Het is aardig om deze volkswijsheid eens tegen het licht te houden. Dan moeten we ten eerste weten wat er verstaan wordt onder misbruik van macht. Laten we de zaak eerst beperken tot het salaris dat een werknemer krijgt.
De werknemer levert productie voor de werkgever. De waarde van deze productie noemen we de toegevoegde waarde. Deze toegevoegde waarde wordt verdeeld over de arbeider en de kapitaalverschaffers.
De kapitaalverschaffers krijgen een deel van de toegevoegde waarde vanwege hun bijdrage aan de productie. Zij hebben het gebouw neergezet met inhoud zodat de medewerker een plek heeft om te werken. En over dit kapitaal lopen zij ook risico. Een vergoeding is dus redelijk. Is er geen vergoeding dan komt er ook geen kapitaal en is er dus ook geen werk.
We kunnen een aantal voorwaarden stellen aan deze vergoeding. Ten eerste zal deze vergoeding hoger zijn dat het risicovrij uitlenen van geld. Daarbij kun je denken aan staatsobligaties. Merk hierbij op dat als overheden veel lenen dat de rente op staatsobligaties zal stijgen. Dus zal ook de rente op risicodragend kapitaal stijgen.
De volgende voorwaarde die we kunnen stellen is dat een bedrijf niet meer aan een werknemer hoeft te betalen dan de waarde van de productie van die werknemer. Doet hij dit wel dat leidt hij verlies op deze werknemer.
Dit kan nog scherper worden gesteld. Van de toegevoegde moet het kapitaal betaald worden tegen de risicovrije rente. Zou de beloning op het kapitaal lager worden dan kunnen de kapitaalverschaffers beter investeren in staatsobligaties. Wat er overblijft staat open voor onderhandeling.
Dit deel is dus afhankelijk van de hoeveelheid kapitaal die nodig is om een werknemer te laten produceren. Over het algemeen is er bij kapitaalintensieve productie zoals in ons land gemiddeld vier tot vijf keer de productiewaarde geinvesteerd in kapitaal. Dus een medewerker die 100.000 euro per jaar produceerd heeft dan bijvoorbeeld 500.000 euro aan kapitaalgoederen nodig om deze productie te kunnen leveren. Als de risicovrije rente 4 procent bedraagt dan krijgen de kapitaal verschaffers dus minimaal 20.000 euro en maximaal 100.000 euro als de werknemer niets zou krijgen.
In het meest gunstige geval krijgt de werknemer dus 80.000 euro oftwel 80 procent van de toegevoegde waarde. In Nederland krijgen werknemers ongeveer tussen 75 en 80 procent van de waarde van hun eigen productie. Dit is de arbeidsinkomensquote.
In Nederland krijgen de kapitaalverschaffer dus een vrij lage beloning en de werknemers krijgen een groot deel van de waarde van productie.
Dit is in tegenspraak met de veronderstelde machtige positie van bedrijven. Welke oorzaken zijn er nu waardoor werknemers kennenlijk toch in staat zijn om deze beloning naar zich toe te trekken?
Eerst de zaken die op de vrije markt gelden. Werknemers beginnen met een bepaald salaris. Als zij het goed doen en dus een hoge toegevoegde waarde hebben dan zullen zij meer geld gaan vragen. Deze medewerkers krijgen dan een salarisverhoging of een promotie. Heeft een medewerker de indruk dat hij onvoldoende betaald krijgt dan zal hij gaan solliciteren. Het blijkt dat solliciteren inderdaad een goede manier is om beter betaald te krijgen.
Voor het bedrijf dat de sollicitant aanneemt is dit ook wel logisch. De sollicitant geeft een vertrouwde situatie op. En de sollicitant heeft er kennenlijk vertrouwen in dat hij dit hogere salaris waar kan maken. Of anders gezegd, de medewerkers die meer betaald krijgen dan ze waard zijn blijven op hun plek zitten. Sollicitanten die een baan achter laten zijn over het algemeen dus goede werknemers. Voor de werknemer die minder betaald krijgt dan dat hij waard is zijn er voldoende mogelijkheden om het salaris te verhogen. Dus uiteindelijk zullen mensen betaald krijgen naar wat ze waard zijn. Op de vrije markt zal een werknemer dus niet zomaar het slachtoffer worden van machtsmisbruik. Tijdelijk kan een bedrijf onderbetalen. Maar dan vetrekken de goede krachten en dat zal het voorbestaan van het bedrijf erntstig in gevaar brengen.
Heeft het nu zin als de overheid ingrijpt in dit proces? De overheid zou bijvoorbeeld een minumumloon kunnen vaststellen. Maar het effect hiervan is negatief. De mensen die een lagere opbrengst hebben dan het minumumloon zullen dan niet meer aan een baan kunnen komen. In plaats van een klein salaris krijgen ze dan helemaal niets meer. Dit wordt dan gecompenseerd door het instellen van een bijstandsuitkering. En voor mensen die een productiewaarde hebben boven het minumloon heeft het helemaal geen effect op het salaris. Wel zal de belasting verhoogd moeten worden om de negatieve effecten van het minimumloon te verzachten..
Een andere belangrijke bescherming is de ontslagbescherming. Werknemers met een toegevoegde waarde die hoger is als het salaris hebben niets te vrezen. Zij worden toch niet ontslagen. De mensen die een bedrijf wil ontslaan zijn degenen die minder productie leveren dan dat er aan salaris betaald wordt. Met ontslagbescherming dwing je bedrijven dus om medewerkers waar verlies op gemaakt wordt in dienst te houden. Dit is een aantasting van de concurrentiepositie. Het geeft bedrijven een extra prikkel om te zoeken naar goedkope oplossingen in het buitenland. Deze maatregel gaat dus ook ten koste van de werkgelegenheid.
De laatste belangrijke bescherming die ik wil noemen is het algemeen verbindend verklaren van CAO's. Dit combineert eigenlijk de effecten van de vorige twee. Het geeft de mogelijkheid om CAO's sterker te maken dan zonder deze maatregel. De salarissen worden daardoor hoger. En de effecten zijn daarvan vergelijkbaar als die bij het minimumloon. Verder worden allerlei extra eisen gesteld. Ook deze beschermen juist de medewerkers waarvan de arbeidsproductiviteit lager is dan het salaris.
De arbeidsproductiviteit op zich hoeft niet laag te zijn. Het kan gaan om een manager met een goed salaris die eigenlijk toe is aan een baan met minder stress. Dan zijn zowel het salaris als de productiviteit behoorlijk hoog. Alleen omdat de manager een andere functie wil met minder stress zal zijn productie iets dalen. Verder wil ik ook benadrukken dat er voor vakbonden zeker een plaats is op de vrije markt. Maar het is niet nodig dat de overheid de vakbonden extra beschermd.
Zo leidt dus ook het algemeen verbindend verklaren van CAO's tot een lagere werkgelegenheid.
Op een vrije markt is de positie van de werknemers sterker dan dat vele denken. De overheidsinterventies op dit vlak lijken in eerste instantie sympathiek, maar de keerzijde is dat de werkegelegenheid erdoor afneemt. De positie van de werkenden gaat er dus niet op voorruit. Verminder de bescherming van werknemers. De werknemers zullen er niet op achteruit gaan en de werkgelegenheid zal erdoor toenemen.
Interessant. De ellende van armoede de wereld uit. Ik zou de heer Meijer willen adviseren om iets minder simpele dwz meer realistische en meer volledige modellen te onderzoeken als het om de verklaring van de werkgelegenheid gaat of soc.econ geschiedenis in de beschouwingen te betrekken (The history of unemployment). Werk is er overigens meer dan genoeg in deze wereld. Altijd. Overal. En over de relatie tussen arbeidscontracten en werkgelegenheid kan ik iedereen en ook de heer Meijer aanraden om het interessante onderzoek naar de relatie tussen productiviteit en sociale zekerheid te raadplegen.
BeantwoordenVerwijderen