Libertariërs zijn groot voorstander van vrijheid en het is daarom interessant om te zien hoe in het libertarisme wordt aangekeken tegen de vrijheid op beweging. De basis van het libertarisme is het recht dat er geen geweld tegen persoon of eigendommen gepleegd mag worden. Andere grondbeginselen zijn zelfbeschikking en privaat eigendom.
De vrijheid op beweging valt uiteen in twee delen. Het recht om te vertrekken en het recht om een grondgebied te betreden. Het eerste recht bestaat in het libertarisme wel en het tweede niet. We zullen deze twee aspecten behandelen en daarna wordt afgesloten met hoe immigratie er uit zou zien in een libertarische samenleving.
Een ieder beschikt over zichzelf. Je eigen persoon en je eigen handelen behoren jou toe. Deze zelfbeschikking is niet te vervreemden. Je kan jezelf dus niet als slaaf verkopen. Je kan wel een contract sluiten waarin je tegen betaling jezelf op laat sluiten en arbeid moet verrichten. Maar als je halverwege spijt krijgt ben je niet gebonden aan dit contract. Dit contract is niet met geweld af te dwingen. Je kan je zelfbeschikking dus wel verkopen. Maar als je je niet houdt aan dit contract dan is niet af te dwingen door de tegenpartij dat je je afspraken alsnog nakomt. Dit kan uiteraard wel bij verkoop van materiële bezittingen.
De vrijheid om te vertrekken valt onder de zelfbeschikking. Niemand heeft het recht om iemand op te sluiten omdat deze zich toevallig op zijn grondgebied bevindt. Je kan daarentegen wel iemand sommeren om te vertrekken, maar vasthouden mag niet. Dus als je op bezoek bent bij een libertariër hoef je niet bang te zijn dat hij zich beroept op het privaat eigendom van de buitendeur en je niet meer laat gaan.
Dit is geldig voor elk grondgebied dus ook voor een land. Beperkende maatregelen voor vertrek zijn daarom niet libertarisch. Een paspoortcontrole bij de grens door de Nederlandse douane zou dus worden afgeschaft in een libertarische samenleving. Iedereen mag vertrekken als hij of zij dat wil. Geen paspoorten lijkt misschien vergaand, maar voor de Eerste Wereldoorlog was dat de praktijk. Mensen hadden geen paspoort en er was geen grenscontrole. Er was toen echt sprake van vrijheid van beweging. Tijdens de oorlog zijn er reisdocumenten ingevoerd om spionage tegen te gaan. Maar na de oorlog zijn deze gewoon gebleven. En nu vindt men het vanzelfsprekend.
De vrijheid van vertrek betekent voor de dictator dat hij zijn burgers niet mag oplsuiten. Het IJzeren gordijn was dus een inbreuk op de rechten van de mens. Maar niet alleen de dictator moet dit recht respecteren. Ook een democratie is hieraan gebonden. Een democratische overheid mag geen enkele persoon op haar grondgebied verbieden te vertrekken. Een dergelijk recht is absoluut en staat dus boven alles. Het kan op geen enkele wijze worden aangetast. Het is dus niet gelegitimeerd dat door een democratische meerderheid wordt besloten dat iemand niet mag vertrekken.
Leuke uiteenzetting Marcel, behandel je in deel 2 het vermeende recht een grondgebied te betreden? Kijk er naar uit!
BeantwoordenVerwijderen