donderdag 31 december 2009

Win-win en Win-lose (2/3)

In het vorige artikel ben ik ingegaan op de win-win situatie die ontstaat op vrije markten. Vrije wil maakte daarbij dat er alleen keuzes werden gemaakt waarbij de betrokkenen beter af zijn. Is er geen vrije wil, maar is er sprake van dwang dan is iemand duidelijk slechter af om iemand anders beter af te maken. Of in het ergste geval zijn beide partijen zelfs slechter af. Dwang wordt nooit gebruikt in transacties waarbij beide partijen beter af zijn anders hadden ze deze transactie wel uit vrije wil gedaan.

De staat werkt op basis van dwang. De staat is namelijk de organisatie die regels kan maken en handhaven in een bepaald geografisch gebied. Een belangrijke regel is dat we belasting moeten betalen. Hier kan dan bijvoorbeeld een bijstanduitkering van betaald worden. En deze regel wordt ook gehandhaafd. Weigeren om hieraan mee te werken is dus geen optie. Weigeren te betalen leidt eerst tot boetes. Betaal je vervolgens nog niet dan loopt de schuld hard op door de invorderingskosten. Uiteindelijk kan je vrijheid worden afgenomen en moet je de gevangenis in. Belasting is dus echt een verplichte afdracht. Omdat iedereen braaf betaalt besef je niet altijd wat die verplichting inhoudt. Maar deze betaling wordt uiteindelijk met geweld afgedwongen.

Waarom is dwang eigenlijk nodig in een democratie. Stel dat mensen willen dat er gezorgd wordt voor de armen. Dan kunnen ze geld overmaken naar een stichting die dat regelt. Nu zul je zeggen dat mensen dat niet doen. Zij willen hun geld liever zelf houden. Ze zijn egoïstisch enzovoort. Dus daarom moet de staat ingrijpen.

Maar waarom zouden mensen die hun geld niet aan de armen willen geven stemmen op een overheid die hun geld onder dwang afneemt en dat dan aan de armen geeft. Dus dus dan willen de mensen hun geld ineens toch wel afdragen. Als ze ervoor stemmen om hun geld af te dragen geven ze toch aan dat ze bereid zijn hun geld weg te geven. Maar waarom dan die extra laag van de overheid ertussen. Als de mensen het weg willen geven is dwang toch niet nodig.

Een voorbeeldje verheldert het principe misschien. Stel er is een voorstel om 500 euro aan de armen te geven. Nu is 60 procent van de mensen voor en 40 tegen. In een democratie wordt dit voorstel aangenomen en krijgen de armen 500 euro per maand. Zonder overheid zouden alleen die 60 procent van de mensen een bijdrage doen. En vervolgens krijgen de armen dus slechts 300 euro.

Misschien wat minder gunstig voor de armen, maar wel een betere afspiegeling van de wil van het volk. Verder is er geen dwang bij komen kijken. En er is ook geen geld verspild aan de inefficiëntie van de overheid.

Tegen de overheid kunnen we dus het argument van effect en het morele argument inbrengen. Op basis van effect geef je aan dat wat de overheid doet niet werkt en inefficiënt is. Bijvoorbeeld we kunnen wel meer blauw op straat willen, maar hierdoor worden er niet minder fietsen gestolen. De maatregel heeft dus geen effect. Verder kun je waarschijnlijk genoeg voorbeelden vinden waarbij de overheid inefficient te werk gaat.

Het morele argument is naar mijn mening sterker. Daarbij ga je ervan uit dat geweld niet goed is. Onder geweld wordt agressie en dwang verstaan. Je mag anderen niet benadelen, ze niet dwingen tot iets en dus geen geweld tegen hen initieren. Bijvoorbeeld belastingheffing is een vorm van geweldsinitiëring omdat hierbij sprake is van dwang.

En de overheid is gebaseerd op dwang. Alles dat vrijwillig tot stand komt hoeft immers niet geregeld te worden. Als het initiëren onder geen omstandigheid is gelegitimeerd dan kan de overheid veel regels wel schrappen. Ze kan de mensen beschermen, maar veel meer ook niet. Verder is belastingheffing ook een verplichting en moeten we daarom verwerpen.

Dan zul je zeggen dat mensen daar misbruik van zullen maken. Dat de rijken dan niets weg zullen geven. Maar je eigen moraal is je eigen uitdaging. Je zal zelf uit moeten vinden hoe je wilt leven als mens. Anderen opleggen om geld weg te geven maakt van deze mensen geen betere mensen. Je haalt het idealisme en de moraal hierdoor juist weg bij de mensen. Door belasting heb ik al betaald voor bejaardentehuizen en dus hoef ik zelf niet te zorgen voor de ouderen. Juist het institutionaliseren van idealisme en moraal maakt mensen kil en onverschillig. Iemand anders namelijk de overheid is nu verantwoordelijk voor alle ellende.

De overheid werkt dus onder dwang. Ze kan alleen mensen beter af maken door anderen slechter af te maken. Geweld en dwang zijn in elke vorm verwerpelijk ook als zij gelegitimeerd wordt door de overheid.

woensdag 30 december 2009

Aanslag gelukt

De media hebben het al over de mislukte aanslag als ze het hebben over de aanslag op de vlucht van Nederland naar de VS. Maar de aanslag is gelukt alleen missen we het doel van de aanslag. Het doel van een militaire operatie is de vijand schade toebrengen en dat is zeker gelukt.

De terroristen hebben de mensen flink schrik aangejaagd. En dat hebben ze gedaan met een minimum aan slachtoffers. De gevolgen van deze angst zijn een enorme kostenpost.

De veiligheidseisen op Schiphol zijn enorm opgevoerd. De vertragingen liepen enorm op. Door deze aanslag zal er veel geld worden geïnvesteerd in extra veiligheidsmaatregelen.

Het zijn maatregelen die geen zin hebben. Na de twin-towers zijn de veiligheidsmaatregelen opgeschroefd. Vervolgens heeft een terrorist brandbare vloeistof is zijn schoenen meegesmokkeld. En de veiligheidsmaatregelen werden verder opgeschroefd.

En nu laten de terroristen weer zien dat het systeem nog steeds lek is. En het systeem zal ook lek blijven. Het is onmogelijk om deze aanslagen te voorkomen. Op vliegvelden worden teveel mensen vervoerd om ze allemaal grondig te controleren. En we mogen al vloeistoffen meenemen. We moeten het alleen in flesjes van 100 ml doen. Later kan dit toch weer bij elkaar gevoegd worden.

En de kosten voor beveiliging blijven maar oplopen. Op elke luchthaven in de wereld zal deze nieuwste aanslag worden bestudeerd. En er zullen extra maatregelen worden genomen. En al dat weggegooid geld is een succes voor de terroristen.

De plaagstootjes van Al-Qaeda leiden steeds weer tot enorme kosten. Elke dollar die Al-Qaeda investeert leidt tot een veelvoud aan investeringen. Daarbij is elke verhouding zoek. Het is niet onwaarschijnlijk dat elke dollar die geinvesteerd is in deze aanslag zich vertaald in een miljoen dollar aan beveiligingskosten. Maar het kan ook meer zijn. En dit is de kern van het succes van Al-Qaeda.

dinsdag 29 december 2009

Saldo van de overheid

Een lezer vroeg mij om één en ander te verduidelijken over het financieringssaldo en de overheidsschuld.

Het huishoudboekje van de overheid wordt als eerste bepaald door de uitgaven en de inkomsten. Het verschil tussen deze twee wordt het begrotingssaldo genoemd. Zijn de uitgaven groter dan de inkomsten dan spreken we van een begrotingstekort. Zijn de uitgaven kleiner dan hebben we het over een begrotingsoverschot.

Is er sprake van een begrotingstekort dan zal de overheid moeten lenen om dit gat te dichten. Het begrotingstekort wordt daarom ook wel de financieringsbehoefte genoemd. Met financieren wordt hier dus lenen bedoeld. Dit lenen gebeurd over het algemeen door het uitgeven van staatsobligaties. Beleggers kunnen deze obligaties kopen. Veel van de obligaties worden gekocht door de pensioenfondsen.

Geld dat uitgeleend wordt aan de overheid kan niet meer aan een bedrijf worden uitgeleend. De overheid is niet de enige die obligaties probeert te verkopen. Ook bedrijven geven obligaties uit om aan geld te komen. Als de overheid veel geld leent dan staan de beleggers dus sterk. Er worden dan veel obligaties aangeboden. De beleggers hebben natuurlijk het liefst een hogere rente. Dus als er veel obligaties worden aangeboden dan stijgt de rente. Voor bedrijven is het dus een nadeel als de overheid veel geld moet lenen want hierdoor wordt de rente hoger. Dit effect wordt ook wel 'crowding-out' genoemd. De overheid drukt de bedrijven eigenlijk weg. Voor bedrijven wordt het moeilijker om aan geld te komen voor investeringen. Grote financieringstekorten zijn daardoor slecht voor de economie.

Een ander punt is de verandering van de staatsschuld. De overheid leent niet alleen geld ze lost ook af. Het begrotingstekort was het bedrag dat de overheid moest lenen in een bepaald jaar. Dit betekent een toename van de schuld. Daarnaast wordt er ook afgelost en daardoor daalt de schuld. Nemen we dus het begrotingstekort en halen we daar de aflossingen vanaf dan hebben we de toename van de staatsschuld. Bijvoorbeeld een begrotingstekort van 20 miljard en 15 miljard aan aflossingen geeft een toename van de staatsschuld van 5 miljard. Dit noemen we het financieringstekort. Neemt de schuld af dan spreken we van een financieringsoverschot. Het financieringssaldo is de afname van de staatsschuld. In dit geval is het financieringssaldo dus -5.

In Europees verband spreken we van EMU-saldo en EMU-schuld. De inkomsten en uitgaven worden hier iets anders bepaald. Net hadden we het alleen over de rijksoverheid zonder gemeenten, provincies en sociale verzekeringsfondsen. Maar dit geeft problemen bij internationale vergelijkingen. Daarom neem je voor het EMU-saldo de inkomsten en uitgaven van alle overheden en de sociale verzekeringsfondsen. Verder komt het EMU-saldo dan overeen met het financieringssaldo.

In Nederland mogen de lagere overheden geen tekorten hebben en meestal hebben ze ook geen overschotten. Dus deze hebben nauwelijks invloed op het EMU-saldo. De sociale verzekeringsfondsen hebben juist wel regelmatig tekorten en overschotten. De sociale verzekeringsfondsen zijn verantwoordelijk voor een aantal uitkeringen. In goede tijden zijn veel mensen aan het werk en hoeven er weinig uitkeringen te worden uitgekeerd. Als het slecht gaat zo als nu het geval is komen er juist veel mensen op straat te staan. Veel mensen gaan dus aanspraak maken op een uitkering. Dit betekent dat de sociale verzekeringsfondsen dus geld tekort zullen komen. Maar dit wordt gecompenseerd door de goede tijden wanneer ze juist geld over hebben. Daardoor zijn er verschillen tussen het financieringstekort en het EMU-saldo.

Dit is voor zover het in de schoolboeken staat. In het echt zijn er nog een aantal boekhoudregeltjes die het nog wat ingewikkelder maken. Bijvoorbeeld in 2008 liep de staatschuld met ongeveer 15 procentpunt op en hadden we een financieringsoverschot van 1 procent. Dat is nogal tegenstrijdig met dit verhaal. Dit komt doordat de steun aan de banken op een andere manier werd behandeld. Deze kwam dus niet in het financieringssaldo maar de schuld liep dus wel op. In het echt is het dus helaas niet zo tranasparant als de sommetjes in de schoolboeken.

maandag 28 december 2009

Win-win en win-lose (1/3)

Een belangrijke opvatting van mij en andere libertariërs is dat handelingen op de vrije markt leiden tot winst voor de betrokken partijen en dat anderen niet slechter af zullen zijn.

Twee belangrijke basisprincipes leiden uiteindelijk tot deze conclusie. De eerste is dat mensen uit vrije wil handelen. En we gaan ervan uit dat je als je zelf kiest voor bepaald gedrag dat je er zelf beter van wordt. Dit gaat ook op als je al je spaargeld weggeeft aan Greanpeace. Je idealisme weegt kennelijk zwaarder als het materiële bezit. Dus door deze gift is deze donateur beter af.

Het tweede basisprincipe is privaat eigendom. Het eigendom van mensen mag niet worden aangetast door anderen. Dus een boer die eigenaar is van een weiland mag niet gedupeerd worden door een fabriek die op het naastgelegen stuk grond wordt gebouwd. Dat is is een sterkere aanname dan in onze huidige samenleving het geval is. In de huidige situatie moet de fabriek een vergunning aanvragen. Is dit eenmaal gelukt dan kan de boer nog wel bezwaar maken. Maar de fabriek houdt zich aan de regels dus een bezwaar is lastig. Voor het goed functioneren van markten is een goede bescherming van privaat eigendom noodzakelijk. Een discussie voor de echte libertarier is of deze bescherming door de overheid of door de markt moet worden geboden.

Nu eenmaal deze uitgangspunten zijn vastgesteld is eenvoudig te concluderen dat bij elke handeling mensen beter af zullen zijn zonder dat anderen slechter af zijn.

Bij elke aankoop zijn zowel de koper als de verkoper beter af. De koper van een auto heeft liever de auto dan het geld. Dit geld staat weer voor opgeofferde vrije tijd. De koper heeft dus een deel van zijn vrije tijd opgegeven om te werken en heeft daar een auto van gekocht. Omdat dit uit vrije wil gebeurde deed hij dit kennelijk om er beter van te worden. Voor de verkoper geldt dat deze liever het geld heeft dan de auto. Voor arbeidsrelaties geldt hetzelfde. Mensen gaan bijvoorbeeld werken als autodealer omdat ze dit liever doen als een ander beroep of thuis zitten.

De indirect betrokkenen die hinder ondervinden van de autodealer kunnen deze hierop aanspreken. Stel dat de garage van de autodealer veel herrie maakt en dat de mensen die hier in de buurt wonen daar last van hebben. Dergelijke overlast vertaalt zich in een waardedaling van het bezit dus er is duidelijk schade aangebracht aan het bezit van de omwonenden. De omwonenden kunnen de garagehouder nu verbieden om lawaai te maken. Nu kan het zo zijn dat hij zijn bedrijf niet kan voeren zonder herrie te maken. Dan kan hij in overleg gaan met de omwonenden. Ze kunnen dan een contract sluiten waarbij de omwonenden geld krijgen en in ruil daarvoor de herrie tolereren.

Op deze manier verbeteren de markthandelingen van partijen zonder dat anderen slechter af zijn. Nu moet je hierbij niet voorstellen dat dit altijd ideaal werkt. We maken constant fouten. Nadat je de auto hebt gekocht blijkt dat de concurrent hetzelfde model voor een lagere prijs had staan. Of nadat je je aan het werk gegaan bent als autodealer blijkt je baas een tiran te zijn. Zo zijn consumenten en producenten steeds weer aan het leren. En gaandeweg passen ze hun gedrag aan.

De markt is niet ideaal, maar wel de beste oplossing. Op de markt is steeds sprake van een win-win situatie. Worden zaken geregeld via de overheid dan zijn sommige partijen wel slechter af. Daarover morgen meer.

zondag 27 december 2009

Jaaroverzicht belastingverhoging

Alweer een nieuw plan voor belastingverhoging. Nog niet lang geleden is aangekondigd dat er een nieuwe EU-belasting komt op energie. En nu is er het plan van de PvdA om het hoogste tarief te verhogen naar zestig procent.

Moeten we niet een eindejaarsoverzicht opstellen van alle nieuwe heffingen in 2009. Ook van dit jaar zijn bijvoorbeeld de slurptax en de verpakkingentax. Is het mogelijk een overzicht te maken van de nieuwe belastingen van dit jaar?

Een ander staaltje creatief belastingheffen zagen we bij de WOZ-belasting. Deze belasting is afhankelijk van de prijzen van huizen. Nu daalde de huizenprijzen en dat gaf een aantal gemeenten de nodige problemen. Dus moesten de tarieven worden aangepast zodat de belastinginkomsten op peil bleven. Een schandalig misbruik van overheidsmacht. In de goede tijden werd er lekker genoten van de hogere belastingopbrengsten. Maar de risico's worden nu afgewimpeld op de burger.

Maar de echt slechte boodschap voor de belastingbetaler dit jaar was toch wel de oplopende staatsschuld. Deze moet worden terugbetaald. En als ik het PvdA hoor dan willen zij in ieder geval liever niet de overheid verkleinen. Dus deze schuld zal mede gefinancierd worden door belastingverhogingen. Door deze belastingverhoging zal de economische groei geremd worden. Dit maakt het vervolgens nog weer lastiger om de schuld terug te betalen.

Een ieder die nadenkt over belastingdruk wil ik ook meegeven dat je altijd minstens twee keer belasting betaald. De eerste keer over je inkomsten en de tweede keer over je uitgaven. Hierdoor is de belastingdruk ongemerkt een stuk hoger dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

Ook over spaargeld moet je belasting betalen. Dit is echt absurd, zeker als je bedenkt dat als je geld gaat lenen dat je dan zelfs belasting terug kan krijgen. De vermogensrendementsheffing maakt het onmogelijk om op een normale manier voor later te sparen. Je wordt gedwongen om je geld op een fiscaal aantrekkelijke manier weg te zetten. Ook dit jaar kwamen er weer de nodige fraudes aan het licht van handige jongens die inspeelden op de mogelijkheden om groen te beleggen. Burgers zouden zelf alle mogelijkheden moeten hebben om zelf aanvullingen op hun pensioen te regelen zonder daarbij afhankelijk te zijn van verzekeringsmaatschappijen of andere partijen. Zeker nu de AOW-leeftijd wordt opgerekt moet je spaarpotje aan mogen leggen om je pensioen aan te vullen. En dat zou dus ook moeten kunnen met de gewone spaarrekening.

Dit is zeker geen uitputtende lijst van belastingverhogingen en ander belastingleed. Helaas is er geen eenvoudige lijst van nieuwe accijzen, belastingen en heffingen te vinden. Dus aanvullingen en tips zijn welkom.

zaterdag 26 december 2009

Stemmingmakerij van Beatrix

De koninging heeft in haar kersttoespraak de nodige aandacht besteed aan de toestand van de maatschappij. Zij vind dat het individualisme is doorgeslagen ten koste van de saamhorigheid. Verder gaf ze aan dat contacten steeds vluchtiger en oppervlakkiger worden. Daarbij vind ze dat mensen steeds grover en harder naar elkaar worden.

Als ik haar zo hoor dan moet ik geloven dat we steeds slechter met elkaar omgaan. En de Koninging is niet de enige die nodige aandacht aan de verharding van de maatschappij besteedt. Ook politici wijzen ons regelmatig op dit 'probleem'.

Maar het punt daarbij is dat ik het probleem om mij heen niet zie. En ik woon in Amsterdam-West en echt niet in de beste buurt. Maar de mensen voornamelijk allochtonen leven daar goed met elkaar samen. In de zeven jaar dat ik in Geuzenveld woon heb ik geen enkele keer geweld op straat of in het openbaar gezien. Verder werk ik als docent op een school en ik zie niet dat kinderen grof of gemeen zijn. En ik zie zeker niet dat elk jaar de kinderen almaar slechter worden. Bedenk zelf maar eens hoe vaak ben je in contact gekomen met geweld. De kans is groot dat je in je leven nauwelijks geweld hebt meegemaakt.

Dat is mijn persoonlijke beeld van de wereld. Maar ook in de harde cijfers komt het niet terug. Er is geen trend van toenemende criminaliteit. In de media wordt er een specifiek deel van de criminaliteit belicht dat is toegenomen. Maar dat wordt weer gecompenseerd door andere soorten criminaliteit. Het totaalbeel is echt niet slechter geworden de afgelopen jaren.

En dat is ook logisch. Mensen zijn sociale dieren en willen aardig gevonden worden. Het gebruik van geweld is heel erg tegennatuurlijk. Daar zijn een aantal redenen voor. De eerste is dat we anderen niet graag pijn doen. Alleen uitzonderlijk beschadigde mensen vinden het fijn om anderen pijn te doen. Daarnaasr zijn veel mensen conflictmijdend. De confrontatie is potentieel gevaarlijk voor jezelf en dit gevaar wil je vermijden.

De gevallen die uitgelicht worden in de media zijn geen onderdeel van een trend. Het gaat hier om enkele mensen die de uitzondering vormen en niet de regel. Op enkele plekken is er sprake van een toename van geweld. Hierbij kun je denken aan enkele specifieke buslijnen. Personeel en mangement kunnen dit samen oplossen. En bedenk ook hierbij dat het overgrote deel van de bussen veilig is.

In de toespraak worden individuele vrijheid en saamhorigheid als tegenstelling neergezet. Maar dit zijn zeker geen tegenpolen. Een overheid die zich niet mengt in de persoonlijke vrijheden van mensen sluit saamhorigheid niet uit. Nu wordt de persoonlijke vrijheid beperkt om zo de saamhorigheid af te dwingen. Maar saamhorigheid onder dwang lijkt mij geen saamhorigheid. Dus dan heb je geen van beide. Terwijl als je mensen de ruimte geeft dan zijn er veel mensen die het voor elkaar opnemen. En dan kun je zowel saamhorigheid als vrijheid hebben.

Het beeld dat ik kreeg van de toespraak was dat van een kille maatschappij waarin mensen vervreemd zijn van elkaar. De koningin is daarmee zeker niet de enige die dit beeld neerzet en versterkt. Dit roept het gevoel op dat we bang moeten zijn voor onze medemens.

Politici houden ook van deze boodschap. Er is namelijk een probleem en dat moet worden opgelost. En de overheid heeft de oplossing en zal probleem dus wel aanpakken.

De maatregelen om deze problemen op te lossen zijn talrijk. Zogenaamde sociale oplossingen waarbij armoede en sociale ongelijkheid wordt bestreden. Maar uiteindelijk wordt er niets opgelost. En maatregelen om de veiligheid te bevorderen. Er komen meer camera's te hangen. En onze internetactiviteiten worden bewaard voor eventuele vervolging. Maar de veiligheid neemt hierdoor niet toe. Het gevoel van onveiligheid neemt helaas door deze aandacht vaak wel toe.

De mensen zijn niet het probleem. De overheid hoeft niet in te grijpen om ons tegen elkaar te beschermen. De cijfers laten zien dat er geen probleem is. Toch moeten we steeds meer betalen voor alle oplossingen. En niet alleen in geld, ook door beperkingen in onze persoonlijke vrijheid. Deze beperkingen in de persoonlijke vrijheid worden geaccepteerd omdat er een onterecht gevoel van onveiligheid is. En een onterecht gevoel dat deze maatregelen de vrijheid zullen vergroten. Laat de vrijheid niet inperken door de overheid en zeker niet om redenen die op niets gebaseerd zijn.

vrijdag 25 december 2009

Koenders bij serious request

Door serious request is een geweldige prestatie neergezet. Mensen hebben flink in de buidel getast om dit mogelijk te maken. Alle lof hiervoor.

Er was wel een minpuntje. Minister Koenders kwam nog even drie miljoen weggeven. Klinkt in eerste instantiie als een goed initiatief. Maar andermans geld weggeven is geen goede daad. De staat heeft geen eigen geld. Dus als de staat voor sinterklaas gaat spelen dan is dat erg hypocriet. Koenders pronkt met andermans veren. Maar Koenders wordt wel als held in beeld gebracht.

Het is makkelijk om mooie sier te maken als je er zelf niet voor hoeft te betalen. Niet Koenders maar degenen die uit eigen zak hebben betaald zijn de helden van serious request.

donderdag 24 december 2009

Waarom is Griekenland schadelijk voor de eurozone

De schuldenlast van Griekenland is torenhoog en ze heeft een zeer groot financieringstekort. Griekenland moet dus veel obligaties uitgeven. Het grotere aanbod van obligaties geeft een opwaartse druk op de rente.

Door ingrijpen van de ECB zal zich dit niet direct vertalen naar een hogere rente. Maar de ECB zal intensiever moeten intervenieren om de rente op het gewenste lage niveau te houden.

Het vertrouwen in de munt neemt af. De koers gaat nu dalen. Na het nieuws over Griekenland en in mindere mate Spanje is de euro flink onderuit gegaan.

Een lage koers is goed nieuws voor de exporteurs. Maar er zit ook een keerzijde aan. Ingevoerde producten worden duurder. Daarbij speelt de invoer van olie en gas een belangrijke rol. De omvang van de invoer verandert weinig door de hogere prijzen. Daardoor werken deze prijsverhogingen sterk door in de inflatie.

Dit proces is geen stabiel proces . Veel processen in de economie bewegen naar een evenwicht. Maar dat is hier niet direct het geval. Een lagere krdietwaardigheid betekent dat je meer rente moet gaan betalen op je schulden. De kosten lopen op en dit versterkt de slechte situatie.

De verslechterde situatie kan de kredietwaardigheid van andere landen ook aantasten. Met name als de rente op staatsobligaties toe gaat nemen is dat in deze tijden vervelend.

De overheden komen veel geld tekort. Daarom schrijven ze veel obligaties uit. Daarop willen ze natuurlijk zo min mogelijk betalen. Een hogere rente betekent verdere druk op de financieringstekorten. En dat is uiteindelijk slecht nieuws voor de belastingbetaler.

De eurozone heeft in vertrouwen ingeboet door het selchte nieuws over Griekenland. Het is buitenstaanders overduidelijk dat er te weinig discipline is in de eurozone. En dat heeft ook gevolgen hebben voor Nederland. De euro is nu tien procent gedaalt. Daardoor is olie dus ook tien procent duurder geworden. De inflatie gaat daardoor verder oplopen. De opwaartse druk op de rente komt hierdoor in een stroomversnelling. En dat is in deze tijden van overkreditering zeer slecht nieuws.

woensdag 23 december 2009

Moraliteit van vrijheid (3/3)

In de twee vorige artikelen heb ik een morele onderbouwing gegeven voor anarchie oftewel een samenleving zonder staat. Ondertussen hebben jullie jezelf misschien afgevraagd of we politiek gezien ons nu op de linkervleugel of op de rechtervleugel bewegen. Het antwoord is beide. Voor degenen die dachten dat vanwege het afschaffen van de belasting we op de rechtervleugel zaten die hebben het mis.

Zelfs Marx zei dat het uitbuiting is als een arbeider meer moet afdragen dan de waarde van zijn arbeid. Daarbij dacht hij niet alleen aan de bedrijven die de winst vergroten ten koste van de arbeider ook de staat mag deze afdracht niet afdwingen.

Maar Marx was dan ook een anarchist. Velen denken dat Marx staat voor de planeconomie waarbij de staat alles bepaalt. Maar dit is niet het geval. De planeconomie of het socialisme was in de ogen van Marx een opstap naar het ideaal. En dat ideaal is het communisme. Dat is een samenleving zonder staat en kerk en ook zonder privaat eigendom. Dus duidelijk een vorm van anarchie. Marx ziet dit als de natuurlijke staat der dingen. De mens wordt niet geleid maar werkt juist samen.

Ook op de de rechtervleugel zijn er pleitbezorgers voor anarchie. De bekendste daarvan was Murray Rothbard. Hij wordt gezien als de grondlegger van het libertarisme. Het grote verschil met de Marxisten is dat libertariers het belang van privaat eigendom juist benadrukken terwijl Marx hier fel tegen is.

Bij deze beide vormen gaat het er niet meer om hoe we de maatschappij in moeten richten. Het accent komt te liggen bij de vraag hoe de maatschappij er uit komt te zien als er geen staat meer is. De ideëen van Marx en Rothbard moet je dus ook niet zien als een recept hoe de maatschappij ingericht moet worden. Zij zijn voor een wereld zonder dwang en geweld. Er is alleen sprake van vrijwillige samenwerking. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat in de praktijkvoorbeelden van anarchie er meestal wel een vorm van privaat eigendom ontstond. Daarmee neig ik dus zelf naar het libertarisme en niet het Marxisme.

Dit klinkt utopisch. Maar dit is een poging om de moraliteit van vrijheid te verdedigen. De praktische uitvoerbaarheid is een andere discussie. Eigenlijk is dat ook ondergeschikt aan de moraliteit van de kwestie.

Toen de slavernij werd afgeschaft werd er ook gezegd dat de slaven dan werkloos zouden worden en verhongeren. Er zou chaos ontstaan en de slaven waren beter af als er voor hun gezorgd werd. Maar deze praktische bezwaren zijn uiteindelijk niet relevant. Geweld en dwang zijn verwerpelijk en moeten daarom niet worden toegepast. Ook al zijn we bang voor de consequenties.

Een laatste tegenwerping die statisten zullen geven is dat de maatschappij wel een samenwerkingsverband is. Er is sprake van een sociaal contract we hebben met zijn allen afgesproken dat we de zaken op deze manier inrichten.

Maar er is geen contract. Dit zul je merken als je onder het contract uit wil. Als ik niet wil meebetalen aan de oorlog in Afganistan. En dat wil ik ook echt niet want ik ben tegen geweld. Als ik deze bijdrage in mindering breng op mijn belastingafdracht dan wordt met geweld afgedwongen dat ik wel meewerk aan deze oorlog. Eerst komt een aanmaning, maar langzaam aan wordt de druk steeds verder opgevoerd. Tot ik uiteindelijk in de gevangenis zit. En mijn misdaad is dat ik niet meebetaalde aan een oorlog. Daarmee deed ik niemand kwaad en toch werd er geweld tegen mij gebruikt.

Met dit verhaal wil ik duidelijk maken dat een kleine overheid niet alleen maar gaat over efficiëntie. Er zit ook een moraal achter. En als je streeft naar een kleine overheid zul je niet alleen moeten laten zien dat dat efficienter is. De moraliteit van de kleinere overheid is nog belangrijker.

Pleit je voor een een kleine overheid dan wordt je al snel geconfronteerd met mensen die dit associaal vinden. De zwaarste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Deze discussie kun je niet winnen door te wijzen op de economische voordelen. Hierbij zul je met morele argumenten moeten komen. De zwaarste schouders moeten inderdaad de zwaarste lasten dragen, maar niet onder bedreiging van geweld.

Overheidsingrijpen is alleen nodig als er dwang of geweld vereist is. Als het vrijwillig had gekund dan had de markt het ook op kunnen lossen. Kijk je er op deze manier tegen aan dan is het overduidelijk dat we dwang en dus overheidsingrijpen op morele gronden zoveel mogelijk moeten vernijden.

dinsdag 22 december 2009

Moraliteit van vrijheid (2/3)

Het afschaffen van de staat. Voor de meesten wordt dit al snel gelijkgesteld aan chaos en het recht van de sterkste. Maar bedenk hierbij dat het juist dit staat is die het het geweldsmonopolie heeft. Het recht van de sterkste is gelegitimeerd door een staat op te richten. En we zijn dit normaal gaan vinden. Het was juist als er wel een staat is dat er een groep mensen is die het recht heeft om geweld te gebruiken tegen de rest van de bevolking.

Nu kun je denken als je op deze manier denkt dan is het ieder voor zich. Dat is geen kil egoisme. Ik ben een sociaal mens en ik hou van de mensen om me heen. Samen zal je het op moeten lossen. Juist als je niet kan wijzen naar de overheid. Als je verantwoordelijkheid niet af kan schuiven. Juist dan kun je je verbinden met de mensen om je heen. Dan ben je medeverantwoordelijk voor het leed in je omgeving. Dan kun je niet naar een ander wijzen.

En natuurlijk zijn er egoisten, narcisten en asocialen. Maar ook daar moet ruimte voor zijn. Laat ze zijn wie ze zijn. De overheid kan hun slechte eigenschappen niet afnemen. De overheid creëert een schijnwereld waarin de slechte mensen onder kunnen duiken en waarin juist het individualisme regeert.

Individualisme is voor mij geen doel. Vrijheid en het uitbannen van geweld is het doel. De afwezigheid van dwang en geweld is dus het doel. Individualisme is een instrument en een soort beginsituatie. Vanuit deze vrijheid zullen we elkaar vinden en helpen.

Maar laten we het concreter maken. Stel je bent er nog steeds voor om de staat te handhaven. Stel je vindt de staat noodzakelijk om voorzieningen te treffen voor de armen.

Dan ben ik het niet met je eens en dat is niet erg. En ik zal zeker geen geweld gebruiken om je hiervan af te houden. Jij vindt armoede belangrijk en jij bent bereidt daarvoor geld af te dragen om daarvan de voorzieningen voor de armen te betalen. Ik zal zeker geen geweld gebruiken om je hiervan af te houden.

Maar mag ik ook leven volgens mijn moraal of zul je met geweld afdwingen dat ik mij aanpas. Als ik niet achter deze voorzieningen sta. Ik wil er niet voor betalen en ik zal ook afzien van het recht om er gebruik van te maken. Zul je dan met geweld afdwingen dat ik toch meebetaal. Als ik niet meedoe gun je mij dan die vrijheid of zet je me in de gevangenis.

Komen gewapende mannen aan mijn deur omdat ik wil leven volgens mijn eigen moraal. Ik heb niemand schade berokkend. Ik heb een ander geen kwaad gedaan. Komen ze dan toch langs en wordt ik dan echt letterlijk van mij vrijheid berooft.

Dit is de werkwijze van de overheid. Je kan wel zeggen dat dingen die ze doen voor het goede doel zijn, maar de betalingen daarvoor gebeuren onder dwang. En als je niet meewerkt dan volgen boetes en uiteindelijk de gevangenis.

Zeg ik dat we de armen aan hun lot over moeten laten. Mijn punt is dat ik op vrijwillige basis geld over wil maken aan het leger des heils of de voedselbank om dit mogelijk te maken. En als er mensen zijn die niet bij willen dragen aan de gemeenschap dan is dat vervelend. Maar het enige dat deze mensen hebben misdaan is dat ze egoistisch en narcistisch zijn. En hoe laakbaar dit ook is het is geen reden om geweld tegen deze mensen te gebruiken.

Het gebruiken van geweld tegen mensen die zelf geen geweld hebben gebruikt is naar mijn mening amoreel. Het klinkt logisch, maar doorvoeren van dit principe leidt tot het afschaffen van de staat.

maandag 21 december 2009

Moraliteit van vrijheid (1/3)

Het is onjuist om iemand van vrijheden te beroven. Een ieder heeft het recht op zelfbeschikking. Je eigen lijf, arbeid en eigendommen behoren aan niemand anders toe. Het klinkt zo logisch, maar wat zijn eigenlijk de consequenties als je dit pricipe helemaal doorvoert.

Vrijheid betekent de afwezigheid van dwang. Maar we zijn met meerdere op deze wereld dus het werkt twee kanten op. Je moet een ander dus ook zijn vrijheid gunnen. Dus niet iemand anders dwingen tot bepaalde handelingen. Dit sluit dus ook uit dat we geweld gebruiken naar anderen om onze zin te krijgen. Dit principe wordt wel het niet initieren van geweld genoemd.

Belangrijkste vraag hierin is of we deze moraal universeel kunnen maken. Dus niemand mag iemand anders tot handelingen dwingen. En niemand mag geweld initieren tegen iemand. Iedereen mag aanspraak maken op dit principe.
We hebben dan dus een ethische richtlijn die voor iedereen geldt. Er is niet een persoon of groep personen die meer is als iemand anders.

Iedereen mag dus bezwaar maken en actie ondernemen als er dwang of geweld tegen hem of haar wordt gebruikt. Maar dan moet je natuurlijk niet zelf zijn begonnen.

Om zaken gedaan te krijgen in een dergelijke maatschappij moeten we samenwerken. We kunnen afspraken maken en contracten sluiten. Alles dat op vrijwillige basis gebeurt kan dan plaatsvinden. Werken, produceren en handelen vallen hier onder. De economie blijft dus wel draaien.

Voor andere zaken zul je een andere oplossing moeten vinden. Bijvoorbeeld voor de staat. De staat maakt regels en handhaaft regels. Daarbij zijn er een aantal problemen. Ten eerste is belastinheffing een inbreuk op het pricipe van het niet initieren van geweld. De financiering van de staat wordt dus een probleem. Maar ook het opstellen en handhaven van regels gaat vaak in tegen dit principe. De overheid kan dan niet iemand onteigenen om een spoorlijn of snelweg aan te leggen. Het functioneren van de overheid wordt nagenoeg onmogelijk op deze manier. Een maatschappij die ingerricht is volgens dit principe is een anarchie. Er is geen staat. Er zijn alleen maar vrijwillige samenwerkingsverbanden.

Dit is natuurlijk wel even een flinke denkstap. Maar laat je nog even niet leiden door praktische bezwaren. Denk terug aan het uitgangspunt. Namelijk niemand heeft het recht om geweld te initieren tegen een ander. Accepteer je dit principe en durf je ook de consequenties te aanvaarden? Of vind je het wel terecht dat we dit principe verwerpen? Dat er dus wel een groep is binnen de samenleving die geweld mag gebruiken tegen anderen. Vind je dat jij geweld tegen iemand mag gebruiken of vind je dat anderen geweld tegen jou mogen gebruiken. In dat geval vind je de staat kennelijk wel acceptabel. Maar vind je dat het niet correct is dan moet je verder denken over de oplossingen. Daarover morgen meer.

zondag 20 december 2009

Gesubsidieerde films

Een filmproducent zat vanochtend in een tv-programma te klagen over het filmfonds. Dit fonds had hem geen subsidie gegeven omdat hij niet aan de culturele toets had voldaan. Afgezien van het gelijk of ongelijk van deze producent geeft het wel inzicht in de werking van culturele subsidies.

In dit geval is er dus sprake van een filmfonds. En omdat de hogere overheid zich liever niet te direct bemoeit met culturele zaken heeft dit fonds aardig wat bewegingsvrijheid gekregen. Bij andere kunstvormen heeft het fonds een andere naam, maar het idee blijft hetzelfde.

Voordat er subsidies waren moesten filmmakers zich richten op het publiek om geld te verdienen. Zij hadden volledige vrijheid zolang zij maar iets maakten dat het publiek aansprak. In deze situatie zie je natuurlijk veel films die een breed publiek aanspreken en ook enkele meer artistieke films voor de idealistische filmmaker die een ander publiek wil aanspreken.

Nu is er een filmfonds in het leven geroepen. Deze heeft 35 miljoen per jaar te besteden. En deze gaan nu beslissen wat een goede film is en wat niet. Op basis daarvan worden films gemaakt. De filmproducent die gefilmd werd zei dat het onmogelijk is om een film te maken zonder subsidie van het filmfonds.

De films krijgen daarbij dan ook nog steun van investeerders. Maar dit heeft nauwelijks nog iets met investeren te maken. Als je eerst veel geld krijgt voor een project van de staat en je mag vervolgens alle winsten behouden dan heeft dat niets te maken met gezond investeren.

Verder zullen filmmakers zich nu gaan richten op de criteria van het filmfonds en minder of niet op het publiek. En dit is in een democratie toch erg vreemd. Het filmfonds is onderdeel van een democratische staat. Daarmee moet ze dus de wil van het volk uitvoeren. Maar de films die het volk wil worden juist gemaakt op de vrije markt. Want dan moet de filmmaker de films maken die het meeste publiek trekken.

Kennelijk zijn de uitkomsten van de markt niet gewenst. Er worden te weinig films gemaakt of de films zijn dan van onvoldoende kwaliteit. Daarbij speelt de druk van belangengroepen natuurlijk ook een belangrijke rol. Resultaat is dat films betaald worden met belastinggeld in plaats van met een bioscoopkaartje.

Maar de financiering door belastinggeld is vele malen duurder dan met een bioscoopkaartje. Net als in andere gebieden worden producten ineens veel duurder als de overheid ertussen komt. Waar je op de vrije markt juist ziet dat producten juist goedkoper worden.

Bij Nederlandse films kan door de subsidie bijvoorbeeld veel meer gebruik worden gemaakt van special effects. Voorheen moesten filmmakers alle creativiteit uit de kast halen om een film betaalbaar te houden. De kosten voor het maken van films in Nederland is sinds de invoering van subsidies dan ook flink gestegen.

Verder geeft het ook een stimulans aan de filmacademie. Nu is er niets mis mee dat mensen gaan studeren voor filmmaker of acteur. Maar nu de overheid deze sector stimuleert betekent dit wel dat dit ten koste gaat van andere sectoren. Dit creatieve talent had anders kunnen gaan werken in andere sectoren. De tweede keus van een filmmaker was misschien wel een carriere bij een bank geweest. En bij banken kunnen ze wel wat creatieve input gebruiken op het moment. Wat ik hiermee wil zeggen is dat het zonde is om creatieve mensen af te zonderen. Haal deze mensen niet weg uit de gewone banen door extra werkgelegenheid te creëeren in de artistieke sector. De commerciële sector heeft deze mensen ook nodig.

Dus waarom moeten films betaald worden betaald via belastingen en niet via bioscoopkaartjes. We betalen uiteindelijk toch. En als je iets via de belastingen betaald dan is het veel duurder door de lange bureaucratische lijnen en de perverse prikkels die producenten krijgen.

Wie profiteren hier eigenlijk van? Natuurlijk de filmmakers en deze zullen een sterke lobby hebben om dit systeem in stand te houden. Maar hier is geen maatschappelijk belang mee gediend. Verder heeft degene die de film gaat kijken hier voordeel van. Het vervelende hiervan is dat het gaat om specifieke groepen in de samenleving. En kijkt men naar deze groepen dan zijn dat steeds de mensen die het al goed hebben en dus best dat kaartje konden betalen.

De mensen die het geld het hardst nodig hebben maken juist weinig gebruik van gesubsidieerde kunst en entertainment. Is het niet veel eerlijker om deze subsidies af te schaffen en daarmee een lastenverlichting te geven aan de allerarmsten in de samenleving.

ps.
Het filmfonds heeft geen gespecificeerde jaarrekening op de website staan. Daardoor kan ik nog geen specifieke informatie geven over de efficiëntie van deze organisatie. Bij het filmfonds heb ik een verzoek ingediend voor meer informatie. Ik hou u op de hoogte.

zaterdag 19 december 2009

Vraag, aanbod en wetenschap

Van wetenschap wordt gedacht dat het objectief is en boven twijvel verheven. Denk hierbij aan minister Cramer die het niet nodig vind om onafhankelijk onderzoek te doen naar het klimaat. De opwarming van het klimaat is immers al wetenschappelijk bewezen.

Er was twijvel gerezen over de objectiviteit vanwege climategate. Met climategate worden de gelekte emails bedoeld. Wat de impact hiervan is is lastig te bepalen. In de emails bleek dat enkele wetenschappers doelbewust naar een bepaald resultaat toewerkten. En dat was laten zien dat het klimaat opwarmt. Daarvoor waren ze bereid om gegevens anders te interpreteren en de data wat aan te passen zodat de uitkomsten overeenkwamen met wat gewenst is. Dit is natuurlijk verwerpelijk. Maar het blijft onduidelijk of het hier gaat om een enkele wetenschapper of dat het gaat om een meer algemene trend. Toch moeten we kritisch blijven op wetenschappelijke resultaten.

Wetenschap en politiek zijn geen losstaande instituten. Zij beinvloeden elkaar wederzijds. Dit houdt ook in dat wetenschap minder objectief dan het soms lijkt. De rapporten die IPCC uitbrengt worden gelezen en gecorrigeerd door politici. Dus hierin is zeker al sprake van een verwatering van de harde wetenschap. Ook vraag en aanbod speelt een belangrijke rol in het sturen van wetenschappelijke resultaten.

Wetenschap wordt gefinancierd door de overheid. Om geld te krijgen moeten wetenschappers aantonen dat zij nuttig onderzoek doen. De laatste jaren zijn de zorgen over het klimaat toegenomen. De overheid stelt dus extra geld beschikbaar om onderzoek te doen naar klimaat. Wetenschappers zullen hierop inspelen en meer aanvragen doen voor klimaatonderzoek.

Tot zover is er nog weinig aan de hand. Maar het blijkt dat wetenschapper die een onderzoek doen naar de opwarming van de aarde nu makkelijk aan geld komen. Wetenschappers die onderzoek doen dat erop gericht is op de verwerping van de hypothese dat de aarde opwarmt wordt gezien als oninteressant. Deze onderzoeken krijgen dus geen financiering. Daarmee zijn er al vanzelf meer resultaten die de opwarming bevestigen als verwerpen.

Maar voor het wetenschappelijke resultaat zijn juist deze onderzoeken ook van belang. Is er een hypothese zoals in dit geval de opwarming van de aarde dan is het voor de objectiviteit noodzakelijk dat wetenschappers proberen deze hypothese te ontkrachten. Dit heet het falsificeren van de resultaten. Je gaat het tegendeel proberen te bewijzen. Een wetenschappelijk resultaat staat pas echt stevig als er aan de ene kant bewijs is dat de hypothese klopt. En aan de andere kant moet het niet lukken om de hypothese te ontkrachten. Kun je iets aannemelijk maken en je kan het ook niet verwerpen dan pas is er sprake van een betrouwbaar resultaat.

Wat er nu gebeurt is dat er te weinig geld wordt geïnvesteerd in onderzoekers die de klimaatverandering proberen ontkennen. Er is dus een scheefgroei in de financiering. Vraag en aanbod zorgt er op deze manier vanzelf voor dat er meer wetenschappers komen die voor opwarming zijn als tegen.

Verder is het nog zo dat de onderzoeken die kritisch kijken naar de klimaatopwarming er goed in slagen om tegenargumenten te vinden. Bijvoorbeeld dat de opwarming al meer dan tien jaar stil staat. Verder is er ook een groep wetenschappers die wel uitgaat van opwarming, maar vervolgens zeer kritisch is op de invloed van de mens op deze opwarming. Deze wetenschappers worden nu afgeschilderd als vreemde zielen die niet bereid zijn om de veranderende wereld te accepteren. Daarmee wordt voorbij gegaan aan de zeer nuttige rol die deze wetenschappers spelen in het hele wetenschappelijke proces. Deze onderzoeken moeten niet simpel aan de kant worden geschoven. Ook naar deze onderzoeken moet op wetenschappelijk manier worden gekeken. Dus enerzijds kijken naar is het waar wat deze mensen zeggen en anderzijds kijken naar mogelijkheden om de stellingen te verwerpen.

Al dit kritische geluid zo over en weer hoort bij de wetenschap, maar is wel erg lastig voor de politiek. Zij presenteren liever een verhaal dat boven elke twijvel verheven is. En helaas de opwarming van de aarde heeft die status nog niet bereikt. Het is nu inderdaad aannemelijk dat de aarde opwarmt, maar er zijn ook kritische geluiden. Hier moeten we nuchter mee omgaan.

Er is onzekerheid in de wereld en de politici moeten ondanks dat toch keuzes maken. Ik zie liever dat ze eerlijk zijn over deze onzekerheid. Nu worden zaken onterecht verkocht als waarheden. Dan voel ik mij als burger niet serieus genomen. En ik denk dat ik niet de enige ben. Laat de politiek uitleggen wat de voors en tegens zijn en verdedig het beleid op basis van valide argumenten.

vrijdag 18 december 2009

Kopenhagen, waar blijft de discussie?

Alle berichtgeving over Kopenhagen wordt momenteel beheerst door de chaotische organisatie. Het effect van deze chaos is dat de inhoud ondersneeuwt.

Momenteel begint de berichtgeving met al deze onzin over de organisatie en wordt er weinig gepraat over de inhoud. Of in ieder geval minder.

Welke inhoud willen de mensen overbrengen die momenteel willen deelnemen aan de discussie? Er zijn volgens mij drie groepen.

De bekendste groep zijn het erover eens dat het klimaat opwarmt door de mens en vinden dat de overheid dit moet oplossen. Maar de overheid pakt dit probleem niet op de goede manier. Als je de film van Al Gore gezien hebt dan begrijp je het idee. En we moeten met zijn allen over op spaarlampen en dan zal het beter worden. Wat ik van deze groep niet begrijp is dat hun probleem niet overeenstemt met de oplossing. Het probleem wordt heel groot gemaakt. Maar als het aankomt op oplossingen dan kloppen deze niet met het eigen verhaal. Volgens deze groep moet de uitstoot met 50 tot 80 procent omlaag in minder dan 40 jaar.

Maar de oplossingen zijn daarvoor veel te mager. Stel alle maatregelen bij elkaar op die Al Gore voorstelt en dat maakt slechts enkele procenten van de doelstelling. Ik ben benieuwd hoe deze doelstelling nu echt gehaald moet worden.

Dan zijn er de sceptici. Zij geven ten eerste aan dat het wel meevalt met de opwarming. De totale oppervlak aan poolijs is de afgelopen 30 jaar niet verandert. De afgelopen 9 jaar is de temperatuur aan het dalen. En meer van dergelijke aanwijzingen dat er weinig sprake is van opwarming. Verder geven ze aan dat als er wel sprake is van opwarming dat dit niet door de mens wordt veroorzaakt. Daarbij wijzen ze er onder andere op dat CO2, maar 25 procent uitmaakt van het totale broeikasgas. Van dit deel is slechts een kwart door de mens veroorzaakt. Hierbij wordt er selectief gekeken naar de wetenschappelijke resultaten. Maar dat kan ook gezegd worden van de voorstanders. We kunnen in ieder geval vaststellen dat er geen consensus is onder de wetenschappers. Ga je doorzoeken naar de harde data, dan is het inderdaad zo dat er moeilijk bewijs te vinden is voor het opwarmen. En er is ook data die het tegenspreekt.

De derde groep is ook interessant. Zij zien wel een klimaatprobleem dat veroorzaakt wordt door mensen. Maar zij zien de overheid niet als oplossing. In het bijzonder zijn ze tegen een wereldwijde organisatie die het klimaatprobleem moet aanpakken.

En dat is precies wat er aan het gebeuren is. Er is nu kennelijk 100 miljard per jaar beschikbaar voor de aanpak van milieuproblemen. Dit zal beheerd gaan worden door een organisatie die de verdeling het geld gaat regelen.

Er wordt gevreesd voor een nieuw IMF-achtig politiek instrument. Oftewel er is een pot geld en deze krijg je alleen als je volgens de regels speelt. Het is denkbaar dat een dictatoriaal regime minder geld uit deze pot krijgt dan een democratisch land. Maar dat zou niet terecht zijn als je doelstelling is het milieu te verbeteren. Dan is je enige afweging, waar wordt de bevolking het zwaarst getroffen en waar kun je met beperkte middelen veel reductie van uitstoot bereiken.

Het is nauwelijks voor te stellen dat de verdeling van de gelden los komt van politieke overwegingen. En wat dat betreft heeft dus ook de derde groep wel een punt.

Zelf ga ik liever af op de bewijzen die er liggen. En helaas zijn die nog onduidelijk. Verder vraag ik me hard af of al dit politieke gedraai iets op gaat leveren. Iedereen vraagt zich af of er een akkoord komt. Maar ik vraag me af wat er na het akkoord gaat gebeuren. Kyoto is nauwelijks nageleefd. Het heeft weinig verschil gemaakt in de mate van uitstoot.

Het is in ieder geval nodig dat de discussie op gang komt. En deze gaat nu helaas over mensen die buiten in de kou staan. En dat is toch wel zuur op een conferentie over opwarming.

donderdag 17 december 2009

Minimumloon en "the fallacy of composition"

Paul Krugman geeft in zijn blog ten onrechte aan dat het verlagen van het minimumloon niet helpt om de werkgelegenheid te verhogen (bron). Zijn argument is dat de voorstanders van het verlagen van het minimumloon een denkfout maken. De redenering van het verlagen van het minimumloon zou alleen werken als het gaat om een beperkte bedrijfstak of kleine groep mensen. Als het gaat om alle mensen of in ieder geval een grote groep mensen dan gaat dit hele principe niet op. Dit wordt ook wel de "fallacy of composition" genoemd. Wat geldt voor de delen geldt dan niet voor de som van de delen.

Dit is wat Krugman zegt
"Here’s how the fallacy works: if some subset of the work force accepts lower wages, it can gain jobs. If workers in the widget industry take a pay cut, this will lead to lower prices of widgets relative to other things, so people will buy more widgets, hence more employment.

But if everyone takes a pay cut, that logic no longer applies. The only way a general cut in wages can increase employment is if it leads people to buy more across the board. And why should it do that?"

Hij maakt hier een aantal fouten. Ten eerste geeft hij aan dat het principe alleen opgaat als het gaat om een deel van de mensen en niet als het gaat om alle mensen. Maar het gaat hier om het minimumloon en dat verlagen heeft alleen gevolgen voor mensen die een lager inkomen hebben. Het gaat dus wel degelijk om een beperkte groep mensen.

Verder heeft hij het over het verlagen van lonen. Het is maar zeer de vraag of het verlagen van minimumlonen leidt tot het verlagen van lonen. Als iemand eerder werd aangenomen dan was het kennelijk de moeite waard voor het bedrijf om hem deze beloning te bieden. Zal een werkgever nu ineens de arbeidsrelatie op het spel zetten en het loon van deze medewerker verlagen. Voor een klein deel zal dat misschien gelden, maar niet voor een grote groep.

Deze maatregelen zal vooral gevolgen hebben voor mensen die nu werkloos zijn. Deze kunnen zich tegen een lager loon aanbieden op de arbeidsmarkt. En dit vergroot hun kansen. Deze mensen kunnen dus weer aan het werk waar dat eerst niet mogelijk was. Dit betekent meer inkomen en meer vraag waardoor de economie aantrekt.

Voor de mensen met een hoger loon heeft de verlaging van het loon geen direct effect op hun salaris. Maar als bedrijven in staat zijn om voor bepaalde arbeidsintensieve producten de loonkosten te verlagen dan leidt dat tot lagere prijzen. Voor deze mensen betekent dit dus een stijging van de koopkracht.

Maar wat zou er eigenlijk gebeuren als wel op grote schaal de lonen zouden worden verlaagd. Zou dit dan leiden tot uitval van de vraag. De binnenlandse vraag zou dan inderdaad af kunnen nemen. Maar de internationale concurrentiepositie zou sterk verbeteren. Dezelfde arbeiders met dezelfde arbeidsproductiviteit gaan werken tegen een lager salaris. Dit betekent lagere loonkosten per eenheid product. In Nederland heet dit recept voor economische groei loonmatiging. Het stimuleert de export en daarmee dus ook de werkgelegenheid.

De VS zou dus de bescherming van wergnemers af kunnen bouwen. De wettelijke bescherming tegen loonverlagingen kan worden afgeschafd. En ook de minimumlonen kunnen worden verlaagd. Dit zou de werkgelegenheid stimuleren en de economische groei bevorderen.

woensdag 16 december 2009

Buitenlanders in de EU

Eurostat heeft becijferd dat het aantal buitenlanders in EU landen 6 procent bedraagt. Nederland zit daar met 4,2 procent ruim onder. Zelf heb ik mij altijd afgevraagd waarom men zo bezig is met deze getallen.

Bij dit gecijfer voel ik een vanzelfsprekendheid ten aanzien van de registratie van allerlei persoonsgegevens. We hebben daarbij wel eens het gevoel dat de grenzen voor personen steeds opener zijn geworden en dat wordt door sommigen als bedreiging ervaren. Maar het is onjuist om te stellen dat de grenzen nu meer open zijn dan vroeger.

Nu zul je zeggen in Europa is toch vrij verkeer van personen en dat was er vroeger niet. Maar daar zitten twee onwaarheden in. Verkeer van personen in de EU is nog steeds aan regels gebonden en daarom niet geheel vrij. Het is nog een hele klus om de adminstratie rond te krijgen als je wilt gaan werken in een ander land.

De andere onwaardheid is dat het vroeger minder vrij zou zijn. Dat is namelijk alleen zo geweest in de zeer recente geschiedenis. Voor de eerste wereldoorlog was er al vrij verkeer van personen. En toen was het ook echt vrij. Een paspoort was in Europa zelfs niet eens verplicht. Men kon dus gewoon vrij over de grenzen reizen en gaan werken waar men wilde. Terecht werden mensen die wilden werken verwelkomd in andere landen. Dit gaf geen maatschappelijke of economische problemen. Sterker het is zelfs positief voor de maatschappij en economie. Eigenlijk ook logisch. Want mensen die komen voor werk zorgen niet voor problemen, maar dragen juist bij.

Er ontstonden pas problemen toen de eerste wereldoorlog uitbrak. In tijden van oorlog wilde men de grenzen dichthouden zodat er geen geen spionnen de grens over konden. Het is natuurlijk maar de vraag of de douane daarin slaagde. Is het wel mogelijk om een spion te onderscheiden van een normale burger? Wel moest elke burger nu een paspoort hebben.

Sindsdien zitten de grenzen op slot en kost het veel meer moeite om te reizen. Daarbij kun je je afvragen wat de opbrengst is van het controleren van grenzen. Heb je jezelf op Schiphol nooit afgevraagd hoeveel mensen er worden gecontroleerd en hoeveel daarvan eigenlijk echt voor problemen zorgen. En hoeveel mensen die hier komen om voor problemen te zorgen komen toch de grens over ondanks al deze controles. Het effect van deze controles op de veiligheid is nihil.

Is het eigenlijk wel nodig om buitenlanders te registreren als zij Nederland inkomen. Moeten we onderscheid maken tussen legale en illegale buitenlanders. Zal het problemen geven als we deze registratie afschaffen. Als we de grenzen gewoon open zouden stellen voor iedereen.

Wie komen er dan eigenlijk naar Nederland? Dat zullen voornamelijk mensen zijn zoals de huidige Poolse immigranten die hier komen om te werken. Wat betreft deze groep is het niet nodig om uitgebreid te registreren. Deze mensen leveren juist een goede bijdrage.

Maar hoe zit het dan met al die criminelen die naar Nederland komen? Ten eerste komen die nu ook al naar Nederland. Wat dat betreft zal een paspoortcontrole weinig rendement opleveren. Je weet pas achteraf of iemand crimineel is of niet. En wordt iemand gepakt voor een misdrijf en dan maakt het niet uit van welke nationaliteit deze is. Dan moet hij of zij gestraft worden net als ieder ander.

En bedenk daarbij dat het voor de eerste wereldoorlog ook geen chaos was in Europa. Europa was in die tijd behoorlijk welvarend. En dat zal best eens te maken kunnen hebben met al die vrijheden die we toen hadden. Vrijheid is goed voor de economie en de burgers. En wat was het effect op de economie toen de grenzen dicht gingen. De grote depressie is mede veroorzaakt doordat landen hun grenzen sloten. De internationale handel viel stil en grote ellende was het gevolg. Dus gesloten grenzen zorgden voor ellende en open grenzen voor welvaart. Dat is de les die de geschiedenis ons leert.

dinsdag 15 december 2009

CPB stukken positiever over de economische ontwikkeling

Het CPB is een stuk positiever geworden over de Nederlandse economie. Ze gaan zo ver dat ze voorspellen dat volgend jaar de economie groeit met 1,5%. Dat is niet heel goed, maar toch een redelijke groei. Dat is al aardig in de buurt van de trendmatige groei (die ligt tussen de 2 en 2,5 procent).

De verwachting is dat de werkloosheid oploopt naar 6,5 procent. Dat is behoorlijk, maar al stukken minder dan eerder voorspelt. Het CPB geeft daarbij wel aan dat de bedrijven het werk over meer mensen verdelen. Dus iedereen moet een beetje minder werken in plaats van dat er mensen ontslagen worden. Dit geeft dus wel enig vertekening omdat hier dus eigenlijk sprake is van verborgen werkloosheid.

Als ik dit lees dan lijkt dit niet op de ergste recessie sinds de tweede wereldoorlog. Het lijkt zo allemaal nog wel mee te vallen. Maar in eerdere recessies was het ingrijpen natuurlijk nog niet zo omvangrijk als nu. Er is een gigantische hoeveelheid geld bijgedrukt en de rente staat bijna op nul procent.

De investeringen door bedrijven lopen over 2010 terug met 7,25%. En dat is ten opzichte van het toch al niet te beste 2009. Hier is dus wel degelijk sprake van een zorgelijke situatie. Er is nog geen sprake van het aantrekken van de investeringen door bedrijven. De bedrijven helpen de economie dus niet op gang.

Onder consumenten is de situatie wat gematigder. Daar stijgen de bestedingen ten opzichte van 2009 met 0,25 procent. Maar de koopkracht daalt dan wel weer met 0,25 procent. Zeer kleine veranderingen dus die de economie niet veel naar boven of beneden laten bewegen.

De overheidsbestedingen nemen over 2010 samen met 0,75 procent toe en in 2009 was die toename 2,25 procent. Dat is een zeer matige groei. Een stuk lager dan de voorgaande jaren. En dat is vreemd omdat de overheid aangeeft dat ze de economie aan het stimuleren is. Hier krijg ik sterk het gevoel dat ik iets mis in de cijfers. Worden de stimuleringsmaatregelen niet meegenomen in de groei van de bestedingen? De overheid zal dus minder snel groeien als de economie. De omvang van de overheid relatief tot het inkomen neemt dus zelfs af.

Weten jullie nog dat Thatcher bezig was de overheid te verkleinen? Dat zij hard aan het bezuinigen was om de economie weer gezond te krijgen. Tijdens de gehele regeringsperiode van Thatcher zijn de reële overheidsbestedingen gegroeid met 1,2 procent per jaar. En de Nederlandse regering laat in deze tijden van stimulering een stijging van 1,5 procent per jaar zien. Dit komt mij zeer onwaarschijnlijk over omdat de bezuinigingen nog niet zijn begonnen.

Wat mij hierbij verder opvalt is dat het bedrijfsleven het nog echt moeilijk heeft en de consumenten staan ongeveer stil. Waar moet die groei vandaan komen als de overheidsbestedingen ook nauwelijk toenemen? Er wordt wel een flinke plus aangegeven bij de uitvoer van goederen van 6 procent. Dit is dus kennelijk de dobber waar de economie volgend jaar op drijft.

Het buitenland is wel erg lastig te voorspellen. Komen de mensen weer kopen in Europa dan is er geen probleem. Maar komen de oude klanten niet terug omdat zij elders goedkoper terecht kunnen dan is er wel een probleem. Dit is iets dat nu moeilijk te voorspellen is. Wel is duidelijk dat er genoeg landen staan te springen om een stukje mee te pikken van de groeiende wereldhandel. De concurrentie is zeer momenteel zeer fel. Dus deze extra uitvoer zal niet zonder slag of stoot worden binnengehaald.

Maar er zijn wel meer kritische kanttekeningen te plaatsen bij de cijfers. Ten eerste wordt aangegeven dat de inflatie dit jaar 1,25 procent is en volgend jaar slechts 1 procent. Hier wordt de aanname toch wel heel optimistisch. Niet alleen zal de economie gaan groeien, maar de verruiming van de geldhoeveelheid zal zich niet vertalen in een hogere inflatie. De CPB rekent dus met een succesvolle exit van de centrale banken uit het ruime monetaire beleid.

De financiële markten zijn altijd al de achilleshiel geweest van het CPB. De modellen waren en zijn niet goed in staat om de situatie op financiële markten te voorspellen. Het CPB heeft zich altijd voornamelijk gericht op ontwikkelingen in de reële economie. Door inflatie op 1 procent te zetten worden er een aantal risico's weggewuifd.

Centrale banken moeten nog laten zien dat ze in staat zijn om op een ordelijke manier de situatie op de financiële markten weer te normaliseren. Dus een normaal rentepercentage, een gematigde groei van de geldhoeveelheid en een beperkte inflatie. En daarbij moet de kredietverlening natuurlijk ook nog soepel blijven verlopen.

De CPB gaat de laatste tijd alle kanten op met haar voorspellingen. Het is moeilijk om te bepalen wat nu nog betrouwbaar is en wat niet. Volgens mij wordt volgend jaar één grote verassing. Er zullen nog veel gebeurtenissen komen die niet in de modellen opgenomen zijn. Enkele grote onbekenden zijn het herstel van het bedrijfsleven, welke keuzen gaat de overheid nog maken en hoe gaat de exit-strategie van de centrale banken verlopen. Verder zijn ook de internationale verhoudingen behoorlijk in beweging. De huidige groei is zeer onregelmatig verdeeld. Neem de voorspellingen dus in ieder geval met een flinke korrel zout. Of zoals ze zeggen in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

maandag 14 december 2009

Nederlands bezit

Het is net berekend dat de waarde van de Nederlandse bezittingen 3500 miljard bedraagd. Kunnen we dat zien als het onderpand voor de schulden die we momenteel hebben?

Dan kunnen we onszelf afvragen of we al faillliet zijn. Als de totale schulden te dicht in de buurt komen van de waarde van de bezittingen dan komen we normaal gesproken in de gevarenzone.

Maar dit is een redenering die opgaat voor bedrijven. De verkoop van de boedel bij een enkel bedrijf ontwricht niet de hele economie. Bij verkoop van slechts een deel van deze bezittingen van een heel land zou de economie al zwaar ontwricht raken.

Dus bij verkoop zou de waarde van bezittingen waarde flink gaan dalen. De waarde bij verkoop is dus heel anders als de waarde nu. Het is dus ook niet echt te zien als onderpand. Het is aan de hand van deze getallen dus niet goed te zeggen of we Nederland al failliet moeten verklaren.

Beter is het om schulden in dit verband te koppelen aan het inkomen. Dit geeft een betere indicatie van een naderend faillissement.

Wat dat betreft kunnen we in ieder geval zeggen dat de kredietverlening nog steeds sneller groeit dan het inkomen.

Het aantal mensen met betalingsproblemen en blijft hierdoor ook groeien. Nu speelt momenteel ook de recessie de mensen parten. Maar zelfs als alles voorspoedig verloopt dan zal na de crisis de schuldpositie flink verslechterd zijn.

Mochten we dan weer een hoogconjunctuur krijgen dan ben ik bang dat de kredietverlening weer explosief zal groeien. Op deze manier nemen de potentiele problemen bij de volgende recessie verder toe. Het is echt tijd om dit financiele systeem te hervormen.

zondag 13 december 2009

Werkloosheid creëert werkgelegenheid (3/3)

In de klassiek liberale theorie is in principe geen ruimte voor werkloosheid. Zoals Say zei "elk aanbod schept zijn eigen vraag". In de vorige twee artikelen heb ik al laten zien dat dit voor de Nederlandse arbeidsmarkt wel redelijk opgaat. Maar toch gaat de werkloosheid niet naar nul. Hier zijn een aantal redenen voor.

Ten eerste zullen er altijd mensen zijn die net tussen twee banen zitten. Ook in sectoren waar een groot tekort aan mensen is zie je daardoor werkloosheid. De werkloosheid onder docenten was enige tijd geleden bijvoorbeeld twee procent. Dit terwijl er toch een docententekort was. Het duurt enige tijd voordat werkgever en werknemer elkaar hebben gevonden.

Verder kan het zijn dat de juiste mensen in de verkeerde regio zitten. Als er een baan is voor een timmerman in Amsterdam en in Maastricht woont een werkloze timmerman dan moet deze eerst verhuizen. En in Nederland is deze arbeidsmobiliteit beperkt. Hierdoor is er toch werkloosheid ondanks dat er wel werk is.

Er zijn ook mensen die zich wel aanbieden op de arbeidsmarkt, maar die eigenlijk geen baan willen. Dit geldt voor mensen die liever genieten van een uitkering dan aan het werk gaan. Voor de uitkering moet je verplicht solliciteren en daarom wordt je geregistreerd als werkloos. Maar iemand die solliciteert zonder motivatie wordt niet aangenomen. In de tijd dat ik op personeelzaken werkte ontving ik wel brieven waarin stond "vanwege de sollicitatieplicht reageer ik op uw vacature"". Je kan je voorstellen dat deze persoon niet is uitgenodigd voor een gesprek. Deze groep geeft een vertekend beeld van de werkloosheid. Zij zijn wel geregistreerd als werkloos maar effectief zijn ze geen werkzoekende.

Verder is er de inkomstenbelasting. Net als de accijns op benzine de vraag naar benzine remt. Zo remt de belasting op arbeid de vraag naar arbeid. Arbeid wordt duurder en is daarom minder interessant voor bedrijven. Werknemers krijgen door de inkomstenbelasting ook minder nettoloon. Daardoor is de motivatie om te gaan werken minder. Denk hierbij aan de mensen die liever part-time werken dan full-time omdat ze dan relatief weinig belasting betalen.

Minimumlonen zorgen ervoor dat de loonkosten voor de laagst opgeleiden omhoog gaan. Bedrijven zullen hierop reageren door minder mensen aan te nemen. Verder kan bijvoorbeeld ontslagbescherming bedrijven voorzichtiger maken bij het aannemen van mensen.

Al deze factoren maken dat nul procent werkloosheid niet haalbaar is. Verder verschilt de problematiek per bedrijfstak of groep werklozen. Kijkt men bijvoorbeeld naar de groep van laagst opgeleiden dan hebben deze relatief veel last van het minimumloon. Verder speelt bij deze groep dat de vooruitgang vanuit een bijstandsuitkering naar een baan erg klein is. Voor de hoger opgeleiden is vooral het hoogste tarief dat een rol speelt in de beslissingen. Zit je in het 50% tarief dan is extra werken minder interessant. De vooruitgang bij een promotie is beperkt terwijl er wel veel extra van je gevraagd wordt.

Zelfs op de stugge Nederlandse arbeidsmarkt lijkt de marktwerking het toch nog aardig te doen. Het zou nog beter kunnen als de overheid wat minder in zou grijpen. De arbeidsmarkt is een interessant terrein waar veel discussie over is. Ik hoop dat deze drie artikelen de zaken iets hebben verhelderd.

zaterdag 12 december 2009

Werkloosheid creëert werkgelegenheid (2/3)

Gisteren heb ik met een historisch argument laten zien dat als mensen zich aanbieden voor werk dat er dan ook werk voor deze mensen zal zijn. Het kan zijn dat er bijvoorbeeld een bedrijf failliet is gegaan. Dan zullen er elders weer meer banen bijkomen. Of als de beroepsbevolking groeit dan zal ook de werkgelegenheid groeien. Vandaag zal ik de logica achter dit mechanisme toelichten.

Stel dat de werkloosheid toeneemt. Dit kan door ontslagen zijn of doordat meer mensen zich melden op de arbeidsmarkt. Door de hogere werkloosheid neemt de onderhandelingspositie van werknemers af. De loonstijging zal hierdoor wat afzwakken. De lonen liggen daardoor lager dan zonder de stijging van de werkloosheid.

Doordat de lonen relatief laag zijn is het aantrekkelijker om mensen aan te nemen. Zijn mensen duur dan zullen bedrijven eerder kijken naar alternatieven zoals automatisering. De werkgelegenheid stijgt als er hoge werkloosheid is dus sneller dan als er lagere werkloosheid is. De markt maakt dus vanzelf de noodzakelijke correcties.

Zo komen het aanbod van arbeid en de vraag naar arbeid weer in balans. De snelheid van deze aanpassing is afhankelijk van de flexibiliteit van de arbeidsmarkt. Zoals ik gisteren al zei is de beroepsbevolking de afgelopen 10 jaar met 50.000 mensen per jaar gestegen en de werkloosheid is in die tijd niet is gestegen. Dat betekent dat deze aanpassingen Nederland vrij vlot verlopen.

Dan vraag je je natuurlijk nog af waarom de werkloosheid dan niet naar nul procent gaat. Het systeem dat hierboven beschreven staat zou toch pas eindigen als iedereen een baan heeft. Helaas is dat slechts een zeer theoretisch geval. Er zijn allerlei factoren waardoor de werkloosheid niet naar nul procent gaat. Hierover morgen meer.

vrijdag 11 december 2009

Werkloosheid creëert werkgelegenheid (1/3)

De arbeidsmarkt is een bijzondere markt. Arbeid is het meest basale productiemiddel dat er bestaat. Verder heeft iedereen arbeid om aan te bieden. We kunnen het verkopen of we kunnen genieten van de vrije tijd. Werkloosheid houdt burgers en politiek enorm bezig. Men is bang voor werkloosheid en soms is dat terecht. Maar als een industrie verdwijnt zijn de banen dan voor altijd verdwenen. Gisteren gaf ik het voorbeeld van het verdwijnen van de oorlogsindustrie. Zullen deze werklozen ooit weer een baan vinden.

Stel dat een industrie verdwijnt en dit kost 50.000 banen. Blijft dan de werkloosheid voor altijd 50.000 hoger. Dat is eigenlijk wat er wordt gezegd als we in moeten grijpen om een bedrijfstak te redden. Bijvoorbeeld de auto-industrie krijgt momenteel veel staatssteun. Stel dat daarmee 50.000 mensen aan het werk blijven. Dan is het toch echt niet zo dat er 50.000 banen gered zijn.

Deze mensen gaan op zoek naar werk en een deel zal redelijk snel werk vinden. Voor anderen duurt het langer. In het verleden hebben we gezien dat er regelmatig industrieëen zijn verdwenen. Zo zijn er veel banen verdwenen in de textielindustrie of in de scheepsbouw. Zo is er in de loop van de tijd veel werkgelegenheid verdwenen. Maar toch was de werkloosheid de laatste jaren erg laag. Dus kennelijk vinden deze mensen wel weer werk. De werkloosheid is niet structureel hoger komen te liggen door dit verlies van banen.

Niet alleen banen kunnen verdwijnen ook het aanbod van arbeiders kan toenemen. De laatste decennia is de beroepsbevolking flink groter geworden. Dit kwam met name omdat meer vrouwen gingen werken. De afgelopen 10 jaar is de beroepsbevolking met ongeveer 500.000 mensen toegenomen. Dat zijn dus ongeveer 50.000 per jaar. Dat zijn dus heel veel mensen. Dat effect is groter als het geheel verdwijnen van een bedrijfstak. En dat dus elk jaar weer.

In deze periode ging de werkloosheid van 5,1 procent in 1998 naar 3,9 procent in 2008. Deze mensen zijn dus allemaal aan het werk gekomen. Bovenop al deze mensen die zich extra op de arbeidsmarkt melden kwamen de ontslagen van allerlei bedrijven die moesten sluiten. Ook deze mensen zijn aan het werk gekomen.

Het lijkt er dus op dat de werkgelegenheid zich aanpast aan het aanbod van arbeid. Als er extra werkloosheid ontstaat doordat er mensen ontslagen worden dan zal er elders weer werk ontstaan. En ook als er mensen zijn die zich aanbieden op de arbeidsmarkt die dat eerst niet deden dan groeit de werkgelegenheid. Waarom dit zo werkt? Daarover morgen meer.

donderdag 10 december 2009

Oorlog slecht voor de economie

Naar aanleiding van mijn artikel over Al Qaida kreeg reacties waarin werd aangegeven dat oorlog toch ook goed is voor de economie. Nu is het natuurlijk zo dat er mensen werken in deze branche. De wapens moeten geproduceerd worden en de soldaten hebben ook werk. Er worden lonen betaald en winst gemaakt. Op het eerste gezicht zou je daarom kunnen denken dat dit goed is voor de economie. Maar het is zeker niet zo dat oorlog iets toevoegt aan de economische voortuitgang.

De productiemiddelen die gebruikt worden in de oorlog hadden ook elders gebruikt kunnen worden. Het is niet zo dat als een bepaalde wapenfabriek er niet was geweest dat alle mensen die daar nu werken werkloos thuis hadden gezeten. De soldaten die oorlog aan het voeren zijn hadden zonder deze oorlog niet thuis op de bank gezeten. Dat geldt ook voor al het kapitaal dat uitgeleend is aan de fabriek om investeringen te kunnen doen. Zonder de wapenfabriek was dit geld misschien uitgeleend om te investeren in een fietsenfabriek of advocatenkantoor.

Er zijn geen banen gemaakt door de oorlog. Er zijn alleen andere banen gemaakt. De medewerkers van de wapenfabriek hadden ook onderwijzer of bouwvakker kunnen worden. Dus zonder de oorlog en de hele industrie eromheen hadden er heel veel mensen extra beschikbaar geweest voor zaken die heel belangrijk zijn voor de welvaart. We hadden meer huizen kunnen bouwen en meer zieken kunnen verzorgen zonder oorlog omdat we dan meer mensen beschikbaar hadden voor productieve doeleinden. Er was ook meer kapitaal beschikbaar geweest als dit niet geïnvesteerd zou zijn in wapens en wapenfabrieken.

Bij banen die de overheid creëert, in dit geval dus door het voeren van oorlog, moeten we goed kijken naar wat er wordt geproduceerd. Deze mensen zijn wel aan het werk, maar wat levert dit eigenlijk op. Bijvoorbeeld een bouwvakker maakt huizen en voegt daarmee toe aan de welvaart. Een wapenfabriek maakt wapens waarmee mensen vermoord worden. Gezinnen zijn niet meer compleet en er wordt veel leed veroorzaakt. Verder worden wapen ook gebruikt om productiemiddelen te vernietigen. Zaken als bruggen, vliegvelden en havens worden gebombardeerd en zijn niet meer bruikbaar. Dit is een grote vernietiging van productiemiddelen.

Het is dus niet terecht om het argument te gebruiken dat oorlog banen creëert en daarmee de economie stimuleert. Het voeren van een oorlog is een politieke keuze. Er zijn geen economische voordelen.

Zie ook:

woensdag 9 december 2009

Beloning ouderen

Donner is voor een lagere loonstijging voor ouderen. Hij geeft aan dat ouderen minder productief zijn en daarom minder aantrekkelijk worden door de hogere beloning. Een aardig punt maar de markt vindt momenteel zelf oplossingen die ook al resultaat hebben.

Denk hierbij aan het bonusbeleid. Dit is een manier waarop bedrijven het loon en de prestatie proberen in overeenstemming te brengen. Als een medewerker een beloning krijgt naar prestatie dan wordt de meest productieve medewerker beloond. Als het zo is dat ouderen minder productief zijn dan kan het variabele deel van de beloning zakken. Het is echter maar zeer de vraag of ouderen inderdaad minder productief zijn.

Maar nog een veel belangrijkere ontwikkeling is de opkomst van de zzp-er. Deze is aan een enorme opmars bezig. De zzp-er is nagenoeg onbeschermd. De zpp-er krijgt betaald naar prestatie. Indien een oudere minder presteert dan zal hij ook minder beloning ontvangen. De zzp-ers worden voor bedrijven steeds essentiëler in de flexibele schil die bedrijven hebben.

Voordeel hiervan is ook dat het niet stigmatiserend werkt. De ouderen die zeer productief zijn kunnen goed verdienen en degenen die minder werken krijgen ook wat minder. Maar dit zijn dan wel individuele beoordelingen. Het is niet nodig om een individu te beoordelen door hem in te delen in een bepaalde groep.

Vergelijkt men individuen met de groep waartoe ze behoren dan zie je meestal meer verschillen dan overeenkomsten. Kijk ik naar mijn omgeving dan zie ik zeer enthousiaste oudere collega's die zich met hart voor de zaak inzetten en goede prestaties neerzetten. En ik zie ook ouderen die er wel een beetje klaar mee zijn en helemaal geen zin meer hebben om te werken. De ouderen onderbrengen in een enkele groep geeft een vertekend beeld. We moeten de mogelijkheden benutten om individuen te beoordelen op kwaliteit.

De insteek van de discussie had moeten zijn hoe in het algemeen loon en prestatie in overeenstemming kunnen worden gebracht. Een algemene vermindering van de bescherming van werknemers is dan op zijn plaats. Dan kan men denken aan het verminderen van de ontslagbescherming. En ook de mogelijkheden tot demotie zouden kunnen worden uitgebreid.

Flexibilisering van de arbeidsmarkt kan ons veel welvaart brengen. Dit moet niet gekoppeld worden aan leeftijd. Maar er moet worden gekozen voor algemene maatregelen die de deregulering bevorderen.

Lakeman laakbaar?

Pieter Lakeman wordt mogelijk aangeklaagd voor zijn oproep om geld van DSB-rekeningen te halen. Er zijn advocaten die menen dan dit strafbaar is.

Een dergelijke actie komt overeen met een consumentenboycot. Zoals er bijvoorbeeld werd opgeroepen om niet meer bij Ahold te kopen omdat de beloning van de bestuurders te hoog werd. Dit was uiteraard niet strafbaar. Ahold reageerde en verlaagde de beloning. Zo hoort het ook. De consument is de baas en niet de bestuurders.

Ik hecht veel waarde aan het vrije marktproces. En daarbij hoort ook de consumentenboycot. Het is een goed middel om bedrijven bij te sturen als zij dingen doen die niet door de beugel kunnen.

Daarom hoop ik dat Pieter Lakeman niet veroordeeld zal worden voor zijn uitspraken. Banken moeten hierin geen uitzonderingspositie krijgen. Dit zou banken ten onrechte beschermen tegen de consumenten.

Onderdeel van het vrije marktproces zijn volgens mij ook de burgerinitiatieven zoals consumentenboycotten of het oprichten van vakbonden. Zou dit element weggenomen worden dan wordt de macht van bedrijven vergroot ten koste van werknemers en consumenten.

Vervolgens moeten we oppassen dat we niet gaan roepen dat door het kapitalisme de bedrijven steeds machtiger worden. Vaak blijkt de overheid de oorzaak van deze grotere macht.

dinsdag 8 december 2009

2,2% van het inkomen naar staatssteun

De landen van de EU hebben in 2008 2,2 procent van het totale inkomen besteed aan staatssteun. Dat is viermaal zoveel als het jaar ervoor. In dat jaar was de crisis nog maar net begonnen. Het is dus goed mogelijk dat voor 2009 dit bedrag nog hoger komt te liggen.

De effectiviteit van staatssteun wordt vaak enorm overschat. Ten eerste wordt aangenomen dat de bedrijven die gered worden gezonde bedrijven zijn. De politici benadrukken regelmatig dat het gaat om gezonde bedrijven. Maar dit geeft een vertekening van de werkelijke situatie.

Stel dat er bijvoorbeeld 10 autofabrikanten zijn. En als we de crisis gewoon door hadden laten gaan dan waren er drie failliet gegaan. Dat betekent dus dat er zeven bedrijven zijn die het zonder steun ook hadden gered. Dit zijn de echt gezonde bedrijven. De overheid kan nu ingrijpen en de bedrijven 8 en 9 bijvoorbeeld steunen. Nummer tien was echt niet meer te redden dus deze laten ze wel over de kop gaan om de vrije markt economen ook nog een beetje gerust te stellen. Maar de twee bedrijven die nu overeind blijven zijn dus zeker niet de toppers. Ze zijn relatief zwak in deze bedrijfstak.

Vraag is nu verder hoe je deze bedrijven gaat redden. Je kan gaan voor de directe aanpak. Zoals Duitsland wilde doen met een miljardeninjectie in Opel. Nadeel hiervan is dat er bedrijven worden voorgetrokken. Voor de gezonde bedrijven wordt de concurrentie kunstmatig hoger gehouden. Van deze bedrijven wordt de winst dus lager dan zonder de overheidssteun. Gezonde bedrijven krijgen hierdoor minder gelegenheid om te groeien. Deze afname van groei wordt natuurlijk niet meegerekend in de sommetjes die de overheid voorspiegeld. Daar wordt alleen gekeken naar de werkgelegenheid die gespaard is bij Opel. Er wordt aan voorbij gegaan dat zonder ingrijpen de groei bij bijvoorbeeld Volkswagen groter zou zijn geweest.

Om dit op te lossen zou je er natuurlijk voor kunnen kiezen om een hele bedrijfstak te steunen. Denk bijvoorbeeld aan de sloopregeling. Hiervan hebben alle automakers profijt. Maar nu gaat de auto concurreren met andere bedrijfstakken. Want als mensen worden gestimuleerd om nu hun auto in te ruilen dan stellen ze de verbouwing van de badkamer maar even uit. Weer wordt er alleen gekeken naar het extra geld dat consumenten uitgeven aan auto's door de sloopregeling. Maar zonder sloopregeling hadden zij een groot deel van dat geld ook uitgegeven. Maar dan waarschijnlijk in andere sectoren.

Een belangrijke vraag is natuurlijk ook, voegen de geredde bedrijven wat toe aan de economie?. In het geval van de autobranche wordt vooral de overtollige productiecapaciteit in stand gehouden. Het is vaak niet voor niets dat de markt een signaal afgeeft. Als de afzetten en prijzen in de autobranche dalen dan is daar vaak een goede aanleiding voor. In dit geval was er inderdaad teveel geinvesteerd in productiecapaciteit. Daarom zullen bepaalde fabrieken moeten sluiten om weer een goede aansluiting te hebben op de vraag van de consument. Dit proces tegenhouden heeft weinig zin.

Vaak werkt de overheid zichzelf ook tegen. In dit geval aan de ene kant de autofabrieken steunen en aan de andere kant het milieu proberen te helpen. Het mag duidelijk zijn dat een hogere productie van auto's duidelijk slechter is voor het milieu. De beleidsmaatregelen lijken elkaar dus op te heffen. En de effectiviteit is dan nul.

De effectiviteit van deze maatregelen is dus vaak heel erg beperkt. De resultaten worden op een scheve manier gepresenteerd om dit te verbloemen. Deze maatregelen worden vaak genomen onder flinke politieke druk. De brancheorganisaties, vakbonden en andere belangengroepen vragen vaak om maatregelen die alleen goed zijn voor een bepaalde groep.

Een groot nadeel is dat al dit geld ergens vandaan moet komen. En de overheid heeft geen geld. De enige manier om aan geld te komen is belasting heffen. Ze kunnen natuurlijk ook lenen, maar dat is eigenlijk alleen de belastingheffing uitstellen naar de toekomst.

De effecten van deze belastingen zijn vaak erg negatief. De bovengenoemde subsidies stimuleren de vraag naar bepaalde producten. Maar het heffen van belasting heeft het omgekeerde effect. Daardoor wordt de vraag naar de belaste producten juist afgeremd. De inkomstenbelasting is bijvoorbeeld een rem op de werkgelegenheid omdat je de vraag naar arbeid remt. De vennootschapsbelasting verslechterd het investeringsklimaat. En de omzetbelasting remt de vraag naar alle consumentenproducten. Al deze effecten hebben een zeer negatieve invloed op de economie. Maar helaas wordt dit vaak over het hoofd gezien. In plaats van 2,2% staatssteun had bijvoorbeeld ook de btw verlaagd kunnen worden met ongeveer vier procentpunt naar 15% in plaats van 19%. Het effect hiervan op de vraag had natuurlijk zeer positief geweest. Mensen hadden ineens een sprong voorwaarts gezien in hun koopkracht.

De overheid verstoord het economisch proces. Dat de overheid in deze moeilijke tijden meer ingrijpt is daarom des te zorgelijker. Terwijl het slechter gaat met de economie neemt ook de verstoring door de overheid nog eens toe. Het herstel wordt hierdoor beperkt. De opleving die we nu zien weegt niet op tegen de enorme schuldenberg die ervoor nodig geweest is. De maatregelen hebben nauwelijks effect, maar kosten wel heel veel geld. De afbouw van de schuld die hiervoor gemaakt is zal de economische groei nog jarenlang afremmen.

maandag 7 december 2009

Koopkrachtbehoud

Ambtenaren en met name de bonden die deze ambtenaren vertegenwoordigen zijn niet gelukkig met de voorgestelde nullijn. De overheid wil de ambtenaren geen loonsverhoging geven omdat het nu crisis is. De bonden beroepen zich op de belofte dat er koopkrachtbehoud zou zijn.

Nu er weer sprake is van inflatie betekent de nullijn een achteruitgang in koopkracht. De salarissen blijven gelijk en de prijzen gaan omhoog.

Maar als we kijken naar Nederland als totaal dan zien we dat de inflatie harder stijgt dan het inkomen. Het totale inkomen is zelfs gedaalt. We kunnen dus zeggen dat de totale koopkracht van alle Nederlanders is gedaald.

Als de koopkracht van een bepaalde groep stijgt dan gaat dat dus ten koste van een andere groep. In het algemeen zien we dat degenen die hun baan behouden hun koopkracht kunnen behouden. Dit gaat ten koste van degenen die ontslagen worden.

Een nullijn of zelfs een daling van lonen kan het aantal ontslagen beperken. De lasten van de crisis worden dan meer gelijkmatig verdeeld over de mensen.

Nu is er niets mis mee dat werknemers zich organiseren in vakbonden. Maar de overheid heeft de vakbonden een stuk sterker gemaakt. Als eerste wordt er in de wetgeving al een basis gelegd voor de bescherming van werknemers. Verder worden CAO's algemeen verbindend verklaard. Als een vakbond die bijvoorbeeld maar 20 procent van de leden vertegenwoordigd een akkoord sluit dan geldt dit akkoord voor alle werknemer in die branche. Dat geeft een vakbond veel extra macht.

Is het reël dat de bonden koopkrachtbehoud eisen? Aan de ene kant hebben ze gelijk want beloofd is beloofd. Maar matiging beperkt de werkloosheid. En matiging is dus wel zo solidair met de mensen die werkloos dreigen te worden..

zondag 6 december 2009

Huurhuizen worden gesloopt als gevolg van overheidsbeleid

Woningcorporaties zijn nog steeds goedkope woningen aan het slopen. In de plaats daarvan worden duurdere woningen neergezet. De overheid vindt dit onwenselijk, maar het eigen beleid stimuleert om dit te doen.

De beschikbaarheid van goedkope huurwoningen wordt dus minder. Nu vraag ik me af in hoeverre dit terugkomt de inflatiecijfers. Er is niet echt sprake van een prijsstijging van dit type woningen dus ik verwacht dat dit niet direct leidt tot een correctie in de inflatiecijfers. Pas veel later als blijkt dat mensen met een laag inkomen gedwongen in een te duur huis zitten wordt dit aangepast. En dan zal blijken dat de koopkracht van deze groep daardoor minder is geworden.

De markt voor sociale woningbouw is sterk beschermd en woningbouwcorporaties maken hier daardoor nauwelijks winst. Ze proberen de hoeveelheid sociale woningbouw dus te minimaliseren. De andere sectoren zijn veel interessanter. Zij bouwen dus vooral in de vrije sector en commercieel vastgoed. Ze zijn gericht op winst en reageren daarbij op de prikkels die ze krijgen.

Verhogen van de huurprijzen in de sociale woningbouw kan dus wel eens minder ernstige gevolgen hebben dan het huidige beleid. In beide situaties moeten de inwoners met de lagere inkomens uiteindelijk een hogere huur betalen. Wil je deze mensen helpen dan moet je in ieder geval niet de woningbouwcorporaties afremmen om huizen te bouwen. De huren kunnen dus beter vrij gelaten worden zodat het aanbod van huizen omhoog gaat.

De huidige situatie versterkt zichzelf. De overheid vond het een probleem dat de huren te hoog waren. Daarom werden de huurprijzen beperkt. Maar door de prijsbeperking werd het aanbod ook minder. En het probleem bleef dus en dus gaat de overheid nog meer regels maken om het probleem op te lossen. En nu is het tegenstrijdige dus dat het probleem wordt veroorzaakt door de regels van de overheid en dat als oplossing wordt gekozen voor nog meer regels. Bijvoorbeeld het probleem van beperkt aanbod kan leiden tot beleid waarbij de corporaties worden gedwongen om meer te bouwen. De corporaties zullen er alles aan doen om de kosten in overeenstemming te brengen met de kosten. Dus zij zullen bezuinigen op kwaliteit. De overheid kan dan weer reageren door kwaliteitseisen te stellen. De woningbouwcorporaties zullen nu andere oplossingen zoeken. Bijvoorbeeld de huizen plaatsen op goedkope lokaties. En omdat dit niet wenselijk is gaat de overheid bepalen dat de sociale woningbouw meer moet worden gespreid. Uiteindelijk blijft het probleem want de corporaties zoeken steeds naar manieren om de kosten in overeenstemming te brengen met de opbrengsten. En de problemen die steeds weer ontstaan lijken steeds uit te nodigen tot meer overheidsinterventie in plaats van terugtreden. Het probleem wordt op deze manier tot het oneindige in stand gehouden.

De sociale woningbouw zit in de verdrukking. En als dit voort blijft duren dan zijn er straks geen betaalbare woningen meer voor de lagere inkomens. De overheid moet de prikkel voor desinvesteringen in sociale woningbouw wegnemen.

zaterdag 5 december 2009

Kleine HBO's en optimale bedrijfsgrootte

Recent was in het nieuws dat kleine HBO's het beter doen dan de grotere. De kwaliteit is er beter en de studenten doen het op de arbeidsmarkt daardoor beter. Kennenlijk voegt de extra overhead bij de hogescholen onvoldoende toe aan het verbeteren van het proces. Een mooi aanknopingspunt om eens stil te staan bij optimale bedrijfsgrootte.

Voor veel bedrijven geldt dat te klein niet werkt maar te groot is ook niet goed. Over het algemeen kan een klein bedrijf kostenvoordelen behalen als het uitbreidt. Maar op een gegeven moment wordt een bedrijf weer onbestuurbaar en daardoor lopen de kosten op. Daar tussenin ligt de optimale bedrijfsgrootte. Dat is vaak een gebied waarin je goed kan functioneren. Vergelijk bijvoorbeeld Jumbo en Albert Heijn. Beide zijn in staat om een concurrerend product aan te bieden. Maar Jumbo is veel kleiner dan Albert Heijn.

De optimale bedrijfsgrootte verschilt per bedrijfstak. Een extreem voorbeeld hiervan zijn de autorijscholen. Hier lijkt het erop dat de optimale grootte een rijschool is met slechts één auto. Er zijn wel voorbeelden van rijscholen die groter zijn. Maar de meerderheid van de markt wordt bepaald door de eenpitters. Het is dus zeker niet zo dat de vrije markt altijd leidt tot grote bedrijven.

Belangrijke vraag is natuurlijk of er aan de andere zijde van het spectrum ook een dergelijke extreme situatie is. Is het mogelijk dat een bepaald product eigenlijk als vanzelf leidt tot een monopolie. Afgaande op de praktijk lijkt dit zeer onwaarschijnlijk.

Het meest voor de hand liggend zijn bedrijfstakken die afhankelijk zijn van een omvangrijke infrastructuur. Hierbij kun je denken aan electriciteit of spoorwegen. Het is moeilijk voor te stellen dat er meerdere netwerken naast elkaar kunnen bestaan en concurrerend kunnen zijn. We zijn zo gewend aan de staatsmonopolies dat we ons hier geen voorstelling van kunnen maken. Maar in de VS waar deze bedrijven pas laat werden overgenomen door de staat is wel ervaring met deze situaties. Daar ontstonden voor bijvoorbeeld electriciteit verschillende netwerken naast elkaar in dezelfde regio. En in andere regio's waren weer andere aanbieders actief. Er waren dus veel aanbieders van electriciteit. Toen deze bedrijven de prijzen wilden verhogen greep de staat in om een einde te maken aan dit inefficiënte systeem. Maar al snel hanteerde de staat tarieven die hoger waren dan de voorgestelde tariefsverhoging.

De staat straft efficiëntieverbeteringen af door budgetten te verlagen. Ambtenaren zijn er dus altijd op gericht op alle budgetten "uit te putten" zoals dat zo mooi heet. Of simpel gezegd al het geld moet op. We zitten nu weer aan het einde van het jaar en dan gaan de ambtenaren die geld over hebben de collega's verzoeken om hier een bestemming voor te vinden. Voor mensen die hier niet mee bekend zijn klinkt dit absurd. Maar u kent vast wel iemand die bij een ministerie of gemeente werkt. Dan kunt u het hier eens over hebben en u zult zich verbazen. Deze foute prikkel is uiteindelijke sterker dan de schijnbare inefficiëntie van een dubbele infrastructuur.

De denkfout die vaak gemaakt wordt is alleen het hier en nu met elkaar te vergelijken. De staat schaft de dubbele infrastructuur af en maakt tijdelijk een efficiencywinst. Maar onder staatsbewind komt de groei in efficiency vervolgens tot stilstand. De markt blijft zich steeds maar verbeteren. Dat gaat misschien om maar enkele procenten per jaar. Maar als de marktoplossing hier en nu niet de meest efficiënte is. Na enkele jaren is de markt wel degelijk efficiënter.

Er lijkt dus weinig gevaar voor monopolievorming te zijn. Daarbij moet je ook bedenken dat ook een monopolist concurrenten heeft. Stel dat er een monopolist op de spoorwegen zit. En deze maakt misbruik van zijn positie. De kwaliteit is slecht en de prijzen te hoog. Dan zullen mensen met de bus of met de auto gaan. Omdat er toch nog sprake is van concurrentie is het zelfs twijfelachtig of je hier echt kan spreken van een monopolie.

Van een monopolie zou je kunnen spreken als een enkele aanbieder het eigendom heeft over een bepaalde grondstof of product dat essentieel is voor de mensen. Er mag geen substituut zijn dat kan concurreren zoals de bus en de trein met elkaar concurreren. Verder moet toetreding onmogelijk zijn. En daarvoor moet de aanbieder dus het volledige aanbod van een bepaalde grondstof in zijn bezit hebben zodat het alle anderen kan weren. Maar gaan we dit proberen toe te passen dan is dit praktisch onhaalbaar. Je kan bijvoorbeeld iemand hebben die de gasvoorraad in Drenthe in bezit heeft. Maar dan zijn er nog alternatieven, want je kan ook gas invoeren. Dan moet iemand dus alle energiebronnen ter wereld in bezit hebben. En dit is onhaalbaar want er is ook nog de zon en wind.

Laten we de bedrijfsgrootte over aan de markt dan zal het dus wel goed komen. Maar we moeten er ook goed op letten dat er geen overheidsinterventies zijn die ongemerkt dit proces verstoren. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan de regeldruk in Nederland. Als je als eenmanszaak erachter wilt komen aan welke regels je moet voldoen en je houdt aan de verplichte administratie dan kost je dat relatief veel tijd. Voor een groot bedrijf drukt dit relatief minder zwaar. Zij hebben hiervoor juristen en andere specialisten in dienst. En voor een groot bedrijf zijn dit relatief dus veel lagere kosten. Zo waren bijvoorbeeld veel bedrijven in de VS voor Sarbanes-Oxley. Ze hebben zelfs geld besteed om hiervoor te lobbyen. Deze wet regelt een veel strenger toezicht op beursgenoteerde bedrijven en dat lijkt dus nadelig voor deze bedrijven. Maar wat blijkt deze regels kosten een bedrijf ongeveer 3,5 miljoen dollar en dit is min of meer onafhankelijk van de bedrijfsgrootte. Hierdoor werd het voor kleinere bedrijven een stuk lastiger om een beursnotering te krijgen en dit leidt dus tot een afname van de concurrentie. Als een overheid door regelgeving en ander beleid grote ondernemingen bevoordeelt ten koste van kleinere ondernemingen en consumenten dan noemen we dat corporatisme. Daarbij zullen bedrijven dus hun best doen om de gunst van de overheid te winnen. En dat is dus wat anders dan kapitalisme waar bedrijven winst maken door de gunst van de consument te winnen.

Een vrije markt zal dus niet leiden tot megaconglomeraten die misbruik maken van consumenten en werknemers. Het is daarbij belangrijk om corporatisme en kapitalisme goed te scheiden. Corporatisme is een zeer grote beperking voor de vrijheid en de groei van de welvaart. De overheid moet dus vooral de markt zijn werk laten doen en niet teveel ingrijpen. Dit ingrijpen leidt tot inefficiëntie en vaak onbedoeld tot meer macht voor grote ondernemingen.

vrijdag 4 december 2009

Banenplan van Obama en de volgende bust

Obama heeft een bijeenkomst over het volgende banenplan met vooraanstaande politici en economen. Als voorstander van een kleine overheid kun je alleen maar hopen dat er niet teveel plannen worden uitgestort over de economie. Het hele principe van een banentop gaat er al vanuit dat het de overheid is die de banen moet gaan maken. Maar het is uiteraard het bedrijfsleven dat echte banen maakt en daar wordt helaas te vaak aan voorbij gegaan.

Wel heeft Obama aangegeven dat bij de volgende plannen wel op budget moet worden gelet. Het tekort en de schuld zijn flink opgelopen. Nog meer stimulering lijkt niet meer haalbaar. Dat klinkt in ieder geval verstandig. Niet iedereen is het daarmee eens. Paul Krugman de bekende econoom verkondigt nog steeds dat de stimuleringen moeten worden opgevoerd. Verstandig want op deze manier heeft hij achteraf altijd gelijk. De overheid heeft immers niet geluisterd en was er meer gestimuleerd dan was het allemaal goed gekomen.

Obama lijkt het tij even mee te hebben. De werkgelegenheid in de VS is in november gekrompen met 11.000 banen. En dat is een flinke meevaller. Maar het is nog zeker geen groei. Dus in hoeverre er sprake kan zijn van optimisme is natuurlijk de vraag.

De economie is nog steeds in slechte staat. Maar de dynamiek maakt de situatie onvoorspelbaar. Er zijn twee mogelijkheden de groei zet door of de economie zakt toch weer in. Beide scenario's lopen uiteindelijk slecht af want de fundamenten zijn nog steeds slecht.

Gaat het slechter dan blijven de werkloosheid en de overheidsschulden verder oplopen. Dit noopt uiteindelijk tot bezuinigingen. Waarschijnlijk zullen de centrale banken dan nog langer doorgaan met het maken van extra geld en dus wordt de tijdbom alleen maar groter. De vraag is of in deze situatie de overheden toch weer nieuwe stimuleringsplannen opzetten. Dit zou weer toevoegen aan de schuldenlast.

Het is ook mogelijk dat de economie weer aantrekt. En dat kan in dit klimaat snel tot oververhitting leiden. De inflatie is zelfs in deze slechte tijden al aan het oplopen. Als in goede tijden de inactieve kassen gebruikt gaan worden dan kan de inflatie snel oplopen. De rente zal dan uiteindelijk ook mee omhoog gaan. Door de enorme schuldenlast die alleen maar opgelopen is tijdens de recessie zal dit weer snel leiden tot de volgende bust. De schuldenlast is nu nog hoger dan voor de recessie en dus is de economie nog kwetbaarder. Vergeet ook niet dat er heel veel geld in banken is gepompt. Het vermogen om weer geld uit te lenen is flink verbeterd. Dit betekent een extra risico. De kredietverlening kan daardoor weer snel gaan groeien. Dit kan de volgende kunstmatige boom opleveren. De bust die daarop volgt zal dieper zijn dan die we nu gezien hebben.

Verandert er niets aan het systeem dan neemt deze wisselvalligheid alleen maar toe. De enorme schuldenlast zorgt ervoor dat monetaire verschijnselen de economie blijven domineren. Rente en inflatie spelen hierin een cruciale rol. Het is absoluut noodzakelijk dat het systeem wordt hervormd. Nu proberen ze de bubbel weer op te blazen. En het lijkt erop dat dat nog enigzins lukt. Maar daardoor worden de problemen alleen maar erger.

donderdag 3 december 2009

Inflatie loopt op

De inflatie was afgelopen maand 1 procent. Dat betekent dat de doelstelling van 2 procent weer in zicht komt. De rente wordt nu nog op nul gehouden. Maar als deze trend doorzet dan kan de inflatie snel over de twee procent gaan. Dan wordt het kiezen voor de ECB. Gaan ze voor de inflatiedoelstelling of gaan ze de economie stimuleren. Doordat er heel ruim liquiditeit in de markt gepompt is kan de inflatie snel doorgroeien. Is eenmaal de inflatie weer op een normaal niveau dan worden er dus een aantal lastige keuzes verwacht. Dan wordt de vraag of er daadwerkelijk een exit-strategie is beantwoord.

Al Qaida is aan de winnende hand

U zult zich misschien afvragen waarom een stuk over oorlog in een weblog over economie. Dat is omdat de Al Qaida een aanval doet op de economie van de VS en de andere landen die het steunt. En dat doet ze op zeer effectieve wijze.

Ten eerste is Afganistan een land met een eigen cultuur en gebruiken. Het zijn geen Amerikanen en ze zullen dus ook nooit de Amerikanen omarmen als de bevrijders. Ze zullen over het algemeen gewantrouwd worden. Verder is het land verdeeld in een groot aantal valleien die allemaal omringd zijn door bergen. Het land is daardoor nauwelijks bestuurbaar. Het is daardoor ook een militaire nachtmerrie. De vijand is steeds in het voordeel. Ze kunnen steeds vanuit schuilplaatsen de plaagstootjes toebrengen aan het Amerikaanse leger. Het heeft hierdoor alle kenmerken van een oorlog die niet te winnen is.

Maar is het mogelijk om op deze manier de oorlog te winnen. De VS hebben een ongekende hoeveelheid troepen gestationeerd in Afganistan. En dat is op termijn onbetaalbaar. En Taliban zijn niet gek zijn weten dit natuurlijk. De berichten dat er nog meer troepen gestuurd worden is dus zeer goed nieuws voor de Taliban. Nog meer geld wordt er gepompt in een conflict dat niet te winnen valt. De Taliban blijven provoceren zodat de VS nog meer middelen stoppen in deze oorlog.

De Taliban kan doorgaan met de guerilla tactieken die ze al eerder toepasten. Extra troepen zijn geen bedreiging als je in de grotten in de bergen woont. Deze zijn nauwelijks in te nemen. En de Amerikanen denken dat er een demotiverend effect uitgaat van de overmacht die nu gestationeerd wordt in Afganistan. Het tegengestelde is het geval. De extra troepen zijn alleen maar goed nieuws, want het vergroot de kosten.

De VS gaan ook Afgaanse veiligheidstroepen opleiden. Maar er is daar totaal geen burgerregistratie. Dus is het niet te voorkomen dat de Taliban mensen gaat sturen om mee te doen aan deze programma's. Dan wordt de Taliban getraind en bewapend door de VS. Het zal niet de eerste keer zijn dat deze tactiek wordt toegepast.

Al Qaida kan het dus winnen door een economische tactiek. Ze creert een kostenpost die als bodemloze put fungeert. En zodra er een einde komt aan de financiering moeten de Amerikaanse troepen weer naar huis. Door te irriteren en te provoceren blijven de Amerikanen genoodzaakt om steeds weer meer kosten te maken. En de kosten zijn volledig onevenredig. De Taliban kan met eenvoudige middelen dit proces rekken. Maar de Amerikanen voeren een oorlog met zeer geavanceerde en dure technieken.

Nu de economische crisis de binnenlandse economie van de VS flink heeft ontwricht weet de Taliban dat het draagvlak alleen maar afneemt. De extra troepen zullen de Taliban niet bangmaken. Het betekent meer geld in de bodemloze put. En dat is precies wat de Taliban willen. De VS zijn deze oorlog aan het verliezen.