verwachting dat het pensioen ook nog eens welvaartsvast zal zijn, dus met jaarlijkse inflatiecorrectie.

    En mocht er inderdaad iets tegenvallen, of zou men iets te rooskleurig gecalculeerd hebben dan is er nog de verwachting dat de (ex-)werkgever het tekort zal gaan aanvullen. Dat lijkt me iets waar bedrijven zo snel mogelijk vanaf willen.

    Kortom, het verstand komt met de jaren.

    P.S. Ik denk dat als een samenleving, zoals de Europese, uitgegroeid is dat hoge reële rendementen dan ook tot het verleden gaan behoren. Behalve dan in een aantal monopolistische/oligopolistische markten. Dan zie je dat het een soort vestzak-broekzak wordt: het rendement dat je pensioenfonds op de bankaandelen maakt heb je er eerst zelf ingestopt als overwinst op de hypotheekrente of als steun van de belastingbetaler. Het blijft een gesloten systeem, hoewel dat op wereldschaal wat lastiger te zien is.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Je kunt wel degelijk zelf sparen voor pensioen via de bankspaarregeling. Die is in het leven geroepen om mensen een alternatief te geven voor onderbrengen van het pensioen bij een verzekeraar.

    Banksparen biedt dezelfde fiscale voordelen als een pensioenverzekering. Het verschil is wel dat je een geldbedrag bij elkaar spaart, en niet een maandelijkse uitkering vanaf de start van het pensioen tot aan het overlijden.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @Anoniem. Je spaart inderdaad een geldbedrag bij elkaar. Maar daarvan moet je wel verplicht een lijfrente kopen. Wat dat betreft hoop ik dat het levenslooptegoed tzt iets flexibeler in te zetten is.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. @Anoniem Bedankt voor de aanvulling. Wat overeind blijft is dat je gedwongen wordt om een product af te nemen van een grote bank of verzekeraar.

    Verder is een nadeel dat je verplicht bent om een ingewikkeld product af te nemen. Een spaartpotje is misschien niet voor alle situaties ideaal. Maar het voordeel is wel dat het een heel simpel product is. Dergelijke simpele producten worden minder aantrekkelijk gemaakt. En vervolgens komen er brokken doordat teveel mensen zich ingewikkelde financiële producten aan laten praten. Deze producten zijn voornamelijk ingewikkeld door de fiscaliteiten die ermee samenhangen. Een eenvoudiger belastingstelsel zou dus ook betekenen dat het voor financieel adviseurs lastiger wordt om mensen op te lichten.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Mijn stelling: aftrekposten leiden tot woekerpolissen. Je ziet bij allerlei soorten hypotheekverzekeringen, maar dus ook bij pensioen/lijfrente dat de kosten altijd relatief hoog zijn. In essentie net zo hoog als dat je zelf aan aftrek zou hebben. Daarnaast is nog het fenomeen pensioenbreuk. Naast verandering van werkgever leiden ook sommige overnames tot lagere pensioenen. Ik spaar zelf, want ik verwacht niet dat bij mijn pensionering er nog 1 cent over is van de 4 partijen waar ik nu pensioen spaar.

    BeantwoordenVerwijderen