dinsdag 17 augustus 2010

Minder voor meer

De politieke leiders zijn druk bezig om een nieuw kabinet te vormen. De onderhandelingen zijn nog bezig. Toch is mij wel duidelijk dat het komende kabinet de situatie zal verslechteren. De nadruk ligt op het verbeteren van de financiële situatie. En daarvoor zijn vervelende bezuinigingen nodig. Daarbij wordt wel eens vergeten dat deze bezuinigingen niet leiden tot lastenverlichtingen. Integendeel de lasten gaan omhoog. We krijgen dus minder voor meer.

De onderhandelingen zijn sterk gericht op het op orde krijgen van de financiën. Er is een flink probleem met de staatsschuld en het financieringstekort. Als dat niet opgelost wordt vliegt de rente op onze staatsobligaties omhoog. Als dat gebeurt dan kunnen de problemen snel escaleren. Het is dus zaak voor de politici om snel actie te ondernemen.

Verder heeft de overheid een probleem met haar efficiëntie. Deze inefficiëntie loopt op. Dat wil zeggen dat de productiviteit van de overheid daalt. De kosten van de overheid lopen wel op, maar de burger heeft het gevoel dat de overheid steeds minder doet. De bezuinigingen veranderen het probleem van de lage efficiëntie niet. De betaalbaarheid mag wellicht minder snel verslechteren dit gaat ten koste van rap afnemende dienstverlening. Het probleem is dus meer dan een alleen een financieel probleem.

Om dit probleem te koppelen aan een heldere doelstelling stel ik drie beoordelingscriteria voor waarop het kabinet afgerekend zal worden. Deze zijn achtereenvolgens de collectieve uitgavenquote, de staatschuldquote en het niveau van dienstverlening. Door de toevoeging van de laatste komt ook de efficiëntie in beeld. Het klinkt natuurlijk goed als de uitgaven omlaag gaan. Maar stel je eens voor dat in ruil voor één procent verlaging van de overheidsuitgaven het hele onderwijs geprivatiseerd wordt. De achteruitgang in dienstverlening die door de overheid wordt geleverd staat dan in geen enkele verhouding tot de verlaging van de uitgaven.

De collectieve uitgavenquote geeft aan wat de collectieve uitgaven zijn ten opzichte van het totale inkomen. Voor houdbare overheidsfinanciën is het belangrijk dat deze niet te hoog oploopt. Gebeurt dat wel dan drukt de overheid het bedrijfsleven weg. Dit betekent weer achteruitlopende belastinginkomsten en dit leidt al snel tot een vicieuze cirkel. Hierbij dalen de belastingopbrengsten door de verslechterde economische omstandigheden. De overheid moet lastenverzwaringen doorvoeren om haar huishoudboekje rond te krijgen, maar hierdoor remt ze de economie verder af.

De bezuinigen zullen naar verwachting achttien miljard bedragen. Maar bezuinigingen betekent nog geen dalende uitgaven. Ten eerste komt dit doordat bezuinigingen ook rekening houden de met de begrote groei van de overheid. Stel dat je verwacht dat de overheidsuitgaven bij ongewijzigd beleid over vier jaar met twintig miljard zullen stijgen. Als je achttien miljard bezuinigt stijgen de overheidsuitgaven dus nog steeds met twee miljard. Bezuinigingen en een groeiende overheid kunnen dus heel goed samen gaan. Dit is wat we de afgelopen jaren gezien hebben. De uitgaven namen toe terwijl de burger ervaart dat de dienstverlening afneemt.

Verder hebben de bezuinigingen ook vaak betrekking op lastenverzwaringen. In dat geval is er dus zeker geen sprake van een beperking van de overheiduitgaven. Als je bijvoorbeeld geld bezuinigt door de hypotheekrenteaftrek af te schaffen dan leidt dat niet tot lagere uitgaven maar tot hogere inkomsten. Er wordt immers door een dergelijke maatregel meer belasting betaald. En er zijn nog meer mogelijke maatregelen die niet daadwerkelijk de overheid verkleinen, maar de lasten verzwaren. Dan kun je denken aan het verhogen van het eigen risico bij de zorgverzekering of het invoeren van een sociaal leenstelsel voor studenten.

Als de staatsschuld niet onder controle blijft dan zal dit hele vervelende gevolgen hebben. Dan heb je niet alleen een te hoge schuld, maar dan gaat de rente ook oplopen. Dan zit je dubbel in de problemen. De komende vier jaar zullen er stappen worden genomen om het financieringstekort te verkleinen. Maar het financieringstekort zal wel relatief hoog blijven. Het is daarom mijn verwachting dat de staatsschuldquote de komende jaren verder op zal lopen. Dit is de meest fundamentele indicator van de financiële positie. De financiële situatie zal over vier jaar wat dit betreft slechter zijn.

Dat de overheid veel geld kost is vervelend, maar als de kosten oplopen en de staatsschuld ook terwijl de dienstverlening ook nog eens minder wordt dan zijn de druiven wel erg zuur. En dat is precies het resultaat van de voorgestelde bezuinigingen. Niet alleen de huidige bezuinigen zijn hier debet aan, ook het beleid van voorgaande jaren heeft hier aan bijgedragen.

Uitkeringen gaan bijvoorbeeld omlaag. Veel mensen zien dit als een vooruitgang, maar als daar nu eens geen belastingverlaging tegenover staat. Dan is niemand gelukkig. Degene die in de uitkering zit heeft minder geld. De belastingbetaler blijft echter minstens net zoveel belasting betalen. En zo zijn er nog heel veel punten waarbij de overheid minder doet, maar niet goedkoper wordt. Denk bijvoorbeeld aan de bezuinigingen door gemeenten en nog veel meer maatregelen. De overheid heeft een groot probleem met haar efficiëntie. En dat probleem zal over enkele jaren voor iedereen duidelijk worden. Nu nog is de aandacht gericht op de betaalbaarheid van de overheid. Maar uiteindelijk is de overheid ook een organisatie die haar bestaansrecht moet tonen door de burgers diensten te leveren tegen een redelijke prijs. Maar over enkele jaren zal het steeds duidelijker worden dat de overheid niet goedkoper wordt, maar dat ze wel steeds minder producten en diensten zal gaan leveren.

Ps.
Dit minder voor meer thema staat centraal in een essay dat ik hierover aan het schrijven ben. Hierin geef ik een analyse van deze problemen op basis van een aantal invalshoeken. Centraal probleem is hierbij dat als de overheid door blijft gaan met minder te leveren voor meer geld ze uiteindelijk nauwelijks meer iets levert terwijl de kosten nog wel torenhoog zijn. Daardoor kan de overheid haar draagvlak verliezen. Hopelijk slaag ik erin dit essay de komende twee weken af te ronden. Daarmee is het onderwerp zeker niet afgesloten. Het is een thema waarover heel veel te schrijven valt. En de komende tijd wil deze problematiek verder verdiepen.

3 reacties:

  1. Hoi Marcel, goed stuk weer. Ik ben dan ook zeker benieuwd naar het essay. Ik hoop dat het vlammend "bewijsmateriaal" is om Jan Modaal te overtuigen dat het hebben van een grote overheid een totaal overbodige "luxe" is.
    BeantwoordenVerwijderen
  2. Heeft het misschien ook iets te maken met het _relatief_ achterblijven van de kwaliteit van overheidsdiensten?

    De bekende Baumol's disease, stelt dat lonen stijgen ook bij diensten waar geen productiviteitsverbetering plaatsvindt, doordat het loonniveau wordt bepaald in de (private) markt waar de lonen meestijgen met de productiviteit. In de gewone private markt worden producten alsmaar goedkoper en beter van kwaliteit, terwijl veel overheidsdiensten niet in kwaliteit mee kunnen stijgen. Dit terwijl ze dus wel in kosten meestijgen. Het gevolg is een relatieve daling van de kwaliteit van overheidsdiensten.

    Tegelijk geeft dit mechanisme aan dat bij een gegeven voorkeur voor overheidsdiensten, een groei van de overheid gewenst is. Om de kwaliteit op gelijk peil te houden moet er veel extra geld in worden gestoken door de overheid. Dit in tegenstelling tot wat meneer Ron hierboven hoopt; "dat het hebben van een grote overheid een totaal overbodige "luxe" is.".
    BeantwoordenVerwijderen
  3. @Econoom Daar heeft het alles mee te maken. Dit proces van achterblijvende productiviteitsgroei zal steeds verder doorzetten. Het effect hiervan is dat de private sector een steeds groter deel van de productie voor haar rekening neemt terwijl de collectieve uitgavenquote wel gelijk blijft. Hoe lang kun je dit blijven verkopen? Woensdag hier meer over. Dan zal ik een concreet voorbeeld nemen, het onderwijs.
    BeantwoordenVerwijderen