In China is even niets te gek. Er zijn veel nieuwe rijken en die willen graag een exclusieve Europese auto. De vraag naar auto’s in China groeide afgelopen jaar met ruim 15 procent. Die groei zet waarschijnlijk nog wel even door. Maar dat hoeft niet te betekenen dat de productie in Duitsland ook toe zal blijven nemen.
Ten eerste hebben alle Duitse automakers ook fabrieken in China. Deze capaciteit wordt uitgebreid nu de lokale vraag toeneemt. Het is uiteraard beter om te profiteren van de goedkope Chinese arbeid en ook nog eens te besparen op de vervoerskosten. Het uitbreiden van productiecapaciteit zal even duren, maar geleidelijk aan zal meer en meer geproduceerd worden in China zelf. Een toegenomen vraag uit China wordt eerst opgevangen door hogere productiecapaciteit in China zelf en als er dan nog tekorten zijn aan auto’s dan worden er auto’s uit Europa ingevoerd. Dat maakt de vraag naar auto’s in Europa extra wisselvallig.
Als de groei van de vraag afneemt dan moeten de Duitse autobouwers kiezen waar zij de auto’s willen bouwen. Maken zij gebruik van de productiecapaciteit in Europa of maken ze gebruik van de fabrieken in China? Zij zullen uiteraard kiezen voor het goedkoopste alternatief. Dan zal waarschijnlijk de keuze vallen op China. De Duitse autobouwers vullen nu de productie aan met productie uit Europese fabrieken. Maar als dat niet meer nodig is valt deze productie weg. Dat kan flinke gevolgen hebben voor de groei van de industrie in Duitsland.
Er is nog steeds een situatie waarbij er overcapaciteit is in Europa. De productiestructuur in Europa is scheef gegroeid. Er is een flinke overproductie van auto’s. Verder zijn de lonen hoog en is de arbeidsmarkt star. Door een tijdelijk hogere vraag uit China worden deze effecten enigszins gemaskeerd. Maar wie gelooft nog dat Europa een producent van belang kan zijn in de toekomst?
Duitsland en de rest van Europa hebben wel wat te bieden. Er zijn veel hooggekwalificeerde arbeidskrachten. Verder is er veel kapitaal geïnvesteerd in hoogwaardige productie. Dit is een goede basis voor een stevige concurrentiepositie. Maar dan moet wel de nadruk komen te liggen op de sterke kanten. Met een lage belastingdruk en soepele arbeidswetgeving zijn er volop mogelijkheden voor Europa om te concurreren. Maar voorlopig zie ik nog te weinig lastenverlichtingen. Verder is de rentelast van overheden een grote zorg. Dit vertaalt zich in belastingen waar je helemaal niets voor terug krijgt. Het is een enorme vergroting van de inefficiëntie van de overheid. Een voordeel van enkele procenten kan voor bedrijven al een groot verschil maken in concurrentiepositie. Een lastenverlichting is daarom heel erg welkom. Maar dat betekent dat de overheid daadwerkelijk moet snijden in zichzelf en niet kan terugvallen op lastenverzwaringen om het huishoudboekje op orde te krijgen.
Tags: globalisering,duitsland
2 reacties: