vrijdag 28 mei 2010

De korte termijn kunstenaars

De VVD zet flink in op bezuinigen en kan daarop de komende tijd de nodige kritiek verwachten. Op langere termijn zijn de voorspellingen dat het VVD-programma de beste resultaten zal opleveren. Maar het programma heeft ook de hardste bezuinigingen. De andere partijen rest nu niets anders dan de korte termijn effecten aan te vallen.

 

De andere partijen beweren dat bezuinigingen de economie af zullen remmen op korte termijn. Deze korte termijn effecten vormen een risico en daarom moet ook op korte termijn de economie worden gestimuleerd. Het sturen van de economie op korte termijn is echter een hele kunst. Het zal mij dus benieuwen hoe zij dit klaar gaan spelen. Keynes heeft een hele redenering opgebouwd om de vele valkuilen te ontwijken. Dat lukt naar mijn mening niet, maar de weerlegging is niet altijd voor de hand liggend.

 

Laten we eerst eens kijken waarom de bezuinigingen eigenlijk op de korte termijn schadelijk kunnen zijn voor de economie. Het standaard verhaal is natuurlijk dat als de overheid minder uitgeeft dat de effectieve vraag dan terugloopt. Daardoor wordt er minder uitgegeven en loopt de productie terug en de werkloosheid op. Maar zo eenvoudig is het niet. Helaas is dit verhaal bij heel veel mensen door de media en onderwijs gevoed. Maar zoals hierboven werkt het niet op deze manier, dat weten ook de Keynesiaanse economen. Alleen deze one-liner blijft het goed doen.

 

De keuze is hier namelijk niet tussen wel uitgeven of niet uitgeven, maar de vraag is wie geeft het geld uit. Als de overheid stimuleert dan heft ze belasting en laat dat geld rollen. De overheid kan er ook voor kiezen om het geld bij de burger te laten. Dan had de burger het geld uitgegeven en was de economie ook gestimuleerd. Om het verhaal recht te praten moet je dus duidelijk maken dat er een verschil is tussen het uitgavenpatroon van de burger en de overheid. Met name wordt er dan aangegeven dat de burgers meer gaan sparen en dat het geld dan op de plank blijft liggen en dat is slecht voor de economie. Dus als de overheid dat geld bij de burgers weghaalt en het uitgeeft dan gaat dat geld weer rollen.

 

De eerste hindernis van de korte termijn kunstenaars is genomen, maar er zitten nog meer gaten in het verhaal. Hoe zit het namelijk met het spaargeld van de mensen. Blijft dat geld eigenlijk wel liggen of gaat dat geld aan het werk. In principe wordt het spaargeld weer uitgeleend aan bedrijven. Deze bedrijven kunnen daar dan weer investeringen mee doen. Deze investeringen zijn ook weer een stimulans voor de economie zonder dat de overheid daar tussen komt. Maar dan komen we op het teruglopende vertrouwen en daardoor lenen de bedrijven onvoldoende uit. Een vrije rentestand zal dit grotendeels oplossen. Als er meer gespaard wordt en minder geleend dan zal de rente dalen. Daardoor wordt het minder aantrekkelijk om te sparen en aantrekkelijker om te lenen. Er blijft nog een klein effect over en het is maar de vraag of de overheid hier verbetering in de situatie kan brengen. Het effect is enorm verwaterd en de overheid is meestal minder effectief en efficiënt dan de vrije markt.

 

De uitgaven van de overheid zijn minder efficiënt en komen terecht bij specifieke sectoren. De overheid wil de hele economie stimuleren, maar geeft het geld vaak uit aan een beperkt aantal projecten. Stel dat de overheid extra wegen aanlegt dan wil dat niet zeggen dat dit direct een stimulans is voor de economie. Het is maar de vraag of de wegenbouw wel in nood was en of het daarom wel zin heeft om geld te steken in deze sector. Men kan dan natuurlijk aandragen dat wegen goed zijn voor de economie en dat de bestedingen in de wegenbouw ook voordelig zullen zijn voor de noodlijdende sectoren. Maar dan ben je weer aangeland bij de lange termijn. En ze wilden juist het argument maken dat stimuleren op korte termijn effectiever is. Op lange termijn is immers wel duidelijk dat marktwerking beter werkt.

 

Lasten verzwaren aan de ene kant er het aan de andere kant weer uitgeven lijkt dus weinig effectief. Dan is het wellicht een idee om geld te lenen om zo de economie te stimuleren.De overheid leent geld en vervolgens brengen ze de economie daarmee op gang. Klinkt geweldig, maar ook dit effect verwatert.

 

Het meest directe effect is het crowding out effect. Er is maar een beperkte hoeveelheid spaarders die geld ter beschikking stellen. Als de overheid ook geld gaat lenen van deze spaarders dan zal de rente stijgen. Deze rentestijging is weer nadelig voor de investeringen van bedrijven. Voor bedrijven stijgen de kosten om geld aan te trekken. Zeker in moeilijke tijden kan dit zwaar wegen. Het herstel van de private sector duurt hierdoor langer. Dit betekent dus ook dat het stimuleringsbeleid langer moet duren en dat is kostbaar. Verder loop je hierdoor het risico dat de balans privaat en publiek verder doorslaat naar publiek. Tijdens een langdurige recessie groeit de overheid flink door alle stimuleringsplannen. Maar de private sector die blijft hangen of groeit nauwelijks. Het gevaar bestaat dat na de crisis de lastendruk voor de private sector dus ook behoorlijk is gestegen. Daardoor wordt het herstel flink vertraagd of kan zelfs weer omslaan in een nieuwe recessie.  

 

Is het dan niet mogelijk om hier onderuit te komen. Om te stimuleren zonder lastenverzwaringen en zonder crowding-out effect moeten we een nieuwe truc van stal halen. De centrale bank moet de rente laag houden zodat het bedrijfsleven geen last heeft van een oplopende rente op het moment dat overheden teveel lenen. De enige manier echter om dit voor elkaar te krijgen is door de geldhoeveelheid te vergroten. Dit kan door de banken gedaan worden of direct door monetaire financiering. In beide gevallen stijgt de geldhoeveelheid en dit leidt tot verstorende effecten. Het meest bekende effect is de inflatie die de pensioengelden wegvreet en daardoor heel veel onzekerheid veroorzaakt.

 

Een ander effect van geldschepping is dat dit extra geld specifieke sectoren stimuleert. Geld wordt in de economie gebracht in de vorm van leningen. En lenen doe je niet voor een broodje kaas, maar wel voor een huis of een auto. Producten die worden aangeschaft met kredieten worden meer gestimuleerd. Dat geeft een scheefgroei in de economie. Als je weer zou stoppen met geldscheppen dan gaan de omzetten in deze sectoren weer terug naar normale niveaus. Maar als de geldschepping lange tijd heeft geduurd dan hebben de producenten zich aangepast aan deze omzet. Bijvoorbeeld de autoproducenten zijn erg gevoelig voor verandering in de geldschepping. Toen door de kredietcrisis de geldschepping afzwakte leverde dit direct problemen op voor de auto-industrie. De stimulans die uitgaat van de geldschepping wordt weer teniet gedaan als de geldschepping stopt. Zou men stoppen met de kredietgroei op te pompen dan zullen de huizenmarkt en de auto-industrie zware klappen krijgen. Deze problemen schuif je voor je uit zolang je doorgaat met de geldschepping. Totdat de inflatie je inhaalt. Bij een oplopende inflatie is een ruim monetair beleid niet meer houdbaar. Alle vooruitgeschoven problemen komen dan aan het licht.

 

Dit hele recept van stimuleren door geldschepping en lage rente is door Keynes uitgebreid beschreven. En het is een hele toer om alle gedachtenkronkels te volgen en vervolgens te weerleggen zoals u ziet. Het is een heel bouwwerk aan maatregelen waardoor problemen naar de toekomst kunnen worden geschoven. In een enkele one-liner kun je mensen overtuigen van het nut van Keynesiaanse stimulering. Het weerleggen van deze theorie is echter lastig en vergt het nodige geduld van de luisteraar. Maar de praktijk blijft keer op keer bewijzen dat als je bedrijven en burgers met rust laat dat de economie dan sneller gaat groeien.  

0 reacties:

Een reactie plaatsen