woensdag 10 maart 2010

De problemen tussen netto en bruto

Op markten komen vragers en aanbieders bij elkaar. Door middel van de prijs communiceren zij over de optimale hoeveelheid om te produceren en kopen. Op de arbeidsmarkt is er een groot verschil tussen wat de vrager naar arbeid betaalt en wat de aanbieder van arbeid ontvangt. Dit verschil wordt de wig genoemd.

De aanbieder krijgt een bedrag na aftrek van alle belastingen voor zijn arbeid. De werknemer ontvangt het netto-salaris. Op basis van dit bedrag neemt hij beslissingen. Bijvoorbeeld of het aantrekkelijk is om meer te gaan werken. Ook iemand die vanuit een uitkering gaat werken kijkt naar wat hij er netto op vooruit gaat. Door de belastingen krijgt hij een lager salaris en dit remt over het algemeen het aanbod van arbeid. Voor voor lager betaalden speelt daarbij mee dat de vooruitgang ten opzichte van een uitkering soms erg klein is. En werken kost veel tijd en is zwaar. Een andere kostenpost of opbrengst is het werkplezier. Heb je een leuke baan dan zul je ook gaan werken als het salaris laag is. Bij vervelend en saai werk is de drempel om te gaan werken een stuk groter. Een voltijdbaan achter de lopende band is voor veel mensen geen prettig vooruitzicht. Ook hier is er voor ongeschoold werk een extra barriere. Het werk is niet leuk en de financiële vooruitgang is klein.

Het is ook mogelijk dat een hoger salaris leidt tot minder werken. Door het hogere salaris neemt de koopkracht toe. Hierdoor kan iemand zich ook meer vrije tijd veroorloven. Dit is vanuit het ruime welvaartsperspectief een vooruitgang. De welvaart van degene die uit vrije wil minder gaat werken zal waarschijnlijk stijgen. Daarom is dit een positieve keuze. Dit proces zie je nog wel eens in ontwikkelende landen. In de opstartfase werken mensen twaalf uur per dag voor twee dollar. Over de loop van de tijd zie je de lonen stijgen en de werktijd dalen. Dit effect komt minder voor dan de toename van het aanbod door hogere salarissen.

De vrager naar arbeid is de werkgever. Deze maakt zijn beslissingen op basis van de toegevoegde waarde en de loonkosten. Hierbij moet je kijken naar de totale loonkosten. Het brutoloon met alle extra premies die daar bij komen. Ook de kosten van verlof en ziekte moeten meegerekend worden. Dan kunnen er nog secundaire arbeidsvoorwaarden zijn die de kosten verhogen. Denk hierbij aan een auto van de zaak of kinderopvang.

Tegenover al deze kosten staat de toegevoegde waarde van de ondernemer. Dit is de waarde van de productie die de medewerker levert. De productie wordt bepaald door allerlei factoren. Opleidingsniveau is een belangrijke factor. De productie van een advocaat is hoger dan van een medewerker die licht administratief werk doet. Het maakt daarbij niet uit dat de advocaat net zo hard werkt als de administratief medewerker. De productie van de advocaat is hoger omdat dit werk op de markt hoger gewaardeerd wordt. De productie van de medewerker wordt daarnaast bepaald door motivatie, ervaring en andere vaardigheden.

Voor de werkgever zijn er dus kosten en opbrengsten. De werknemer zal dus nooit uit vrije wil meer aan loonkosten maken dan de toegevoegde van dat personeelslid. Doet hij dit wel dan zal hij verlies maken en dat betekent op termijn het einde van het bedrijf en de werkgelegenheid. De medewerker is er dus zeker bij gebaat dat zijn bedrijf winst maakt.

Voor de werkgever betekenen de belastingen en premies een verhoging van de kosten. Hij zal daarop reageren door minder gebruik te maken van arbeid. Hij kan kiezen voor kapitaal als vervanging of hij kan de productie verplaatsten naar een regio met een lager belastingtarief. De hogere loonkosten kunnen zich verder uiten in een lagere winst. Lagere winsten zijn schadelijk voor de werkgelegenheid omdat de uitbreidingsmogelijkheden beperkt worden. Een winstgevend bedrijf zal immers de winst vaak gebruiken voor nieuwe investeringen waarmee weer werkgelegenheid wordt gecreëerd. Een andere mogelijkheid is dat de kosten worden doorberekend naar de consumenten. Dit verslechtert de concurrentiepositie van deze bedrijven en daardoor zal de werkgelegenheid dalen.

De kosten voor de werkgever zijn een optelsom van alle gemaakte offers. Het uitsplitsen van de belastingen en premies naar een werkgeversdeel en een werknemersdeel is dan ook volledig overbodig. De werkgever kijkt naar de totale kosten en de werknemer naar het netto-loon.

Het resultaat van de wig is aan de aanbod kant dat het aanbod verlaagd wordt. De werknemers zullen ontmoedigd worden door de lage salarissen. Met name voor de lagere inkomens is dit effect erg sterk. Aan de vraagkant is er ook een afname. De werkgevers zullen reageren op de hogere lonen. Zij zullen andere oplossingen zoeken om minder arbeid in te zetten. Ze zullen minder snel uitbreiden door de lagere winsten. En hogere consumentenprijzen zullen leiden tot een lagere afzet.

Zowel de vraag naar als het aanbod van arbeid zal dalen. Er zal dus minder arbeid worden ingezet in de productie. De productiecapaciteit wordt hierdoor niet optimaal gebruikt. De productie zal daardoor lager liggen dan zonder belasting geval zou zijn.

Nu zal een deel van deze weggevallen productie worden opgevangen door overheidsbestedingen. Maar veel overheidsproductie is niet gerelateerd aan het vervullen van behoeften. Hierbij kun je denken aan overbodige regelgeving en het betalen van rente op de staatsschuld. Daardoor zijn de overheidsbestedingen geen volledige vervanging voor de weggevallen productie.

De wig zorgt ervoor dat de arbeidsmarkt verstoord raakt. De productie gaat hierdoor omlaag, de prijzen zullen stijgen en de economie is minder concurrerend.

5 reacties:

  1. Anneke Achttien10 maart 2010 08:03

    Boeiend stuk weer. Je schrijft dat het werk van de advocaat op de markt hoger gewaardeerd wordt dan het werk van de administratief medewerker. Een vraag waar ik al een tijdje over nadenk is of dat verschil in waardering (moreel)wel juist is en of dat niet zou moeten veranderen. Zouden we niet beter af zijn als de advocaat één dag per week in het verpleeghuis werkt bijvoorbeeld. Er komt dan per saldo voor meer mensen (deels)hoger betaald werk beschikbaar en minder goed betaald werk wordt dan over een grotere groep gespreid.

    In Amerika betalen werkgevers veel minder belastingen en premies maar de welvaart is daar niet hoger. Er is veel armoede en er zijn veel onverzekerden en werkende armen. Economie moet wat mij betreft ten dienste staan van welzijn en welvaart van burgers. Een optimaal functionerende economie is wat mij betreft geen doel op zich. De nadelen van de wig neem ik bij gebrek aan een goed werkend alternatief voorlopig op de koop toe.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. @Anneke
    Een advocaat zou wellicht uit morele overwegingen kunnen besluiten een dagje in het verpleeghuis te werken, maar daarmee vernietigt hij (een deel) van zijn eigen talent.Immers: een advocaat heeft vele jaren moeten studeren en ervaring op moeten doen voor hij een uurtarief van (ik noem maar wat) 300 euro kan rechtvaardigen.

    Vergelijk dit met de eerste de beste VMBO-er die in theorie zonder enige moeite omgeschoold kan worden tot verzorger.

    Je begrijpt dat het aanbod van VMBO-ers vele malen hoger is dan het aanbod van doorgewinterde advocaten. Hun diensten uitwisselen is slechts van één kant mogelijk. Een VMBO-er kan niet "zo maar eventjes" een dag advocaat spelen, maar andersom kan een advocaat wel een dagje een bejaarde wassen.

    Echter: die advocaat vernietigt daarmee 8 uur à 300 euro per week (10.320 euro per maand. Voor dat geld kunnen 5 VMBO-ers fulltime aan het werk gezet worden!

    Dit verklaart ook de enorme salarissen die voetballers opstrijken. Ik ben gaarne bereid om te voetballen bij Bayern München voor 10% van het salaris van de aldaar slechtst betaalde speler. Maar als Bayern München mij daadwerkelijk op het veld op zou stellen (in plaats van een Arjan Robben of Ribéry), dan worden ze gegarandeerd GEEN kampioen. Ze spelen dan GEEN Champions League en verkopen tienduizenden kaartjes (à 30 euro) per week (keer 40!) minder. Gewoon omdat ik totaal niet kan voetballen!

    Tegelijkertijd zijn er een heleboel bedrijven en instellingen die dan geen schitterende website meer hebben. Want dát is mijn vak. En dat kan Ribéry weer niet. Lekker puh :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @Anneke Achttien
    Een andere vraag die je bij jou voorstel voor die advocaat kan stellen is, hoe ga je dat regelen?

    Wordt dit op vrijwillige basis geregeld, dan zul je genoeg mensen moeten overhalen vrijwillig tijd te spenderen op voor hun economisch minder intressante baan.

    Als je het door middel van overheid wilt regelen krijg je al snel inefficiente bureaucratieën die mensen dwingen een bepaalde baan te nemen. Niet alleen verknoei je zo heel veel menselijke capaciteit aan plannen wat er gedaan moet worden en onefficient gebruik van iemand zijn vaardigheden. Maar je moet ook al snel dwang en zelfs fysiek geweld gaan hanteren om je doel te bereiken, hoe moreel is dat dan nog?

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Menno van der Meer11 maart 2010 02:36

    Hear hear!

    Onze overheid heeft steeds meer geld nodig om zichzelf in stand te houden. Er is een gigantisch ambtenarenapparaat opgebouwd, waarin het over het algemeen (financieel gezien althans) goed toeven is.
    Daarnaast is er een sociaal vangnet, dat inmiddels meer begint te lijken op een sociale hangmat (ik noem vakantiegeld bij een uitkering...)

    De (alsmaar stijgende) kosten van dit alles worden afgewenteld op de werkgevers en de werknemers. Hierdoor is er én minder bestedingsruimte voor consumptie én stijgen de prijzen. Er wordt minder verkocht, er worden meer mensen ontslagen en zie de overheidsuitgaven stijgen evenredig. Ook is er inderdaad nauwelijk "incentive" om vanuit een uitkeringssituatie te gaan werken voor een groot aantal mensen.

    De enige manier om deze neerwaartse spiraal te doorbreken is door de overheidsuitgaven te beperken en daarmee de wig te kunnen verkleinen.

    De oplossing ligt iig niet in werkende mensen te vragen om (een dagje per week)onder hun niveau te gaan werken, terwijl een er een heel leger werkelozen klaar staat. Laat deze werklozen maar bejaarden gaan wassen, als voorwaarde om de uitkering te behouden.

    Het idee van Anneke Achttien is weer zo'n sterk staaltje iedereen-is-gelijk redeneren. Helaas, in de grote mensenwereld werkt het zo niet: waarom zou een hoogopgeleide, die al meer dan de helft van zijn inkomen moet inleveren, ook nog eens regelmatig onder zijn niveau gaan werken? Als je dit doorvoert, wordt uiteindelijk dus iedereen gelijk betaald en waarom zou je dan nog je nek uitsteken door hard te werken, te gaan studeren of iets te verbeteren, etc.? Dit is funest voor elke vorm van vooruitgang.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. AnnekeAchttien11 maart 2010 21:03

    In mijn denken over het herinrichten van de arbeidsmarkt is mijn nuitgangspunt dat er allerlei taken vervuld moeten worden om de samenleving draaiende te houden. De ene taak is leuker en beter betaald dan de andere. In principe ben ik ervoor dat iedereen zijn bijdrage levert als het gaat om het doen van de klussen die minder leuk of slechter betaald worden. Wat mij betreft hoeft een voltooide hoge opleiding niet automatisch te betekenen dat je vrijgesteld bent van het doen van minder leuk werk. Thuis worden de minder leuke taken immers ook over alle gezinsleden verdeeld.

    De bakker, verpleegkundige en de advocaat werken alledrie hard. En ze hebben om hun werk te kunnen doen allemaal een opleiding gevolgd. Dat een advocaat langer onderwijs nodig heeft dan de broodbakker lijkt me voor de jurist geen straf.
    Ook goed om te bedenken dat mensen als de bakker en de verpleegkundige door het betalen van belasting een grote bijdrage leveren aan de opleidingskosten van de advocaat.

    BeantwoordenVerwijderen