woensdag 29 september 2010

Kan de NMA machtsmisbruik stoppen?

Concurrentie is een belangrijke voorwaarde voor marktwerking. Daarom is er mededingingswetgeving om deze concurrentie te garanderen. Hoe je concurrentie definieert is daarbij wel de vraag. Een monopolist heeft bijvoorbeeld te maken met concurrentie door substituten en het gevaar van concurrenten die de markt betreden. De NMA wil voorkomen dat consumenten de dupe worden van prijsafspraken. Toch is het maar de vraag of ze daar wel in slaagt. Een kleinere overheid schept een klimaat waarin kleinere ondernemingen makkelijker kunnen functioneren. Dit zorgt ook weer voor meer concurrentie.

 

Bij een kleinere overheid denk ik niet als eerste aan het afschaffen van de NMA. Belastingverlaging voor de minima en afname van de regeldruk voor kleine ondernemers heeft bij mij de eerste prioriteit. Dus om de concurrentie te stimuleren zou ik eerder die regelingen afschaffen waarbij de overheid de kleine ondernemers belemmerd. De concurrentie voor grote bedrijven zou hierdoor toenemen. Kijk naar het doel wat je wil bereiken en zorg als eerste dat je dat niet in de weg staat. Ga daarna eens kijken of je wat kan doen om het geheel in goede banen te leiden. Als je doel is een goed ondernemingsklimaat en goede marktwerking begin dan bij de basis.

 

Nu zie je te vaak dat de overheid twee dingen tegelijk doet die elkaar tegenwerken. Er zijn teveel regelingen die relatief zwaar zijn voor kleinere ondernemingen. Dit is slecht voor de concurrentie op markten. Daarnaast wordt er dan een instituut opgericht als de NMA om de concurrentie tussen grotere bedrijven te stimuleren. Door de kleinere bedrijven meer kansen te geven ontstaat er op een natuurlijke manier meer concurrentie. Dan krijgt de NMA het vanzelf ook minder druk. Zoom dus niet teveel in op de detail want dan verlies je het overzicht. Het lijkt mij beter om niet te kijken naar een deel van de uitvoering, maar naar het verwezenlijken van doelen. In dit geval is het doel goed functionerende markten met voldoende concurrentie. Dan moet je niet alleen kijken naar waar die concurrentie wordt gestimuleerd, maar ook naar hoe die concurrentie wordt belemmerd.

 

Daarbij is bijna elke vorm van regeldruk in het nadeel van de kleine ondernemer. Vergelijk maar eens een groot bedrijf en tien kleine bedrijfjes die hetzelfde product leveren, maar allemaal apart een schakel van het productieproces voor hun rekening nemen. De tien kleine bedrijfjes moeten tien keer een BTW afdracht doen en tien keer belastingaangifte doen en ze moeten tien keer uitzoeken wat de regels voor de arbeidsomstandigheden zijn. In sommige sectoren zijn de regels zo complex dat het echt een barrière kan vormen voor toetreding. Zo kan het voorkomen dat regelgeving die lijkt te werken in het nadeel van het bedrijfsleven eigenlijk toch heel voordelig uitkomt voor de grotere bedrijven. Zij zien hierdoor hun concurrentie verminderen. In de agrarische wereld wordt aangegeven dat de toegenomen regeldruk en eisen die worden gesteld een belangrijke oorzaak zijn voor de schaalvergroting.

 

Dus ten eerste kun je kijk op zaken veranderen door te kijken naar doelstellingen in plaats van alleen uitvoering. Op die manier kun je bijvoorbeeld ook kijken naar armoede of milieuvervuiling. Op heel veel plaatsen zie je dat de overheid zichzelf tegenwerkt. Dan ligt het voor de hand om die zaken die de boel belemmeren te verwijderen. Althans vanuit het oogpunt van doelmatigheid is het uiteraard niet logisch om tegelijkertijd gas te geven en op de rem te gaan staan. Maar in de politieke arena gelden helaas andere spelregels en een andere logica. Het zou zo mooi zijn als de politiek economisch doelmatig te werk zou gaan. Maar er komt toch een punt waarop je de hoop hierop op moet geven.

 

Als je kijkt naar de NMA kun je het hebben over het bevorderen van marktwerking en concurrentie. Maar je kan ook kijken naar de meer algemene doelstelling van het beperken van machtsmisbruik. Je wil voorkomen dat marktpartijen misbruik maken van macht. Men is bang dat een monopolist zijn macht zal misbruiken en dat de consument daarom een te hoge prijs moet betalen. Maar laten we het eens breder trekken en niet alleen kijken naar marktpartijen. Als de doelstelling is om machtsmisbruik te minimaliseren dan kun je kijken naar iedereen die macht heeft. Wat dat betreft is het goed om naar iedereen te kijken die meer dan gemiddelde macht heeft. Zoals de bekende uitspraak zegt “macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut”.

 

Bekijk je het op deze manier dan ligt het zeker niet voor de hand dat het geven van macht zal leiden tot het verminderen van machtsmisbruik. Het geven van de macht aan de één om de macht van de ander te beperken is op zijn zachtst gezegd een heel onzeker proces. Het instellen van een geweldsmonopolist of het uitbreiden van haar bevoegdheden kan er dus zeker ook toe leiden dat de misbruik van macht toeneemt. Er wordt nu te makkelijk gekeken naar het misbruik door de marktpartijen. Dus Maar het is zeker niet triviaal dat als je meer macht geeft aan de geweldsmonopolist dat het machtsmisbruik af zal nemen. Politici en bepaalde ambtenaren hebben macht en het is dus te verwachten dat daar enige mate van machtsmisbruik plaats kan vinden. Net als dat je verwacht van een directeur dat hij misbruik zal maken van zijn monopoliepositie. Het gaat dus niet zozeer om verschillende situaties. Het gaat om mensen die mogelijkheden krijgen voor misbruik van macht. Bij de directeur vrees je dat hij misbruik zal maken van zijn macht alleen omdat hij de mogelijkheid heeft. En je wil op voorhand de macht van de directeur beperken om ervoor te zorgen dat het nooit zover zal komen dat hij macht krijgt over de markt. De directeur is niet een heel ander soort mens als de politicus of de ambtenaar. De politicus of de ambtenaar is niet verheven boven de rest van de mensen in de zin dat ze minder gevoelig zijn voor macht. Let dus op aan wie je de macht geeft. Voor hetzelfde geld maak je het erger dan het in de oorspronkelijke situatie geweest zou zijn.

 

Is het wel terecht om zo somber te zijn over machtsmisbruik? Zijn mensen nu echt zo slecht dat ze zodra ze de kans krijgen misbruik maken van de situatie. Zelf heb ik denk ik een behoorlijk positief mensbeeld. Ik denk dat mensen van nature geneigd zijn om elkaar te helpen en ze willen economisch zelfstandig zijn. De meeste mensen hebben er heel veel moeite mee om misbruik te maken van anderen. Deze afkeer tegen het kwetsen van anderen is zelfs ingebakken in onze hersenen. Bij een normale ontwikkeling voelen mensen vanzelf een aversie als ze iemand anders pijn doen. Maar we moeten reëel zijn, er zijn mensen die ten koste van anderen zichzelf willen verrijken. Op hoge posities is de afstand tot de mensen waar het om gaat groter en dan laat onze natuurlijke afkeer ons in de steek. Kortom, er zijn mensen die belust zijn op macht en die nauwelijks morele beperkingen hebben in het verkrijgen van die macht.

 

Deze mensen hebben twee hele vervelende eigenschappen. De eerste juist deze mensen op zoek gaan naar de posities met macht. De tweede eigenschap is dat ze heel goed weten dat ze zichzelf goed moeten presenteren. Je kan ze dus niet apart zetten zodat je geen last hebt van deze mensen. Hoe weet je of een politicus spreekt vanuit oprecht idealisme of dat het gaat doelgerichte retoriek die als enige doel heeft het verkrijgen van macht. Het zijn dus misschien niet veel mensen die gaan voor macht, maar op de plekken waar er macht is zijn ze toch ruimschoots vertegenwoordigd.

 

De oplossing hiervoor is om mensen niet teveel macht te geven. Je kan het beste voorkomen dat er machtsmisbruik op zal treden door niemand teveel macht te geven. De directeur die kan wellicht zijn prijzen te hoog opdrijven, maar de consument kan over het algemeen nog altijd een ander product kopen. De consument wordt immers niet gedwongen om producten te kopen. Op de vrije markt is sprake van vrijwillige transacties. De situatie kan dan alsnog heel scheef zijn door grote verschillen in bezittingen, maar er is geen sprake van directe dwang. Heel anders is het indien de overheid in het spel komt. Deze kan dwingende regels opleggen. Er is dan geen keuze meer.

 

De intenties voor het opleggen van regels kunnen heel erg nobel zijn. Bijvoorbeeld het beschermen van de consument tegen slecht voedsel. Daarom moet er een autoriteit worden opgezet die deze bescherming gaat regelen. In de documentaires die ik afgelopen vrijdag plaatste zie je dat dit al snel de mensen aantrekt die hier belang bij hebben. In eerste instantie heb je wellicht een mooie integere instantie. Maar de corporaties zullen lobbyen om meer invloed te krijgen. In de VS zijn er heel wat voorbeelden van mensen die van de FDA naar de corporaties gaan en omgekeerd. Wat begint met goede bedoelingen schiet al snel zijn doel voorbij. Helaas zijn het ook nog eens alleen de grotere corporaties die de middelen hebben om invloed uit te oefenen over dergelijke instituten.

 

Als de multinationals over de grenzen gaan dan blijken er ook ineens andere regels te gelden. Dan komt er ineens een dubbele standaard om de hoek. Thuis wordt mooi weer gespeeld, maar ondertussen wordt op internationale markten de concurrentie ernstig verstoord. Dat kan natuurlijk overduidelijk en in het zicht door bijvoorbeeld exportsubsidies die worden afgegeven. Maar overheden nemen ook direct deel aan buitenlandse ondernemingen die niet altijd fraaie praktijken er op na houden (bijvoorbeeld Suez GDF die praktisch in handen is van de Franse overheid, ze hebben 35% van de aandelen dus het is nagenoeg onmogelijk om tegen te stemmen). Dit is vaak minder zichtbaar, maar deze organisaties richten regelmatig veel schade aan. De mededingingswetgeving geeft echter de indruk dat de overheid de multinationals in toom houdt. Maar hoe is dit te rijmen met het eigen gedrag? Er is duidelijk sprake van een dubbele moraal.

 

Om terug te komen op de vraag uit de titel. De NMA kan onder ideale omstandigheden wellicht een bijdrage leveren aan betere concurrentieverhoudingen. In de praktijk is het maar de vraag of het vergroten van de macht van de overheid leidt tot minder machtsmisbruik. Een instelling als de NMA is op zijn zachtst gezegd wel wat hypocriet als je kijkt naar hoe de concurrentie door de overheid elders weer direct verstoord wordt. En hoe zit het als de bedrijven die onderzocht worden door de mededingingsautoriteit voor een groot deel in bezit zijn van de overheid? (wederom Suez GDF). Als ik moest kiezen dan zou ik kiezen voor de duidelijkheid van een vrije markt. Dan is er misschien wel een monopolist die teveel vraagt voor zijn producten, maar dan weet ik wel waar ik aan toe ben en ik kan altijd besluiten om deze producten niet te kopen.

5 reacties:

  1. @marcel Je snap natuurlijk dat ik niet overtuigd ben, en als econoom het niet met je eens kan zijn dat geen-interventie belangrijker is dan concurrentie.

    Kan de NMA machtsmisbruik stoppen? Ja, dat doet ze iedere dag, en wij als consumenten profiteren daarvan.

    Een aantal opmerkingen:

    Minder belemmeringen voor kleine ondernemers is inderdaad goed voor de concurrentie. Het is echter geen oplossing voor het bestaan van monopolisten en markten die gekenmerkt worden door een oligopolische structuur (klein aantal grote aanbieders + een aantal kleine aanbieders). Door schaalvoordelen, geografische markten, etc, ontstaan deze marktstructuren van nature.

    Je zegt dat “In de agrarische wereld wordt aangegeven dat de toegenomen regeldruk en eisen die worden gesteld een belangrijke oorzaak zijn voor de schaalvergroting.”. Dat is eerder omgekeerd. In Nederland is er een enorme regeldruk, en zijn de agrarische bedrijven relatief klein. Haal alle subsidies, milieueisen etc. weg, en 90% van de boeren verdwijnt, en de overige 10% gaat gigantische bedrijven oprichten. De reden is simpel, er zijn grote schaalvoordelen. Denk ook eens aan de grote agrarische bedrijven in de VS.

    “De oplossing hiervoor is om mensen niet teveel macht te geven. Je kan het beste voorkomen dat er machtsmisbruik op zal treden door niemand teveel macht te geven.” En wie gaat dat dan doen, God? Het is precies wat de NMA doet, en waar de overheid een duidelijk taak heeft.

    “Op de vrije markt is sprake van vrijwillige transacties. De situatie kan dan alsnog heel scheef zijn door grote verschillen in bezittingen, maar er is geen sprake van directe dwang.” En je denkt niet dat de verworven macht van de ene partij wordt gebruikt om de andere partij tot bepaalde acties te dwingen? Denk eens aan slavernij? Gedwongen prostitutie? Gedwongen arbeid?

    “Een instelling als de NMA is op zijn zachtst gezegd wel wat hypocriet als je kijkt naar hoe de concurrentie door de overheid elders weer direct verstoord wordt.” De NMA is niet hypocriet, de overheid is hypocriet. Dat de overheid de huizenmarkt verstoort door hypotheken te subsidiëren, wil nog niet zeggen dat de NMA geen goed werk levert, of dat de NMA moet worden afgeschaft. Het zegt alleen dat de overheid moet stoppen met het subsidiëren van hypotheken.

    Als ik moet kiezen, dan kies ik voor concurrerende markten.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. @Econoom " Je snap natuurlijk dat ik niet overtuigd ben, en als econoom het niet met je eens kan zijn dat geen-interventie belangrijker is dan concurrentie."

    Dit is niet wat ik gezegd heb. In het artikel geef ik expliciet aan dat ik de NMA niet als eerste af zou schaffen, maar dat de overheid het eigen beleid ten aanzien van concurrentiebeperkende maatregelen eerst tegen het licht moet houden. Vervolgens zal er minder noodzaak zijn voor een instituut als het NMA. Dus bij het verkleinen van de overheid staat bij mij de NMA erg laag op het prioriteitenlijstje.

    Je hebt ook mijn andere artikelen gelezen en daaruit blijkt toch wel dat ik ook zeker wel oog heb voor de valkuilen die er kunnen zijn ten aanzien van grote bedrijven. Grotere bedrijven vormen een kracht op zich en vertonen hier en daar dezelfde zwaktes als de overheid. De vrije markt werkt het beste bij kleine ondernemingen. De kruidenierseconomie is echter een illusie. De belangrijkste boodschap die ik met dit artikel wil geven is dat het vaak de overheid is die op het gas gaat staan en vervolgens zichzelf naar voren schuift als degene die op de rem moet gaan staan.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @ marcel Je zegt aan het einde van je stuk: “Als ik moest kiezen dan zou ik kiezen voor de duidelijkheid van een vrije markt. Dan is er misschien wel een monopolist die teveel vraagt voor zijn producten, maar dan weet ik wel waar ik aan toe ben en ik kan altijd besluiten om deze producten niet te kopen.”. Ik lees dat als een duidelijk antwoord op mijn eerdere vraag: “Is een libertarier voorstander van een markt zonder interventies, of van een markt met concurrentie?”, waarbij je kiest voor non-interventie.

    Ik ben het met je eens dat de werkelijkheid genuanceerd is, en dat je in jouw stukken ook ruimte laat voor die nuance, maar ik ben er van overtuigt dat we hier een fundamenteel verschil van mening hebben.

    Naar mijn idee is de markt het uitgangspunt, en wanneer deze faalt, bijvoorbeeld door een tekort aan concurrentie, is er ruimte voor een overheid om in te grijpen. Per situatie moet er worden bekeken of de kosten van de interventie opwegen tegen de opbrengsten van de interventie. De NMA is een voorbeeld van een overheidsorgaan dat heel duidelijk ingrijpt in falende markten, en veel meer opbrengt dan ze de maatschappij kost. Het falen van die markten is niet het gevolg van eerder overheidsingrijpen, maar van de natuur van de markt.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. @Econoom De vraag is echter wel of er sprake is van afwezigheid van concurrentie als er een monopolist is. Er zijn ook substituten waar rekening mee gehouden moet worden en er is de mogelijkheid van toetreding. Dat is niet de volledige afwezigheid van concurrentie. Daarom zag ik niet de tegenstelling die jij er in zag.

    "Naar mijn idee is de markt het uitgangspunt, en wanneer deze faalt, bijvoorbeeld door een tekort aan concurrentie, is er ruimte voor een overheid om in te grijpen."
    Mijn punt was juist dat de overheid vaak eerst ingrijpt en dat de markt daardoor faalt. Vervolgens grijpt de overheid nogmaals om de schade wat te beperken. Dat lijkt mij erg omslachtig. In de huidige situatie is de vrije markt daarom niet het uitgangspunt. Er is een markt waar de overheid ook actief is en dingen verstoord. Het falen dat daaruit voortkomt probeert men te repareren.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @marcel Je zegt dat: "De vraag is echter wel of er sprake is van afwezigheid van concurrentie als er een monopolist is.", maar dat is juist niet de vraag. Het feit is dat er in sommige markten van nature marktmacht ontstaat bij bedrijven. Deze marktmacht gebruiken ze naar hun eigen belang. Natuurlijk heeft niet elke monopolist (gedefinieerd als alleen-aanbieder) marktmacht, maar daar gaat het niet om. Wanneer er sprake is van te veel marktmacht biedt de markt niet meer de beste uitkomst, en kan overheidsingrijpen helpen.

    "Mijn punt was juist dat de overheid vaak eerst ingrijpt en dat de markt daardoor faalt." Prima, maar dat is een hele andere discussie. De vraag was of er een rol is voor overheidsingrijpen in de markt. Het antwoord op die vraag is een duidelijke Ja. Interventie om concurrentie op de markt te verbeteren is beter dan non-interventie.

    Dit is in tegenstelling tot de visie van 'een libertarier', zoals pcrs in een reactie zegt: "Het lijkt me logisch dat een libertarier tegen de NMA is", en dus non-interventie verkiest boven concurrentie.

    BeantwoordenVerwijderen