woensdag 7 juli 2010

Rare jongens die economen

Economen worden er wel eens van beschuldigd dat ze zaken te rationeel bekijken en dat ze vanuit een ivoren toren redeneren. De economen zullen dan met allerlei tegenwerpingen komen. Maar helaas zijn veel van de vooroordelen waar.

Zo is er de homo economicus. De volledig rationeel handelende mens. Nu zijn er allerlei beperkingen in modellen aangebracht zodat de homo economicus wat meer menselijke trekjes krijgt. Maar de basis van de modellen is toch vaak nog de homo economicus en dat kan leiden tot vreemde denkfouten. En als blijkt dat het model niet werkt zijn economen wel erg terughoudend met het verwerpen van hun eigen theorieën.

Het is ook mogelijk om te beginnen met realistische aannames. Dat leidt tot minder denkfouten. Maar het “nadeel” hiervan is dat je er minder mee kan rekenen. Deze menselijke eigenschappen laten zich lastig vangen in wiskundige modellen. Wellicht moet je accepteren dat je de uitkomsten van menselijk gedrag niet met een computer kan berekenen.

Je zou kunnen stellen dat mensen handelen om daar beter van te worden. Dit is nog wel een realistische aanname. Dat er beter van worden dat noemen economen nut. Nut is een verzamelnaam voor alle positieve gevoelens die een bepaalde handeling of goed met zich meebrengt. Soms is er sprake van negatieve gevoelens en dan heb je het over negatief nut. Naar je werk gaan is voor sommigen geen pretje, maar de opbrengsten zijn hoger dan de negatieve gevoelens die het oproept. Nut moet je hier in brede zin zien. Nut is dus niet het geld dat een bepaalde handeling opbrengt.

Het spelletje divide 100 is een goede illustratie om aan te geven hoe economen soms omgaan met deze begrippen. Bij divide 100 zijn er twee spelers. De eerste speler doet een voorstel om 100 euro te verdelen. De tweede mag aangeven of hij ermee akkoord gaat of niet. Gaat de tweede partij niet akkoord dan krijgt niemand iets. In de praktijk zie je dat de eerste speler voorstellen doet in de richting van 60 euro voor zichzelf en 40 euro voor de ander. De verwachting is dat de tweede speler niet akkoord zal gaan met elk voorstel. En het blijkt dat als de eerste speler een voorstel doet waarbij de tweede speler minder dan dertig euro krijgt er een grote kans is dat het voorstel wordt afgewezen.

Sommige economen vinden dit maar irrationeel gedrag. De tweede speler zou er immers toch ook op vooruit gaan als hij akkoord gaat met één euro. Volgens hen zou de theoretische uitkomst van het spelletje moeten zijn dat de eerste speler 99 euro krijgt en dat de tweede speler 1 euro krijgt. Zij zien de praktijk zeg maar als afwijkend van het theoretische model in plaats van omgekeerd.

Hierop heb ik twee kritiekpunten. De eerste gaat over de irrationaliteit. De tweede speler kijkt niet alleen naar de geldelijke opbrengst, maar ook naar zijn trots. Hij zou er een naar gevoel aan overhouden als hij zich erbij neer zou leggen dat hij maar een enkele euro zou krijgen. Dan liever helemaal niets. Dit vervelende gevoel hoort ook bij het nut van de transactie en de tweede speler maximaliseert dus zijn nut door nee te zeggen tegen het voorstel. Daarop zou je kunnen zeggen dat die gevoelens van trots toch irrationeel zijn. Dat kan zo zijn, maar hoe zit het dan met die ene euro. Waarom is het willen hebben van die ene euro wel rationeel? Je wil die euro omdat je daarmee bijvoorbeeld een ijsje kan kopen. En je houdt heel erg van ijsjes. Is dat dan wel rationeel? Het punt is dat het einddoel altijd een gevoel is. Je doet dingen die je leven prettiger maken. Dat einddoel bepaalt het nut van een bepaalde handeling of interactie.

Het einddoel van alle handelen is een gevoelskwestie. En het zou niet terecht zijn om onderscheid te maken in die gevoelens als buitenstaander. Wat overblijft is dat elk mens moet bedenken waar hij een goed gevoel bij heeft. Vervolgens kan hij dat proberen te bereiken. De ene is verliefd en koopt een bos bloemen voor zijn nieuwe liefde en de ander koopt liever een boek over wiskunde omdat hij daarin geïnteresseerd is. Het volgen van een studie leidt ertoe dat je later meer verdient en meer dingen kan kopen waar jij je goed bij voelt. Het einddoel is altijd een gevoel. Dat hebben helaas nog niet alle economen door.

Mijn andere punt van kritiek gaat over de uitkomsten van het theoretisch model. De uitspraak dat in theorie de uitkomst anders is is twijfelachtig. Het kan voorkomen dat de praktijk niet in alle gevallen dezelfde uitkomsten heeft als het theoretische model. Maar in dit geval laten de experimenten zien dat nagenoeg altijd de verhouding rond de 60-40 tot 70-30 komt te liggen. En dat er nagenoeg nooit met succes 99-1 wordt gespeeld. Dat betekent dat je theorie gefalsificeerd is. De theorie is daarmee aantoonbaar onjuist. Dan is het geen theorie meer, maar nog slechts een mening. En dan zelfs nog een onzinnige mening ook. Een theorie heeft zich of bewezen of er is een vermoeden dat het waar zou kunnen zijn. Maar kun je iets waarvan je weet dat het niet waar is nog wel een theorie noemen? Voor zover ik weet is alleen binnen economie sprake van deze gedachtenkronkel.

Economen beginnen nog wel eens met onzinnige aannamen met het excuus dat het in de praktijk wel werkt. Ten eerste is dit al geen correcte manier van werken. Een theorie moet én logisch consistent zijn én overeenstemmen met de praktijk. Je kan niet slechts één van beide hebben. Maar als vervolgens blijkt dat de theorie niet overeenstemt met de praktijk zijn sommige economen nog steeds niet bereid om hun theorie te verwerpen. Er wordt dan nog binnen een fantasiewereld gewerkt. Er worden alleen nog uitspraken gedaan over alternatieve dimensies waarin andere wetten gelden. Ik denk niet dat een natuurkundige hier veel punten mee zou scoren.

Rationaliteit houdt veel economen bezig. En dat is terecht want economie gaat over menselijk gedrag. Wat drijft menselijk gedrag en wat zijn in bepaalde situaties de uitkomsten? Het is daarom wel eens verbazend dat een begrip dat zo belangrijk is binnen de economische wetenschap zo slecht begrepen wordt door economen. Het zijn soms rare jongens die economen.

4 reacties:

  1. Prima blog!
    Je zou kunnen zeggen dat economie niet bestaat maar eigenlijk (massa)psychologie is.
    Zo lang we (massa' psychologie nog niet echt in de vingers hebben noemen we dat kennelijk economie.
    Een goed econoom zou dus eigenlijk vooral een psycholoog moeten zijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Stel dat je divide 100 met miljoenen speelt (100 miljoen). Ik denk dat je dan met succes 99-1 kan spelen.

    De belastingdienst speelt natuurlijk ook dit spel met ons loon. Kijken hoeveel ze zelf kunnen houden voordat mensen gaan emigreren.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @Raymond Het is zeker mogelijk dat met andere randvoorwaarden er andere uitkomsten kunnen zijn. Het ging mij erom dat de economen stelde dat de uitkomsten als je het speelde met 100 euro niet overeen kwamen met de theorie.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Frans de Waal beschrijft in zijn boek "Our inner Ape" min of meer hetzelfde gedrag. Beloon twee apen allebei met een komkommer voor het doen van een taakje, dan zijn beide content. Geef echter 1 aap druiven ipv van een komkommer na het doen van de taak, en aap nummer 2 voelt zich zodanig benadeelt dat hij geen zin meer heeft in de komkommer die hij inmiddels al heeft.

    BeantwoordenVerwijderen