maandag 15 maart 2010

Mythe: De overheid kan banen redden

De overheid komt regelmatig met plannen om banen te redden of zelfs te creëren. Obama heeft er in de korte tijd dat hij aan de macht is al een aantal gelanceerd. En de Nederlandse regering komt regelmatig met voorstellen om de werkgelegenheid een duwtje in de rug te geven. Maar een nadere blik op dergelijke plannen geeft een zeer zorgelijk beeld van willekeur en een politiek die geen enkel logisch besef heeft.

Neem als voorbeeld de steun aan Opel. Hierbij worden miljarden besteed om werkgelegenheid te behouden. Is er hier sprake van paniekvoetbal en populistisch gedraai of zit hier er echt een ideologie achter. Laten we er eens vanuit gaan dat deze maatregelen zijn gebaseerd op een politieke ideologie. Wat is deze ideologie, welke moraal ligt hier achter.

Een mogelijkheid is dat banen nooit verloren mogen gaan. Maar dit is natuurlijk in tegenspraak met de realiteit. Er gaan regelmatig banen verloren. Dit is zeker niet de drijfveer en zou ook onmogelijk zijn. Hier krijgt Opel wel steun en andere bedrijven krijgen geen steun.

Een ander idee zou kunnen zijn dat er geen banen mogen verdwijnen bij grote bedrijven. Dit is al wel meer in overeenstemming met de realiteit. Het is ook begrijpelijk omdat dergelijke ontslagen vaak veel media-aandacht krijgen. Maar er zijn regelmatig reorganisaties bij grote bedrijven waar de politiek niets mee doet. Dus ook dit is niet de drijfveer.

Zijn het dan bepaalde sectoren? Er zijn inderdaad wel bepaalde sectoren die gezien worden als strategisch. Landbouw, autoindustrie en vliegtuigbouw krijgen van oudsher meer overheidssteun. En tegenwoordig natuurlijk de banken. Maar ook hier is geen lijn te ontdekken.

Welke bedrijven gered worden en welke niet lijkt een kwestie van willekeur. Het lukt mij in ieder niet om duidelijke criteria te vinden waarom bedrijven wel of niet gered worden. Er is de waan van de dag en de politieke temperatuur die bepalend zijn. Maar objectieve criteria lijken er niet te zijn. En zeker geen criteria die terug te voeren zijn op partijprogramma's.

Dan de logische samenhang van deze maatregelen. Een banenplan zegt dat geld in handen van de overheid meer banen maakt dan geld in private handen. Dit is de impliciete boodschap van politici die banen creëren. We kunnen het geld laten zitten in de private sector, maar kennelijk levert het daar geen banen op. Als de overheid dit geld ophaalt dan moet ze natuurlijk zichzelf terugverdienen en daarbovenop nog meer banen maken dan de private sector zou doen.

Daarbij maakt het uit waar de overheid het geld vandaan haalt. Er is waarschijnlijk geen enkele politicus die een stimuleringsplan indient met daarin belastingverhogingen. Dus hier hoeven we weinig aandacht aan te besteden.

De volgende mogelijkheid is om geld te lenen. Dit geld is niet alleen een wissel op de toekomst het heeft ook effect in het hier en nu. Het geld wordt nu uitgeleend aan de overheid maar het had ook uitgeleend kunnen worden aan bedrijven. De kapitaalmarkt is een beperkte markt. Als de overheid beslag legt op een deel van het geld dan blijft er minder over voor de rest. Dit vertaald zich in een hogere rente en lagere investeringen door bedrijven. Ment noemt dit het crowding-out effect. Dit is een flinke beperking van de effectiviteit van de overheidsmaatregelen.

Dit effect wordt onderkent, maar het tegenargument is dat het spaargeld anders zou blijven liggen. De investeringen zakken in en de besparingen lopen op. Er blijft dus spaargeld over en het is dan niet zo erg als de overheid ook wat leent. Als de markt zijn werk had kunnen doen zou de rente snel dalen zodat sparen minder aantrekkelijk werd en lenen juist aantrekkelijker.

Verder betekent spaargeld dat er meer koopkracht is in de toekomst. Dus is er een basis om te investeren. Maar de overheid jaagt dit spaargeld er doorheen. Een hogere staatsschuld betekent dat er hogere belastingen zijn in de toekomst om de hogere rentebetalingen op te brengen. Dat geeft dus een signaal af dat consumentenbestedingen in de toekomst af kunnen nemen. En dat is een negatief signaal voor investeringen. De overheid interpreteerd dit signaal verkeerd en ziet de afnemende investeringen als een bevestiging. Terwijl de afnemende investeringen juist een reactie zijn op de eigen politiek.

Als het geld eenmaal binnen is moet de eigen inefficiente beperkt zijn. Alle ambtenaren die bezig zijn met deze plannen hadden ook bezig kunnen zijn productieve zaken. Al dit verlies moet worden teruggwonnen met de extra banen die gemaakt zullen worden.

Dan komt de volgende stap in het proces. De juiste beslssingen moeten worden genomen en de uitvoering moet adequaat begeleid worden. Welke maatregelen worden er nu daadwerkelijk genomen die echt gericht zijn op extra banen? In Nederland hadden we de sloopregeling. De stupiditeit van dergelijke regelingen is werkelijk tenenkrommend. We slopen goederen en gaan deze vervangen. We kunnen ook een bom gooien op een ministerie en vervolgens een nieuwe bouwen. Het werk dat hieruit voortkomt levert wel banen, maar geen extra welvaart. Dit is een klassiek probleem binnen de economie en wordt de 'broken window fallacy' genoemd. Bastiat kwam met dit voorbeeld. Hij gaf aan dat als hij een raam in zou gooien dat dit allerlei werk zou scheppen. Maar de eigenaar van het raam had het geld ook uit kunnen geven aan andere dingen. En dan was hij echt beter af geweest want nu heeft hij alleen zijn raam terug. Ditzelfde geldt voor de autobezitters. Zij geven geld uit aan een nieuwe auto omdat ze nu subsidie krijgen. Maar zonder subsidie hadden zij dit geld uitgegeven aan bijvoorbeeld een tv. De makers en verkopers van tv's verloren dus omzet door de sloopregeling. Maar dit verlies van omzet zie je niet en wordt niet meegenomen in het effect van de sloopregeling. Uiteindelijk geeft de sloopregeling nauwelijks extra bestedingen, maar vooral een verschuiving van bestedingen.

Een ander aardig voorbeeld is de subsidie voor extra isolatie van huizen. Deze branche bleek al veel werk te hebben. De overheidsmaatregelen leiden dus tot hogere prijzen in deze branche. Hogere prijzen zijn een andere belangrijke bijkomstigheid van overheidssubsidies.

De overheid maakt geen banen. Ze verschuift de vraag zonder extra vraag te creëren. In sommige sectoren gaat de vraag omhoog, maar dit gaat ten koste van andere sectoren. De winst ziet men wel, maar het verlies is onzichtbaar. En daarbij leidt dit ook nog eens tot prijsverhogingen. Er is geen logische en consistente onderbouwing van de banenplannen.

Als je achteraf de subsidie afzet tegen de extra banen dan schrik je van de kosten. De meest efficiënte plannen hebben kosten van ongeveer 50.000 euro per baan. Als je de plannen van Obama terugrekend dan hebben de banen die hij gered heeft 300.000 euro per baan gekost. En let op hierbij hebben we het alleen over de directe effecten. Het is maar de vraag of er echt zoveel banen gered zijn. Als deze mensen op straat hadden gekomen dan hadden veel van hen ook weer een baan gevonden. Deze kosten zijn zo buiten elke proportie dat ik niet begrijp dat er nog steeds banenplannen zijn.

De overheid zegt dat het geld dat gemoeid is met deze projecten terugverdiend wordt met extra banen. Deze extra werkgelegenheid levert ook weer extra belasting op en de maatregelen kosten niets maar leveren een netto winst. De overheid verkoopt de banenplannen als investering. Als iets dat uiteindelijk meer oplevert dan het kost. Maar dit gaat uiteindelijk niet op.

De banenplannen hebben geen ideologische basis. Daarnaast missen ze een logische onderbouwing die aantoont dat overheidsuitgaven kunnen leiden tot meer werkgelegenheid. Verder blijkt historisch dat de kosten van banenplannen astronomisch hoog zijn. En dan is er natuurlijk nog de hogere staatsschuld die in de toekomst de economie zal remmen.

Alleen vriendjespolitiek, populisme of een gebrek aan kennis kunnen nog een reden zijn voor het bestaan van dergelijke banenplannen. Het zuurste van deze plannen is nog wel dat het juist degenen schaadt die het zegt te redden en dat zijn de gewone arbeiders. De arbeiders hebben het meeste baat bij groei van de werkgelegenheid. Een hoge werkgelegenheid is namelijk de beste baanzekerheid die er is.

2 reacties:

  1. Beste Meijer1973,

    Ik heb inmiddels al heel wat van uw verhalen gelezen die altijd zeer duidelijk zijn. Vaak komt u met voorbeelden waar het liberaal gezien beter of met kritiek op (recente) (overheids)maatregelen.

    Nu vraag ik mij af, zijn er volgens u ook landen of voorbeelden die deze economische crisis wél vanuit een liberaal oogpunt aanpakken.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. @Anoniem De neiging van overheden om in te grijpen is sterk en dat zie je terug in het beleid van de meeste landen. Een voorbeeld van een liberale aanpak is het beleid van Lubbers tijdens een vorige crisis. Hier werden de overheidsuitgaven echt verminderd (het enige naoorlogse kabinet dat dat gedaan heeft). En hierdoor werd de economie ook gezonder.

    BeantwoordenVerwijderen